Johannes Vermeer op tournee

NA REMBRANDT en Van Gogh is Johannes Vermeer aan de beurt om als grote publiekstrekker een internationaal tournee te maken....

Het kleine oeuvre van 35 schilderijen die ons van Vermeer zijn overgeleverd, bezit de juiste combinatie van raadselachtigheid en toegankelijkheid om een breed publiek aan te spreken. Meer elitair ingestelde lieden die dikwijls afhaken als een kunstenaar al te populair wordt, zoals bij van Gogh is gebeurd, blijven intussen trouw aan Vermeer. Zij kunnen zich blijven beroepen op Marcel Proust, bijvoorbeeld, die 'Het gezicht op Delft' het mooiste schilderij van de wereld vond.

Het Mauritshuis in Den Haag organiseerde in 1996 het eerste grote evenement rond Vermeer. Er kwam toen genoeg sponsorgeld binnen om de schilderijen voorafgaand aan de tentoonstelling te restaureren. Voor het eerst sinds de herontdekking van Vermeer in de tweede helft van de negentiende eeuw, die hem om te beginnen in Frankrijk geliefd maakte, was er in het Mauritshuis een bijna volledig overzicht van zijn werk te zien. Sommige particuliere eigenaren en musea, zoals het Kunsthistorisches Museum in Wenen dat het topstuk 'Allegorie van de schilderkunst' bezit, wilden hun kwetsbare werken niet afstaan en sinds 1990 is het schilderij 'Het concert' zoek. Na een inbraak in een privé-museum in Boston is het nooit meer boven water gekomen. Afgelopen voorjaar volgde het Metropolitan Museum New York en tot 16 september zijn Vermeers schilderijen in de National Gallery in Londen te zien.

Tentoonstellingen als deze genereren boeken. Naast de gebruikelijke catalogi, de gespecialiseerde studies en de versies daarvan voor een groot publiek, heeft Vermeer een opmerkelijk aantal Engelstalige, vrouwelijke schrijvers tot fictie geïnspireerd. Bij de een spelen (geroofde) schilderijen een hoofdrol, bij de ander, zoals in Tracy Chevaliers Girl with a Pearl Earring, een dienstmeisje dat Vermeer als model zou hebben gediend.

Allemaal ergerlijke verzinsels. Na Proust, die zijn hoofdfiguur en alter ego Charles Swann als een kenner van Vermeer opvoert, is niets gevolgd wat tot beter begrip van zijn kunst zou kunnen bijdragen. De fictie-opleving is wel een goede graadmeter voor de grote bekendheid van Vermeer, waarop auteurs kennelijk hun commerciële verwachtingen baseren.

De journalist en historicus Anthony Bailey, die eerder over Rembrandt schreef en een korte geschiedenis van Nederland op zijn naam heeft staan, schreef zijn A view of Delft - Vermeer now and then voor een groot publiek, maar houdt zich doorgaans aan de feiten. Zijn fantasie laat hij nu en dan de vrije loop om de lezer in staat te stellen zich 'in te leven' in de personen en gebeurtenissen die hij beschrijft. De vlotte toon en de dichterlijke vrijheden onderscheiden hem van geleerde auteurs zoals de Vermeer-specialist Walter Liedtke, conservator bij The Metropolitan Museum of Art in New York, van wie kort geleden en boek onder dezelfde titel is verschenen.

Liedtke bewerkte hiervoor zijn catalogus van de grote Vermeer-tentoonstelling in New York, en waarschuwt in het eerste hoofdstuk al dat hij 'niet tot een algemeen publiek' spreekt, maar tot diegenen die al vertrouwd zijn met het onderwerp, of er zelfs een eigen visie op Vermeer op nahouden.

Niettemin vertonen beide boeken grote overeenkomsten. Dat kan ook niet anders, want beide auteurs gaan uit van het weinige dat historisch houvast biedt inzake de figuur Vermeer. En dat is niet veel.

Net als bij Rembrandt en Van Gogh speelt de fascinatie met de persoon van Vermeer een belangrijke rol in zijn groeiende populariteit. Het verhaal in zijn geval is, dat er geen verhaal is. Van Vermeers korte leven, hij werd geboren in 1632, is weinig bekend. Onderzoek dat sinds de jaren zeventig op gang is gekomen, heeft veel over de geschiedenis en de zakelijke connecties van zijn familie boven water gebracht.

We weten dat hij jong getrouwd is met een katholiek meisje, zijn kinderen katholiek heeft opgevoed en dat hij katholiek is begraven. In het protestantse bolwerk dat de Republiek in zijn tijd was, lijkt hem dat geen noemenswaardige nadelen te hebben opgeleverd. Hij was lid en later ook bestuurder van het Sint Lukas-gilde in Delft, waar schilders broederlijk verenigd waren met ambachtslieden als leerbewerkers en zilversmeden.

Dat staat allemaal keurig in de archieven. Maar wie Vermeer werkelijk is geweest, wie zijn leermeesters waren, wie de jonge vrouwen waren die hij keer op keer heeft geschilderd, blijft giswerk voor specialisten.

Onbekend is wat de oorzaak is geweest van zijn plotselinge dood. Er was geen ziekbed, er zijn alleen vage overleveringen van 'geestelijk verval', 'melancholie' en financiële problemen. Op een koude winterdag, op 12 december 1675, zakte Vermeer plotseling in elkaar en was dood. Hij liet tien minderjarige kinderen na en een hoop schulden.

Delft is naast Vermeer het belangrijkste onderwerp van zowel Bailey als Liedtke. Bailey geeft een ruime en levendige beschrijving van de stad, vanaf de ramp die daar op 12 oktober 1654 plaatsvond. Op die dag ontplofte de munitieopslag. Onder de vele slachtoffers was ook Carel Fabritius, leerling van Rembrandt en in die dagen de beroemdste schilder van Delft. Met hem verging het grootste deel van zijn werk. Een enkel zelfportret is overgebleven, een klein schilderij met zicht op de Nieuwe Kerk, waarschijnlijk bedoeld om in een kijkdoos te plaatsen, en ook 'Het puttertje', een schilderij dat opvalt door zijn heldere eenvoud. Het wordt als voorloper en voorbeeld van Vermeer gezien, in sfeer verwant met de schilderijen van verstilde kamers waarin jonge vrouwen zich ingetogen en geconcentreerd wijden aan simpele bezigheden.

De vornaamste vraag die Liedtke zich stelt, is of er sprake is geweest van een Delftse school. Waren er onderlinge verbanden tussen de schilders die kort na elkaar of gelijktijdig in Delft gewerkt hebben, zoals Pieter de Hooch of de schilders van kerkinterieurs Emanuel de Witte en Gerard Houckgeest? Welke invloed speelden Utrecht of Amsterdam in de ontwikkelingen in Delft, in hoeverre straalde er iets af op de nijvere stad Delft met zijn bierbrouwerijen en aardewerkindustrie vanuit de hofstad Den Haag?

Die vragen zijn allemaal al eerder gesteld en waar anderen tot de slotsom waren gekomen dat, vergeleken met Utrecht en Amsterdam, Delft maar een provinciestad was, stelt Liedtke dat Delft zeker tot de jaren 1660 een grote uitstraling had. Faam genoten er de schilders, onder wie Vermeer, om de knappe wijze waarop zij het perspectief wisten weer te geven. Al dikwijls in de literatuur aangehaalde citaten van voorname Franse en Engelse reizigers leveren de argumentatie. De vraag of dat met behulp van de camera obscura of een andere hulpmiddel tot stand kwam, zal nog wel een tijd punt van geleerde discussie zijn.

Na de Franse inval in 1672 ging het economisch slecht, niet alleen in Delft overigens, en het gebrek aan kopers en opdrachtgevers zou ertoe hebben bijgedragen dat Vermeer, die ook een kunsthandel dreef, in penibele omstandigheden kwam te verkeren.

Bailey en Liedtke voegen geen verrassende nieuwe inzichten aan onze kennis over Vermeer toe. De pionier van het onderzoek was de Amerikaanse historicus John Michael Montias die in 1975 de archieven in Delft begon uit te pluizen. Zijn bevindingen, onder andere neergelegd in Vermeer and his milieu in 1989, hebben bijgedragen aan de kennis omtrent de sociale positie van Vermeer en zijn kunstbroeders.

Vermeer, die de mode van zijn tijd volgde om de werkelijkheid van het dagelijkse leven weer te geven, maar zich toch van alle anderen onderscheidde, blijft een raadsel. Wie in een aangenaam leesbaar boek alles te weten wil komen over wat er ooit over Vermeer en zijn tijd is gezegd en geschreven, heeft aan Bailey een betrouwbare gids. De studie van Liedtke herhaalt dezelfde feiten, maar graaft dieper en vergt van de lezer een meer studieuze houding.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden