PostuumJohn Hume

John Hume (1937-2020): de Noord-Ierse vredesduif die de Nobelprijs voor de Vrede kreeg

John Hume doorbrak in zijn eentje de loopgravenoorlog tussen katholieken en protestanten. Hij begon de gesprekken die uiteindelijk zouden leiden tot het Goedevrijdagakkoord, waarmee de vrede in Noord-Ierland werd bezegeld. ‘Vlaggen kun je niet eten’, zei hij. Dinsdag overleed hij, 83 jaar oud.

John Hume in 1969 tegenover de oproerpolitie.Beeld Mirrorpix via Getty Images

Een zwartwitfoto uit april 1969 vat het leven van de maandagochtend overleden Noordierse politicus, vredestichter en Nobelprijswinnaar John Hume kort samen: te zien is hoe Hume, toen een 32-jarige mensenrechtenactivist, tijdens een demonstratie in Derry, zijn stad, op een vreedzame, sussende wijze de weg blokkeert voor oprukkende Britse agenten. Het zou nog drie decennia duren voordat hij, als medearchitect van het Goedevrijdagakkoord, de door hem en veel van zijn landgenoten felbegeerde vrede zou bereiken.

Deze vrede was het resultaat van een moedige beslissing die de leider van de gematigde Social Democratic and Labour Party (SDLP) in 1988 had genomen: Hume had besloten om in het geheim te gaan praten met Gerry Adams. Als leider van Sinn Fein was Adams indertijd een paria, maar Hume zag een dialoog met de politieke vleugel van de IRA als enige weg naar vrede. Vijf jaar later werd pas bekend dat Adams en Hume het gesprek waren aangegaan. Weer een jaar later werd het eerste resultaat zichtbaar: het verboden Ierse Republikeinse Leger beloofde de wapens neer te leggen.

De beruchte leider van de protestanten, dominee Ian Paisley, was niet onder de indruk van de gesprekken en noemde Hume ‘de boodschappenjongen van de IRA’. Hume’s reactie was veelzeggend: ‘Je kunt vlaggen niet eten.’ Zijn uitgangspunt: de sektarische strijd tussen pro-Ierse nationalisten en pro-Britse unionisten, tussen katholieken en protestanten, stonden zaken in de weg waar de zwijgende meerderheid van zijn landgenoten veel meer baat bij had: genoeg eten op tafel, fatsoenlijke huisvesting, veiligheid, goed onderwijs en een voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg.

Mensenrechtenactivist

Hume werd op 18 januari 1937 geboren in de Bogside, het arme katholieke deel van Derry waar ook Martin McGuinness opgroeide, de latere Sinn Fein-leider. Hij was voorbestemd om priester te worden, maar koos uiteindelijk voor het onderwijs. Het anti-katholieke beleid van de door protestanten bestuurde stad maakte van hem een mensenrechtenactivist. Hij werd aan vaste deelnemer aan protesten. Derry – ‘Londonderry’ voor protestanten – groeide uit tot het epicentrum van de burgeroorlog en in 1972 was de stad het decor van Bloody Sunday, waarbij 14 deelnemers aan een vreedzame mars door Britse para’s werden gedood.

Hume, een kettingroker, liet zich nooit provoceren tot geweld en bleef geloven in politieke oplossingen. Zo speelde hij halverwege jaren tachtig een sleutelrol bij de Brits-Ierse onderhandelingen die ertoe leidden dat de Ierse regering meer zeggenschap kreeg over Noordierse zaken. Als lid van het Europees parlement bouwde hij goede contacten op in Brussel, maar belangrijker was zijn invloed in de Verenigde Staten. Zo had hij een goede relatie met de Amerikaanse president Bill Clinton, die het Goedevrijdagakkoord zou beschouwen als het hoogtepunt van zijn buitenlandbeleid.

John Hume viert feest met de spelers van Derry City in oktober 2010.Beeld Sportsfile via Getty Images

Samen met de gematigde protestant David Trimble, en gesteund voor de regering-Blair, leidde hij de onderhandelingen die op Goede Vrijdag 1998 werden bekroond met een afspraak over het gezamenlijk besturen van Noord-Ierland. In datzelfde jaar mocht hij, samen met Trimble, de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst nemen. Zijn rol in de Noordierse politiek kwam evenwel langzaam ten einde. Ondanks het behaalde succes kon hij niet goed overweg met Trimble. Bovendien zouden de radicalere partijen, het Sinn Fein van McGuinness en de DUP van Paisley, de dienst gaan uitmaken in Belfast.

In 2004 trad hij terug als leider van de SDLP waarna hij meer tijd ging steken in het bestrijden van armoede, het geven van lezingen en het bezoeken van wedstrijden van Derry City, de voetbalclub waarvan hij voorzitter was. In de laatste jaren leed hij aan dementie, maar dat weerhield hem er niet van wandelingen langs de Foyle te maken. Wanneer hij verdwaalde was er altijd wel iemand om hem thuis te brengen. Na het bekendworden van Hume's heengaan, zei de Ierse president Michael Higgins, dat hij ‘door zijn woorden, zijn diplomatieke houding en bereidheid te luisteren’ de politiek op het eiland heeft veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden