Jonge Limburger wordt zeldzaam

Limburg ontgroent: jongeren trekken weg, het aantal ouderen wordt onevenredig groot. Dat laat zich voelen in het onderwijs. Is er in 2017 nog wel een docent voor die enkele gymnasiast?...

Floris gaat na de zomer naar school. Hij is bijna 4 en zijn ouders willen graag dat hij naar de OBS Binnenstad gaat, een van de weinige openbare scholen in het centrum van Maastricht.

‘Dat is nog eens een cadeautje’, zegt een medewerkster van de school als zij zijn aanmelding binnenkrijgt. Dit jaar gaat het voorspoedig met de aanmeldingen voor groep 1; er zijn 26 kinderen ingeschreven. Genoeg om komend schooljaar een klasje te garanderen. Maar of het de jaren daarna nog steeds zo voorspoedig zal gaan, is onzeker. Zuid-Limburg kampt met een teruglopend leerlingenaantal, waardoor scholen voortdurend een sluiting boven het hoofd hangt.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde in juni alarmerende cijfers over het aantal basisschoolleerlingen in Limburg. In het afgelopen schooljaar gingen in Limburg 92 duizend kinderen naar het basisonderwijs. Dat is 11 procent minder dan in 2000-01. Voor de meeste Limburgers is dit allang geen nieuws meer, maar de dagelijkse realiteit.

Vooral Zuid Limburg krimpt. Kerkrade was in 1984 de eerste gemeente die te maken kreeg met teruglopende inwonersaantallen. De regio Parkstad waar Kerkrade onderdeel van is, heeft sinds 1996 de twijfelachtige eer ‘koploper krimp’ te zijn. Ook in de regio Maastricht gaat het niet goed. In 2004 telde Limburg nog 1,4 miljoen inwoners, in 2025 zit de gehele provincie naar verwachting op een inwonersaantal van 1 miljoen, en is het aantal leerlingen met 20 duizend afgenomen.

Limburg ‘ontgroent’: de jongeren die voor bevolkingsgroei zouden moeten zorgen, trekken vaak weg naar de Randstad. Aan de andere kant krijgt de provincie maar weinig nieuwe aanwas: er worden met 1,4 kinderen per vrouw te weinig kinderen geboren om de bevolking op peil te houden. Gezinnen elders uit Nederland die zich in het zuiden willen vestigen kent de provincie nauwelijks. Daardoor groeit het toch al flinke aandeel van de bevolking van 65-plussers en vergrijst de provincie in hoog tempo. De eerste sectoren die getroffen worden zijn wonen en onderwijs. In Parkstad moeten de komende jaren duizenden woningen worden gesloopt omdat er geen bewoners meer voor zijn, de verwachting is dat de helft van de scholen verdwijnt bij gebrek aan leerlingen.

Als Floris in 2017 naar de middelbare school gaat, telt Maastricht al weer vierduizend nul- tot 21-jarigen minder, wat neerkomt op een daling van 13 procent. Zal er dan nog een gymnasium zijn, of een ROC waar hij die ene vakopleiding kan volgen? En wat als hij een topsporter in de dop is? Zijn er dan nog jeugdteams waar hij terecht kan?

Het schrikbeeld van schoolpleinen waar nog een enkel kind speelt, doemt op. Toch is totale leegloop niet waar de provincie bang voor is. De problematiek is anders dan in andere krimpgebieden als Oost Groningen en Zeeland, klinkt het eensgezind uit de monden van ambtenaren en schoolbestuurders. Afgelegen dorpen als het Groningse Ganzedijk, die met sloop worden bedreigd omdat er geen kip meer woont, kent Limburg nauwelijks. ‘Limburg is verstedelijkt gebied, er zullen genoeg inwoners overblijven. We zullen het alleen met minder moeten doen,’ zegt Ben van Essen, strateeg en ‘krimpdeskundige’ van de provincie Limburg.

Minder is geen goed teken in het onderwijs. Sinds de Tweede wereldoorlog is Nederland ingesteld op groei. Scholen kregen steeds meer leerlingen, op basis daarvan kwam er ook meer geld om in de behoefte aan onderwijs te voorzien. Nu gebeurt er het tegenovergestelde: het aantal leerlingen neemt af, en daarmee dalen ook de inkomsten. Op zich logisch, maar het omschakelen van groei naar krimp kost geld. En dat is er niet.

De terugloop van de inkomsten van scholen gaat nu veelal harder dan er op kosten kan worden bezuinigd. Arie Kraak van onderwijsstichting Movare (60 basisscholen in en rond Parkstad) schetst zijn probleem. ‘Een school die elk jaar 10 leerlingen verliest, krijgt elk jaar minder geld. Maar het gebouw moet wel verwarmd blijven en de leerkracht moet betaald worden.’ Vaak duurt het jaren voor het leerlingenaantal zo laag is dat een school ook daadwerkelijk kan worden opgeheven, waardoor er financiële problemen ontstaan.

Opheffing is bovendien niet de oplossing van alle problemen. Om de afstanden niet te groot te laten worden, zou voor elke drie basisscholen die verdwijnen op een centrale locatie één nieuwe school moeten terugkomen. Kraak: ‘Als een school vroeger gesloopt werd, kocht een projectontwikkelaar de grond en kon het schoolbestuur van de opbrengst elders een nieuw gebouw neerzetten. Maar nu wordt er na de sloop gras ingezaaid. Je komt niet meer uit de kosten.’

Is voor het basisonderwijs de bereikbaarheid het belangrijkste issue, in het middelbaar onderwijs speelt diversiteit een grote rol. Voor die enkele gymnasiast een leraar Grieks en Latijn aanstellen is onhaalbaar, met als gevolg dat leerlingen met speciale wensen steeds massaler naar scholen trekken waar nog wel een breed onderwijsaanbod is. Fuseren lijkt de enige oplossing. Er kan dan met leerlingen worden geschoven, waardoor op termijn locaties kunnen worden afgestoten. Ook kunnen leerkrachten over meerdere vestigingen verdeeld worden, waardoor de school veel profielen kan blijven aanbieden. De eerste middelbare scholen in Landgraaf en Kerkrade zijn al gefuseerd, zij het onder protest van de ouders, die niet wilden dat er locaties gesloten werden. Het is niet anders, zegt Van Essen. ‘Ouders kijken vaak naar de korte termijn, als hun kind op school zit. Maar schoolbesturen moeten zorgen dat er over tien jaar nog een school is voor de nieuwe lichting.’

De krimp stelt het onderwijs voor nog een ander probleem: er is kans dat leerlingen zoals Floris straks in een klas zitten waarvoor geen leraar gevonden kan worden. Ook het lerarenbestand vergrijst, omdat scholen door dalende leerlingaantallen geen nieuwe docenten meer aannemen. Maar als de huidige lichting over een paar jaar met pensioen gaat, is het maar de vraag of er nog genoeg jongeren zijn om hun plek op te vullen. Het aantal Pabo’s in de provincie is recent van 5 naar 1 teruggebracht. Pure noodzaak. Als jongeren geen baan kunnen krijgen, gaan ze op zoek naar een ander beroep. Op de Pabo in Roermond liepen nog maar honderd studenten rond in een gebouw met plek voor duizend.

Limburg staat overigens niet alleen in dit probleem. Na 2025 zullen ook andere delen van Nederland krimpen, en in 2040 wordt verwacht dat alleen in de grote steden nog minimale groei is. Parkstad hoopt gidsgebied te worden in krimp en is bezig initiatieven te ontwikkelen. In het onderwijs wordt veel samengewerkt Brede scholen, waarbij andere disciplines als kinderopvang en buitenschoolse activiteiten zich op het terrein van scholen vestigen, kunnen een deel van de vaste kosten beheersbaar houden.

Voor de kwaliteit hoeft dat geen gevaar te zijn. Het betekent vaak dat er verder gereisd moet worden, maar de ervaring leert dat veel ouders nu al hun schoolkeuze baseren op het soort onderwijs, en niet zozeer de locatie, zegt Van Essen. ‘Het kan zelfs voordeel opleveren, als scholen zich gaan specialiseren. Dan kun je goed onderwijs bieden,voor een groter gebied.’

Rob Beaumont van de stichting jong Leren (15 basisscholen in en rond Maastricht) ziet toekomst in ‘magneetscholen’. ‘Vroeger had ieder dorp nog een bakker en een postkantoor. Maar ook die verdwijnen. Om te voorkomen dat de pinautomaat de enige ontmoetingsplek wordt, kun je van scholen een plek maken waar de hele buurt samenkomt.’ Er zijn al voorbeelden van scholen die op creatieve wijze hun leegstand oplossen. Beaumont weet van een gebouw waar een politieagent een tijdje kantoor heeft gehouden, en van een school die het computerlokaal laat gebruiken voor lessen aan buurtbewoners.

De OBS Binnenstad is voorlopig veilig. De school van Floris heeft het geluk dat ze ooit, in tijden van groei, een dependance moest huren. Die zal worden afgestoten, vanaf komend schooljaar zitten alle leerlingen weer op één locatie. Het schoolplein is vorig jaar van een saaie tegelvloer omgetoverd tot natuurtuin, en er is een docent die zich heeft gespecialiseerd in hoogbegaafdheid en dyslexie. Zo hoopt directeur Jorissen de komende jaren aantrekkelijk genoeg te blijven voor ouders. ‘Het is een kwestie van profileren. Als je geen kwaliteit levert, weet je zeker dat je leerlingen verliest.’

Wat er met de school gaat gebeuren is onzeker, maar voorlopig is het schoolplein nog vol genoeg. ‘Ik heb passie voor mijn vak, we vinden wel een oplossing. Maar ik slaap af en toe wel slecht ja.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.