John Bradshaw, Britse diergedragskundige

MAARTEN KEULEMANS

Vervolg van pagina 1.

Dus de hond ziet ons in feite als soortgenoot?

'Ook dat is een wijdverbreide misvatting: dat mensen en honden als het ware één roedel vormen, waarin wij onze positie moeten vinden. Het meeste onderzoek leert juist dat honden er twee volledig gescheiden systemen van regels en gedragsgewoontes op nahouden. Eén voor honden, en één voor de mens. Ze zien ons compleet anders.'

Waaruit blijkt dat?

'Het spelgedrag tussen mens en hond wijkt structureel af van het spel tussen honden onderling. En uit Hongarije komt onderzoek naar de vocalisatie van honden - zeg maar, de manier waarop ze 'praten'. Ook daaruit blijkt dat honden uitstekend begrijpen: dit is een menselijke context, dat die van honden. Hier gebruik ik andere gedragsregels en andere communicatie dan daar.'

Wat zijn we dan wel, in de ogen van een hond?

'Ik denk een soort ouderfiguur. Honden worden doorgaans geboren in een menselijk huishouden, en hebben de ervaring dat er naast hun eigen moeder ook mensen voor hen zorgen. Zo leren ze onderscheid te maken tussen hun echte moeder en hun menselijke ouder. Ze leren: mensen zijn die dieren die voor je zorgen als je nog klein bent, als je voor het eerst de wereld leert kennen. Een soort ouders dus.'

Vreemd dus dat veel mensen hun hond nog altijd behandelen als een wild dier dat moet worden getuchtigd, schrijft Bradshaw in zijn net in het Nederlands verschenen boek Dit is de hond.

'De ene na de andere studie toont aan dat je meer gehoorzame, ontspannen honden krijgt door ze te trainen op basis van het simpele feit dat ze je aandacht willen', zegt hij. 'Je kunt honden belonen met aandacht, en ze bestraffen door ze aandacht te onthouden.' Een inzicht dat veel professionele hondentrainers al toepassen, vertelt Bradshaw. Nu de hondenfluisteraars van tv nog.

U schrijft dat straffen uitdelen vooral een truc is: anders zou het saaie televisie opleveren. Maar zo te zien werkt de strenge aanpak van Cesar Millan wél.

'De bestraffingsmethode belooft een snelle reparatie, het gedrag verandert misschien al in een paar minuten. En zo'n Millan is zeer vaardig in wat hij doet. Hij heeft zijn aanpak ook al aangepast. Maar mijn zorg is vooral dat mensen het volkomen verkeerd kunnen doen op basis van de tv. Dat is mijn probleem met trainers die straffen toepassen: in de handen van mensen die het maar half begrijpen, pakt zoiets slecht uit. Dat kan een hond veranderen van een dier dat potentieel gevaarlijk is in een dier dat echt gevaarlijk is.'

Noemt u eens iets?

'Je kunt een hond gemakkelijk afleren om naar je te grommen door hem te straffen. Veel mensen doen het zo. De hond gromt en je straft hem. Wat je dan krijgt, is een hond die weet dat hij niet mag grommen: dan krijgt hij straf. Dus de volgende keer dat hij bang is en wil dat een mens weggaat, zal hij niet grommen maar bijten. Dan heb je de hond dus gevaarlijker gemaakt door hem te straffen. En dat gebeurt vaak.'

De hond moet wel begrijpen hoe straf en gedrag samenhangen.

'De meeste hondenbezitters snappen dat niet. Je komt thuis, de hond heeft de kast overhoop gehaald en zit zogenaamd schuldig te kijken, dus je geeft hem straf. Terwijl er geen enkele manier is waarop een hond dat kan begrijpen. Honden hebben geen begrip van tijd, de straf moet dus direct volgen op het gedrag dat moet worden bestraft.'

Hoe zou het wel moeten?

'Het begint met: hem belonen als hij het ongewenste gedrag niet meer vertoont. Stel je hebt een hond die altijd aanslaat als de deurbel gaat. Wat je nodig hebt, is een vriend die op de deur komt kloppen. Tot de hond stopt met blaffen: dan beloon je hem. Of je gaat met de hond spelen. Als hij aanslaat bij de deurbel, houd je op met spelen en negeer je hem. En pas als hij stopt met blaffen, ga je verder. Je moet de situatie die je wilt veranderen ensceneren, doorgaans met de hulp van een paar andere mensen.

Ook bij dat andere klassieke probleem: de hond die tegen je been aanrijdt?

'Inderdaad. Mensen belonen dat gedrag door te gaan lachen, omdat ze zich beschaamd voelen. De hond krijgt dan aandacht en leert onbedoeld: goed, als er iemand op bezoek is, moet ik zijn been bespringen, een geweldig spel waarvoor ik veel lof krijg. Dat doorbreken, vergt dat je tegen je bezoek zegt: luister, als je naar mijn huis komt, doet de hond zus en zo, maar daar moet je niet op letten. De hond zal dan snel genoeg het idee krijgen: dit is eigenlijk helemaal niet leuk.'

En, tja, ze een tik geven?

'Veel honden zullen dat interpreteren als een aanmoediging, een klopje. Het hangt af van de hond, maar hun pijngrens precies opzoeken, is nog best lastig. Je moet niet onderschatten: honden hunkeren naar menselijk contact. Zelfs als dat contact enig ongemak met zich meebrengt, zullen ze dat vaak voor lief nemen.'

Opeens begint hij weer over de hondentrainers van televisie: 'Weet je? Door dat soort programma's beseffen mensen niet meer goed dat het trainen van een hond een voortdurend proces is. Een levenstaak. Het trainen moet een natuurlijk onderdeel van de relatie zijn, niet iets dat je een paar minuutjes per week doet.'

Zijn moderne, stedelijk levende mensen eigenlijk nog wel geschikt voor een hond?

'Kijk, als je een hond wilt voor alleen in het weekend... Dat is niet hoe een hond de wereld ziet. Een hond begrijpt niet wat een weekend is, en snapt niet wat het is om alleen te worden gelaten. Ze willen iedere dag menselijk gezelschap. Neem dan liever een kat. Dat is een advies dat ik wel aan mensen heb gegeven.'

CV JOHN BRADSHAW

1950 Geboren

1972 BA Biochemie, Universiteit van Oxford

1976 Promotie mierengedrag, Universiteit van Southampton 1980-1990

Bestudeert gewervelde dieren, Universiteit van Southampton; werkzaam als diergedragskundige bij diervoedingsfabrikant Waltham 1992

Boek The Behavior of Domestic Cats 1992

Oprichter en directeur Centrum voor Antrozoölogie, Universiteit van Southampton 1994

Boek The True Nature of the Cat 2002

Verplaatsing van het Anthrozoölogy Institute naar de Universiteit van Bristol 2011

Boek Dog Sense, vertaald als Dit is de hond (Nieuw Amsterdam; 416 pagina's; € 22,95)

John Bradshaw heeft nu geen hond, alleen katten.

DE LIEFSTE HOND WERD NOOIT HUISDIER

Honden stammen af van de grijze wolf, het dier waarmee onze voorouders zo'n 30- tot 15 duizend jaar geleden gingen optrekken. Maar in Afrika leeft een wilde hond met meer aanleg voor de rol van trouwe viervoeter, oppert John Bradshaw. Die hond is de hyenahond (Lycaon pictus, niet te verwarren met de veel grotere hyena uit de familie Hyaenidae). 'Het dier heeft het meest ontwikkelde sociale repertoire van alle wilde honden, inclusief de wolf. De troepen zijn groter, de communicatie is verfijnder en de roedels zijn groter', zegt Bradshaw. 'Dus als je zegt: we domesticeren het beest dat het beste communiceert en het beste begrip heeft van sociale omgevingen, dan zou ik zeggen: je kunt ook de Afrikaanse hyenahond nemen.'

Het liep anders: in Europa woonden toevallig wolven. Opmerkelijk genoeg is de grijze wolf niet de enige hondachtige die het tot huisdier schopte. Aan het einde van de 19de eeuw ontdekte de Britse ontdekkingsreiziger Charles Hamilton dat Zuid-Amerikaanse dorpsbewoners optrokken met zogeheten 'aguarahonden'. Het bleek te gaan om een tamme nakomeling van de Andesvos (Lycalopex culpaeus).

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden