‘Jonge generatie Iraniërs heeft niks met het mullah-regime’

Eefje Blankevoort..

AMSTERDAM Stiekem kan alles in Iran. Het openbare leven is één groot bal masqué, waar chador dragende vrouwen met de blik neergeslagen over straat lopen en leidende geestelijken oproepen tot eenvoud, kuisheid en nederigheid. Maar achter die façade blijken getrouwde vrouwen vreemd te gaan en wonen hoge geestelijken in paleizen ingericht met kostbaar westers antiek. Hun levensstijl staat haaks op wat ze anderen in hun preken voorhouden.

De journalist en historica Eefje Blankevoort bezocht Iran de afgelopen vijf jaar regelmatig en woonde er al met al meer dan een jaar. Ze beschrijft het Iran achter de schermen van de islamitische republiek in haar boek Stiekem kan hier alles (uitgeverij Podium) dat deze week is verschenen.

‘Ik ging naar Iran om de rol van de propaganda voor het martelaarschap te onderzoeken’, zegt Blankevoort. ‘Lijden speelt in de sjiitische islam traditioneel een grote rol. Dat begint al met de stichter Ali en zijn zonen die hun leven offerden voor de islam. De oorlog tussen Iran en Irak, tussen 1980 en 1988, heeft die rol van martelaarschap, de ultieme vorm van lijden, nieuw leven ingeblazen. De dood werd verheerlijkt.’

Wie in Teheran rondloopt, ziet dat martelaarschap nog steeds een prominente rol speelt. In de oorlog met Irak offerden ontelbare jongens en mannen zich op. Ze liepen door de Iraakse mijnenvelden of namen het vrijwel onbewapend op tegen Iraakse militairen, met als enig doel te laten zien dat de bereidheid tot zelfopoffering zo groot was dat geen vijand Iran ooit zou verslaan.

De stad hangt nog steeds vol met posters en enorme muurschilderingen van de mannen die popelden om hun leven te geven voor de islam, alsook afbeeldingen van de trotse moeders van jonge martelaren. Blankevoort voerde gesprekken met vooraanstaande geestelijken en leiders van de Revolutionaire Garde over dat martelaarschap. Maar ook met gewone Iraniërs. Al snel ontdekte ze een groot verschil tussen schijn en werkelijkheid.

‘De idee van het martelaarschap is met de paplepel ingegeven. Officieel luidt het credo dat bloed het zwaard uiteindelijk overwint, dat niets is opgewassen tegen het martelaarschap. Maar zelfs bij organisaties van martelaren kreeg ik te horen dat dit onzin is. Heel vrome of traditionele Iraniërs geloven het, maar vooral jongeren keken me aan alsof ik gek was als ik erover begon.’

Blankevoort was een jaar oud toen de Islamitische Revolutie in 1979 uitbrak. Ze leefde in Iran met leeftijdsgenoten die deze revolutie ook alleen maar kennen van horen zeggen. ‘De waarden van de revolutie zegt ze weinig tot niets.’ Ze bouwde vriendschappen op, waardoor ze Iran van binnenuit leerde kennen. ‘Iedereen was aanvankelijk erg op zijn hoede: je weet nooit met wie je echt te doen hebt, of iemand informant is of niet.’

Ook zelf was Blankevoort op haar hoede. Ze is lesbisch en op homoseksualiteit staat in Iran de doodstraf. ‘Ik voelde me ongemakkelijk, want ook ik verzweeg heel lang dingen voor mijn beste vrienden.’ Maar toen ze eenmaal nauwe vriendschappen had gesloten, merkte ze dat de kloof tussen de islamitische regeringslijn en het dagelijks leven bizar groot is. ‘Neem seks voor het huwelijk – een enorm taboe. Het gebeurt veelvuldig. Homoseksuele contacten: ze zijn er volop. Het gebeurt vaak dat vrouwen vreemdgaan. Want getrouwde vrouwen zitten niet meer in over hun maagdelijkheid. Daar komt bij dat veel huwelijken in Iran verstandshuwelijken zijn.’

Maar ook de hoeders van de moraal leefden anders dan gedacht. Blankevoort bezocht geestelijken van de steenrijke door de staat gesubsidieerde martelarenfondsen. Die fondsen hebben meer weg van zakelijke conglomeraten dan van religieuze instellingen. Ze sprak met hen over islam en ethiek. In het openbaar praten de mullah’s volop over zelfbeheersing en afzien, maar toen Blankevoort de voorraad exquise drank en de leuke meisjes binnenshuis zag, bleek dat deze geestelijken zelf een andere leefstijl prefereren.

De historica voorspelt grote veranderingen. ‘Deze jonge generatie heeft niks met het regime. Er is toegenomen sociale repressie want het regime voelt zich bedreigd, van buitenaf door de sancties en van binnenuit door de onvrede onder de bevolking. Maar het regime is wereldvreemd, het denkt dat het bijvoorbeeld de nieuwe mediastroom kan tegenhouden door internet te controleren. Dat lukt niet.’

Blankevoort: ‘Er zijn honderdduizenden Iraanse webloggers, er is genoeg creativiteit en techniek om alle verboden te omzeilen. Van de regering mogen niet-getrouwde jongens en meisjes bijvoorbeeld niet samen op straat lopen. Maar als de zedenpolitie ingrijpt en die rotzakken vrouwen in elkaar slaan, wordt dat gefilmd en meteen op internet gezet. Jonge Iraniërs pikken zulke praktijken niet meer. Ze trekken zich uiteindelijk niets van de verboden aan. Seksfilmpjes bekijken op hun mobieltjes of computers is een geliefd tijdverdrijf.’

Blankevoort is ervan overtuigd dat de leiders die de wereld bekijken door een bril van 28 jaar geleden – het jaar van de revolutie – op den duur meer ruimte moeten bieden aan de wensen van de bevolking. Op straffe van ondergang. ‘Iraniërs willen sociale vrijheid, vrije verkiezingen, een ander leven. Maar de regering is taai en handig. Ahmadinejad is geen gek. Kijk naar de onderhandelingen over atoomenergie; Iran heeft elke ronde tot nu toe gewonnen. Het bewind is niet suïcidaal.’

Als het nodig is, zal Teheran de teugels laten vieren, meent Blankevoort. Of de jonge bevolking met slechts iets meer vrijheid genoegen zal nemen, valt te bezien. Maar een ding weet ze zeker: ‘Mocht Iran worden aangevallen vanwege zijn nucleaire programma dan wint het regime. In dat geval scharen Iraniërs zich achter de regering. Want zelfs de grootste critici van het regime onder mijn Iraanse vrienden zijn verrassend nationalistisch.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden