Analyse Protesten in Algerije

Jonge Algerijnen laten zich niet langer afschepen. Is er een revolutie op komst?

‘We willen niet geregeerd worden door een fotolijst’, roepen de Algerijnse jongeren die protesteren tegen de vijfde termijn voor president Bouteflika - die alleen nog maar als portret in de campagne aanwezig is.

Studenten protesteerden op 5 maart tegen een vijfde termijn voor hun huidige president Beeld EPA

Vrijdag protestdag. Op sociale media is opgeroepen tot de ‘Mars van 20 miljoen’, vandaag in Algerije. Het lijkt op een verlate reprise van de Arabische lente, maar dat beeld klopt niet helemaal. Ja, tienduizenden jonge Algerijnen gaan sinds twee weken de straat op om te demonstreren tegen de regering. Ja, net als destijds in Egypte en Tunesië wordt de onvrede gevoed door hoge werkloosheid en een haperende economie. En ja, ook in Algerije is sprake van een autoritair, van corruptie aan elkaar hangend bewind.

Maar anders dan toen wordt er niet ‘Het volk wil de val van het regime’ geroepen, en kan het verlangen van de beweging niet worden samengevat met de schreeuw: alles moet anders! De eisen zijn vastomlijnd en politiek doordacht, zegt Dalia Ghanem van de Carnegie Endowment in Beiroet: de 82-jarige president Abdelaziz Bouteflika moet zijn kandidatuur voor de verkiezingen van 18 april intrekken. ‘Geen vijfde termijn’, is de centrale leus.

Algerije-expert Ghanem, zelf Algerijnse, is net terug in Beiroet na opwindende dagen in Algiers, waar ze optrok met de demonstrerende jongeren. Ze werd getroffen door hun vastbeslotenheid en door hun vreedzaam geuite woede. ‘De slogans zijn slim, subtiel en soms grappig’, zegt ze.

‘We willen niet worden geregeerd door een fotolijst’, stond op een spandoek, een verwijzing naar de ingelijste portretten van de president die door de regeringspartij FLN worden neergezet op verkiezingsbijeenkomsten, als alternatief voor de kandidaat in eigen persoon.

De bejaarde president heeft zich, sinds hij zes jaar geleden een beroerte kreeg, nauwelijks in het openbaar vertoond. Hij zit in een rolstoel en schijnt amper nog tot spreken in staat te zijn. ‘De jongeren willen af van Bouteflika en zijn kliek. Ze schamen zich dat zo’n jong land wordt geregeerd door een zieke man.’

Bouteflika is geen alleenheerser, geen Kadhafi (Libië) of Ben Ali (Tunesië). In wezen is hij het uithangbord van de hem omringende kliek intimi, adviseurs en getrouwen. Zijn jongere broer Saïd trekt op de achtergrond aan menig touwtje. Sommigen menen dat hij de echte chef is in het presidentiële Palais d’El Mouradia.

President Abdelaziz Bouteflika Beeld AFP

In beton gegoten

De kliek op haar beurt is de kern van een veel groter establishment, een ondoorzichtig complex van dwarsverbanden en overlappende cirkels. De legerleiding, de zakenwereld, de partijpolitieke elite, de militaire inlichtingendienst: alles is met elkaar vervlochten en voor iedereen zit er ook financieel wel wat in het vat. Corruptie is de lijm van ‘le pouvoir’ (de macht), zoals het systeem wordt genoemd. Het is in beton gegoten en zo’n bastion slopen, dat gaat niet zomaar.

‘Algerijnen zijn erg realistisch over wat ze kunnen veranderen’, zegt Ghanem, die haar landgenoten afwisselend met ‘zij’ (als analist) en ‘wij’ (als Algerijnse) aanduidt. ‘Zelfs als de verandering niet meer dan een façade is, willen ze nog liever een nieuwe façade. We weten dat de Bouteflika-bende, als hij vertrekt, zal worden vervangen door een andere bende. Maar twintig jaar is genoeg.’

De ene kliek inwisselen voor de andere – het klinkt niet bepaald revolutionair. Het realisme van de Algerijnen komt deels voort uit het ‘donkere decennium’, de jaren negentig. Het leger greep in toen de islamistische partij FIS in 1991 de parlementsverkiezingen dreigde te gaan winnen. Een burgeroorlog volgde die aan zo’n 200 duizend mensen het leven kostte. Deze herinnering was een van de redenen waarom de Algerijnen in 2011 niet het voorbeeld volgden van Tunesië, Libië en Egypte.

Maar het gaat nog verder terug. De bevolking weet al sinds 1962, het jaar van de onafhankelijkheid, niet beter dan dat de generatie van de vrijheidsstrijders de macht in handen heeft. Sindsdien hebben de ‘décideurs’, degenen die het voor het zeggen hebben, zich voortdurend flexibel genoeg getoond om uitdagingen te overleven.

Brave oppositie

In de loop der jaren beleefde Algerije een overgang van een regelrechte dictatuur naar een meer hybride bestel, een autoritair bewind met elementen van democratie. Een golf van gewelddadig jongerenprotest in oktober 1988 zette een reeks democratische hervormingen in gang. De sinds 1962 regerende FLN moest andere partijen naast zich dulden, de pers kreeg meer ruimte, er kwamen verkiezingen die – per abuis - zelfs door islamisten gewonnen konden worden.

Na de burgeroorlog zette Bouteflika, die Algerije kundig uit het donkere decennium wist te loodsen, deze koers voort. Sindsdien wordt het land geregeerd door een coalitie van twee partijen, de FLN en de RDN. Binnen goed bewaakte lijntjes opereren in het parlement negen brave oppositiepartijen.

Zo wist de machtselite steeds tijdig de bakens te verzetten. Om de houding van de Algerijnse leiders sinds 1962 te illustreren, citeert Ghanem de roman De tijgerkat van Giuseppe di Lampedusa: ‘Als we willen dat alles hetzelfde blijft, zullen er dingen moeten veranderen.’

Zo ook met de huidige protestgolf. Uitingen van maatschappelijke onvrede zijn niet nieuw in Algerije, wel het ‘land van duizend-en-een demonstraties’ genoemd, maar politiek protest van deze omvang is ongekend. De jonge generaties zijn te slim en te wereldwijs om zich te laten afschepen met een fooi.

‘Dit is echt de hartekreet van het volk’, zegt Ghanem. ‘De betogingen zijn zeer spontaan. Leiders of organisaties heb ik niet gezien. Tot nu toe wordt alleen geëist dat Bouteflika zich terugtrekt. Maar de Algerijnen hebben tal van grieven, dus dat kan na verloop van tijd anders worden, zodat het uitgroeit tot een brede sociale beweging.’

Veranderingen komen er zeker, volgens de Carnegie-expert. Ze kan zich niet voorstellen dat de betogers als eersten met de ogen zullen knipperen. Maar het zal stap voor stap gaan en het zal zweet en tranen kosten. Hopelijk geen bloed.

Legertop de baas

‘Voorwaarde is dat het protest vreedzaam blijft. De betogers waren tot nu uiterst beschaafd en gebruikten geen geweld. Veel mensen hadden vuilniszakken bij zich om lege flessen op te ruimen. Toen ze langs het brandwondenziekenhuis in de Avenue Pasteur liepen, stopten ze met leuzen roepen, om de patiënten niet te storen.’

Terwijl leiders van de regeringspartij FLN het protest aanvankelijk weglachten, worden nu de eerste scheuren in het bastion van de macht zichtbaar. Sommige FLN-officials hebben zich bij de betogers aangesloten. Diverse publieke figuren kondigden hun ontslag aan. Twee afdelingen van de – doorgaans gezagsgetrouwe – vakbond UGTA hebben zich uitgesproken tegen Bouteflika’s herverkiezing. De zeer gerespecteerde organisatie van veteranen uit de onafhankelijkheidsstrijd noemt het in een verklaring ‘de plicht van alle segmenten van de Algerijnse samenleving de straat op te gaan’. Zo’n coalitie van oud en jong doet de kliek in Palais d’El Mouradia ongetwijfeld het lachen vergaan.

De onvrede afkopen met hogere lonen en nieuwe banen, zoals in 2011 gebeurde, dat zal niet meer lukken. Algerije is als olie-exporteur totaal afhankelijk van de internationale olieprijzen, en die zijn sinds 2014 gekelderd. De economie zit in het slop.

Zoals altijd in crisistijd ligt het lot van het land in handen van de militaire leiding, het machtigste onderdeel van le pouvoir. ‘De legertop is de baas, zelfs als ze niet regeert’, zegt Ghanem. ‘Al 57 jaar, sinds de onafhankelijkheid, kan er geen beslissing worden genomen zonder goedkeuring van de militaire leiders.’

Wat gaan de generaals doen? Tot nu toe stellen zij zich terughoudend op. De oproerpolitie laat zich niet provoceren. Het is moeilijk voorstelbaar dat het leger op de betogers zal gaan schieten. Die fout is in het verleden te vaak gemaakt.

Ongetwijfeld wordt in de legertop al nagedacht over een manier waarop de ontketende menigten gesust kunnen worden. Een brokje hervorming om echte veranderingen te voorkomen. Wordt de man in de rolstoel geofferd?

Bouteflika gaf daartoe dinsdag, nota bene vanuit het ziekenhuis in Zwitserland, al een aanzet. Hij suggereerde dat hij, indien gekozen, slechts een jaar zou aanblijven, om dan nieuwe verkiezingen uit te schrijven. Het probleem is immers dat het regime zo gauw – de inschrijving voor 18 april is zelfs al gesloten - geen alternatief voorhanden heeft. Dat een van de andere achttien kandidaten wordt gekozen is in de logica van les décideurs ondenkbaar.

En wie kan het alternatief zijn? Saïd, de 61-jarige broer van de president? Het zou de boze burgers alleen maar sterken in hun idee dat Algerije wordt geregeerd door een corrupte clan. ‘Geen Bouteflika, geen Saïd’, riepen de betogers de afgelopen dagen in Algiers en een reeks andere steden. ‘Algerije is een republiek, geen monarchie.’

Politieke islam geen factor van betekenis

De politieke islam in Algerije is getemd, sinds de burgeroorlog van de jaren negentig. Afgezien van Al Qaida-achtige groepjes in het binnenland vormt het islamisme geen bedreiging meer voor de gevestigde orde, althans niet op afzienbare termijn. De belangrijkste islamistische partij, de MSP, gaf jarenlang gedoogsteun aan president Bouteflika.

De parlementsverkiezingen van 2017, waarin ze 48 van de 462 zetels wonnen, waren voor de islamisten een teleurstelling. Bij de lokale verkiezingen wonnen ze in slechts acht van de 1.541 gemeenten.

Als de politieke islam niet haar koers bijstelt, schrijft Ahmed Marwane van het Washington Institute for Near East Policy, ‘is ze gedoemd te verdwijnen’. De islamisten ‘bieden geen praktische oplossingen voor de problemen die de samenleving plagen’. Riccardo Fabiani, analist van de Eurasia Group in New York, noemt de islamisten ‘verdeeld en irrelevant’. Ze hebben ‘hun geloofwaardigheid in de ogen van de bevolking verloren’.

Veel minder dan bij de moslimpartij Ennahda in Tunesië is de gematigde lijn de uitkomst van een autonome, diep doorleefde heroriëntatie. Aanpassing aan de gevestigde orde is de islamisten door de omstandigheden – en door het leger – opgedrongen. Bovendien is de MPS er minder dan Moslimbroeders in andere Arabische landen in geslaagd zich met sociaal werk te wortelen in de volkswijken.

Dat betekent volstrekt niet dat de islam op de terugtocht is in Algerije. Alcohol zit in het verdomhoekje, de hoofddoek is ook hier opgerukt. Seculiere vrouwen voelden zich twee jaar geleden genoodzaakt een ‘bikini-revolte’ te organiseren, tegen de opmars van zedige kledij op de mediterrane stranden.

Het ‘wetenschappelijk salafisme’ is in opkomst, een ultraconservatieve stroming die zich verre houdt van politiek. Gelovigen moeten het staatsgezag gehoorzamen. De regering komt aan de religieuze trend tegemoet met de bouw dit jaar van wat met 270 meter ’s werelds hoogste minaret wordt, bovenop de Djamaa el Dazair, de op twee na grootste moskee ter wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden