Jonge steur krijgt eindelijk weer wat te eten

Het hoogwater heeft de grote rivieren tot leven gebracht. In natuurprojecten zijn geulen en poelen weer volgelopen en uit het buitenland zijn tal van diersoorten gekomen....

MARC VAN DEN BROEK

DE EVACUATIE van een kwart miljoen mensen heeft tijdens de hoge waterstand van de rivieren in januari veel aandacht getrokken. Minstens zo interessant is dat er tegelijkertijd met de vloed een invasie was van een groot aantal nieuwe diersoorten.

Het Wereld Natuur Fonds en Rijkswaterstaat zijn enigszins verrast over de grote aantallen nieuwe ongewervelde dieren die zich hebben weten te vestigen in het Nederlandse rivierenlandschap. De natuur blijkt meer veerkracht te bezitten dan gedacht. Bovendien is de terugkeer een aanwijzing dat de plannen om de natuur langs de grote waterwegen te verbeteren, goed uitpakken.

De terugkeer was overigens wel voorspeld, alleen was er niet bij vermeld wanneer die zich zou manifesteren. Sinds 1987 wordt gewerkt aan het ecologisch herstel van de grote rivieren. Na de lozing van vervuild bluswater door het Zwitserse chemiebedrijf Sandoz, eind 1986, werd besloten de verbetering van de waterkwaliteit voortvarend ter hand te nemen.

De lozing van tal van kwalijke stoffen, zoals zware metalen en meststoffen, moest in korte tijd met de helft dalen. In veel gevallen is die doelstelling gehaald. Tevens heeft de bouw van zuiveringsinstallaties de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd, waardoor met name het zuurstofgehalte is gestegen.

Later kwam daar bij dat ook het natuurlijke landschap in ere moest worden hersteld. Want schoon water is aardig, maar zonder geschikte plekken voor de oorspronkelijk langs en in de rivier levende soorten, is het effect daarvan op de soortenrijkdom uiteindelijk nihil.

Sinds 1992 wordt er ruimte gemaakt voor natuur. Het Wereld Natuur Fonds steunt het plan Levende Rivieren, om meer natuur langs Rijn, Maas, Waal en IJssel te ontwikkelen. Een concreet plan is de Gelderse Poort, in het gebied waar de Rijn Nederland binnenstroomt. Het plan Grensmaas, dat sinds de overstromingen van de Maas zoveel aandacht krijgt, is een ander natuurontwikkelingsplan. Daarbij wordt de aanleg van meer natuur gecombineerd met grindwinning. Een bijkomend voordeel is dat de kans op overstromingen afneemt.

De plannen zijn voortvarend aangepakt. Er is in de uiterwaarden meer dan duizend hectare landbouwgrond veranderd in natuurgebied. Zomerdijken zijn doorgestoken en er zijn in de uiterwaarden nevengeulen gegraven die tijdens perioden met veel afvoer volstromen.

Al deze projecten dienen om de variatie in de uiterwaarden te vergroten. De afgelopen vierhonderd jaar zijn deze dynamische gebieden veranderd in saaie grasvlakten. De bomen zijn verwijderd omdat ze het doorstromen van water verhinderen. Op sommige plaatsen zijn kribben gelegd om de stroomsnelheid te beteugelen en het overstromingsgevaar te verkleinen.

De vloeden van Kerstmis 1993 en januari/februari 1995 hebben het herstel danig versneld. Het water nam bezit van de geulen en schuurde en kolkte dat het een lust was. Vooral in de nieuwe natuurgebieden was het effect spectaculair. Overal ontstonden poelen, die nu nog nat zijn, en doorbraakkolken.

De rivieren voerden veel zand aan, dat in de uiterwaarden is afgezet. Na het droogvallen kreeg de wind daar vat op en woei het zand aaneen tot duinen. 'Er zijn landschapsvormende verschijnselen te zien, die lang niet in Nederland te zien zijn geweest', aldus Rijkswaterstaat.

Het wachten was op de levende have. De zogenoemde macrofauna, ongewervelde waterdieren die nog met het blote oog te zien zijn, is een belangrijke eerste stap. Bovendien is hun aanwezigheid het bewijs dat het milieu in orde is. Wanneer het ecosysteem niet deugt, om wat voor reden dan ook, trekken ze weg of sterven ze. Begin jaren negentig kwamen er in het water drie- tot vierhonderd soorten ongewervelde dieren voor. Biologen gaan ervan uit dat dat er vroeger ongeveer 1200 waren.

De macrofauna is verder belangrijk omdat ze de bron van voedsel vormt voor andere dieren, zoals insekten, vogels en vissen. Voordat er sprake kan zijn van terugkeer van vissen, vogels en zoogdieren, moet eerst de macrofauna terug zijn.

Het uiteindelijke doel van de plannen is om de oorspronkelijke fauna weer terug te krijgen. Of in de wervende woorden van het Wereld Natuur Fonds: 'In de toekomst cirkelen de zeearenden weer boven de rivier, jagend op jonge steur die tussen de schepen in de rivier zwemt.' Maar de steur moet kunnen eten en daarvoor is de macrofauna van groot belang.

Groot was de verbazing van de onderzoekers toen ze na de overstromingen de inhoud analyseerden van hun schepnetten, die ze door de ondergelopen poelen en neuvengeulen hadden gehaald. Ze troffen er ongeveer vijftig soorten ongewervelden aan die de laatste honderd jaar niet meer werden aangetroffen. Daaronder allerlei soorten kriebelmuggen, eendagsvliegen, kokerjuffers en blinde kreeften met bijzondere namen.

Een nieuwe nevengeul in de Waal bij Beneden-Leeuwen, die in 1994 is gegraven, is na een jaar in bezit genomen door drie soorten kriebelmuggen. Langs de Maas zijn er in de uiterwaarden grote hoeveelheden grind verplaatst waardoor kolken zijn ontstaan die maandenlang nat blijven. Daarin leven meerdere soorten eendagsvliegen en kokerjuffers en de platte waterwants. Sommige van deze dieren zijn sinds het begin van deze eeuw nauwelijks meer in de Maas gezien.

Waarschijnlijk voerden de grote rivieren deze organismen al die jaren nog wel aan, maar ze verdwenen in de Noordzee omdat er geen geschikte biotopen zijn.

'De nevengeulen en de poelen die tijdens de vloed onder water kwamen te staan, hebben veel organismen ingevangen en vormen voor veel van die soorten een geschikt leefmilieu', concluderen Rijkswaterstaat en het Wereld Natuur Fonds.

Bioloog B. bij de Vaate van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) in Lelystad, die heeft meegewerkt aan het onderzoek, plaatst een kanttekening bij de juichende berichten. 'Het herstel is al enige tijd geleden ingezet. In 1991 vonden we eendagsvliegen in de Rijn. Als we eerder grootscheeps hadden bemonsterd, hadden we beslist eerder opmerkelijke vondsten gedaan.'

Dat doet volgens Bij de Vaate weinig af aan het belang van de vondst: 'De terugkeer bewijst dat het werken aan meer natuur in de rivier zin heeft. De dieren zitten er nog en komen terug als ze een goede plek kunnen vinden.'

Het is niet zeker dat alle gevonden soorten het zullen volhouden. De poelen drogen op en de nevengeulen vallen droog. Veel soorten van de macrofauna verdwijnen dan weer. Daarom bepleit het Wereld Natuur Fonds dat er nog voortvarender wordt ingegrepen in de uiterwaarden, zodat de poelen en nevengeulen ook bij minder extreme afvoer onder water kunnen lopen. Dan kan de invasie van de dieren bijvend zijn.

Marc van den Broek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden