John Hughes, Willy DeVille en de jaren tachtig

De een was betrokken bij de doorbraak van twee Britse rockbands in de VS. De ander was vooral populair in Europa, waar men hem in eigen land niet meer zag staan.

Allebei zijn ze uit 1950 en allebei zijn ze nu overleden. Regisseur, scenarioschrijver John Hughes en zanger Willy DeVille.

Ik moest vanavond veel aan beiden denken. Er is natuurlijk geen enkele grote overeenkomst tussen de twee behalve dat ze in hetzelfde etmaal overleden, en misschien dat de jaren tachtig toch wel tot hun gloriejaren behoorde.

Er kleeft aan beide levensverhalen iets treurigs. John Hughes heeft al jaren geen echt grote successen gehad, begreep ik, maar is door Home Alone (1990), dat hij niet alleen schreef maar ook produceerde, schatrijk geworden. Hij woonde op een landgoed bij Chicago en was op bezoek in New York waar hij tijdens een wandeling overleed.

Ik stel me zo voor dat hij al jaren probeerde terug te komen aan de top, die hij met The Breakfast Club in 1985 of met het scenario voor Pretty In Pink bereikt leek te hebben.

Ik kan me in elk geval niet voorstellen dat hij daar op zijn landgoed in volle tevredenheid met zichzelf zijn dagen sleet. Zijn successen behaalde hij toen hij nog geen veertig was. Waarom wilde het daarna maar niet lukken?

Willy DeVille had als grootste hindernis naar echte roem zijn drugsverslaving, maar het heeft me altijd verbaasd dat ze in de VS niet vielen voor een plaat als Coup De Grace (1981) en dat Mink DeVille daar hooguit nog herinnerd wordt vanwege Spanish Stroll en de betrokkenheid bij de punkclub CBGB's.

Waarom vonden wij in Europa hem zoveel beter dan dat ze hem in de VS vonden? En waarom hielden ze in de VS meer van de Britse postpunk band Psychedelic Furs en het nummer Don't You Forget About Me van Simple Minds dan wij?

Ik zou het niet weten. Ik sloeg DeVille in 1981 in ieder geval bijna net zo hoog aan als Bruce Springsteen. Hij had met Coup De Grace een erg goede rock 'n roll plaat gemaakt, die me op allerlei muziek wees die ik niet kende (Arthur Alexander bijvoorbeeld). Eind november 1981 zag ik een schitterend concert van Mink DeVille in Paradiso. Niet zo legendarisch als The Boss een half jaar eerder in Ahoy', maar wat wel?

Het bleek zijn hoogtepunt, en het zal me niks verbazen dat de slechte ontvangst in eigen land daar debet aan was.

Nu ik zijn werk weer aan het doorspitten was, viel me ineens op hoezeer zijn muziek lijkt op die van Herman Brood in zijn betere jaren. Ik vond Coup De Grace ineens ook minder dan Le Chat Bleu die eraan voorafging. Alleen Just To Walk That Little Girl Home al, is prachtig. Ook bijzonder, die samenwerking met Doc Pomus. Beide heren bewonderden elkaar en beiden konden zich dat van de ander niet voorstellen, zo las ik in Lonely Avenue, de Pomus biografie van Alex Halberstadt. DeVille zong inderdaad met de frasering van een soulzanger al Ben E. King, van wie ik in 1981 nog nooit gehoord had overigens.

Er had veel meer in gezeten, daar ben ik van overtuigd. Die beelden die ik op het journaal zag van zijn latere jaren, deden bijna pijn. Hier stond vooral een karikatuur van een groot rockzanger. Maar echt, die oude platen zijn beslist de moeite waard.

Graag had ik vanavond The Breakfast Club nog eens gezien. Indertijd zag ik 'm niet in de bioscoop. Waarom niet? Omdat ik toen al net zo weinig naar de bios ging als nu en ik waarschijnlijk geen zin had in een film over scholieren. Ik wist wel dat de Simple Minds Don't You Forget About Me voor die film hadden opgenomen, maar hoewel ik dat een mooi nummer vond, was dat geen voldoende argument.

Gek wellicht, want met de liedjes van Madonna had ik in die tijd niks, terwijl ik wel naar de bioscoop ging om Desperately Seeking Susan te zien.

Goed, ik zag de film later op tv en vond 'm erg leuk. Echt een 80's film, al stelt de muziek behalve die Simple Minds tune (door anderen gecomponeerd) niks voor.

Ik durf ook te stellen dat ik Don't You het laatste echt goede Simple Minds nummer vind. Ik was begin jaren tachtig echt een groot fan. Vond Sparkle In The Rain (1984) echter al een stuk minder dan New Gold Dream van 2 jaar eerder. Maar dat vond geloof ik iedereen.

Ik weet nog dat de eerste USA import singles (7inch) van Don't You voorjaar 1985 in Amsterdam te koop waren. Over een Europese release was nog niks bekend, en ik had 'm bijna gekocht, maar was toch te duur (13,95 meen ik me te herinneren. Daar kon je bijna een lp voor kopen).

Er werd ook behoorlijk op gemopperd, vooral omdat het niet eens een eigen nummer was, maar ook omdat ze zomaar een liedje bijdroegen aan een Hollywood productie. Dat was eigenlijk not done.

Ik vond het een mooi nummer, en heb er veel op gedanst.

Het was ook het laatste Simple Minds nummer waar ik dat over kan zeggen. Eind 1985 verscheen een nieuw album en die trok ik al niet meer. (Heel erg, alleen die herinnering al aan Alive And Kicking).

En dan die andere band die Hughes in de VS groot of groter heeft gemaakt: Psychedelic Furs.

Hun debuutalbum verscheen in 1980, maar ik kon er veel minder mee dan met andere debuutplaten uit dat jaar van Echo And The Bunnymen, The Sound en Comsat Angels. Er gebeurde ook niet zoveel mee. Ik hoorde bijna niemand over de band. U2 vond ik ook niet leuk, maar daar had wel iedereen het over.

Volgens mij maakte alleen Bert van de Kamp in OOR zich sterk voor de band. Pretty In Pink, kwam van hun tweede plaat, uit 1981, die nog minder deed. Maar toen was daar een paar jaar later ineens een film die vernoemd was naar een liedje van de band.

En Elvis Costello zong het een keer tijdens een concert.

Dus toen kende ik Pretty In Pink niet alleen, ik vond het ook meteen goed.

Leuk nummer dus, en een prima soundtrack met 80's nummers. Hoewel, ineens herinner ik me ook weer dat de allerergste single van New Order uit de jaren tachtig er voor gemaakt is: Shellshock.

Misschien ben ik uit protest daarom wel niet naar die film gegaan toen die in 1986 verscheen.

Ook Pretty In Pink zou ik nu wel weer een keer willen zien. Doe ze maar na elkaar, Breakfast Club en Pretty In Pink, als ode aan John Hughes.

Ze horen bij elkaar als Le Chat Bleu en Coup De Grace van Mink DeVille. En ze horen voor mij bij de jaren tachtig, net als hun scheppers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden