Johannes passion

Vier opnames van de Johannes Passion van Bach, allevier beloond met vier sterren.

Gezien de enorme hoeveelheid passies die er in de aanloop naar de paasdagen over ons wordt uitgestort kunnen we het ons veroorloven om kieskeurig te zijn. Maar hoewel er drie nieuwe registraties van de Johannes Passion voorhanden zijn, is de gedroomde ideale uitvoering er niet bij. Ze ligt wel binnen handbereik: met een schaar en een lijmpot zou je uit die drie uitvoeringen je eigen favoriete versie kunnen samenstellen.


Zo is vast niet iedereen gediend van de manier waarop Markus Schäfer bij het Orkest van de Achttiende Eeuw gestalte geeft aan de partij van de evangelist. Schäfer kraait soms nog harder dan de haan die Petrus wijst op zijn drievuldige verloochening van de Heiland. Dan is Hans-Jörg Mammel, die dezelfde rol vervult bij het Ricercar Consort, een stuk ingetogener - maar wel erg precieus in zijn dictie ('alsof zijn slipje schrijnt', om een oude analogie van Koot en Bie van stal te halen). Die zouden we toch liever willen omruilen voor de stralende, smetteloze vertolking die Mark Padmore in 2003 weggaf in het Duitse Königslutter onder John Eliot Gardiner - een opname die bij de Duitse omroep acht jaar op de plank heeft gelegen. Maar Gardiners Christus (Hanno Müller-Brachmann) is weer wat pompeus, en het orkest is niet overal even helder, anders dan het fantastisch eendrachtige Monteverdi Choir.


De Belg Philippe Pierlot en zijn Ricercar Consort doen het als vertegenwoordigers van de jongste, kleinschalige Bachtrend met niet meer dan acht zangers. Daarmee is hun Johannes-registratie bijzonder geschikt voor beluistering in de huiskamer. Er is scherpte en theatraliteit, maar ook perspectief. Hoewel de mannelijke alten niet kwaad klinken verbleken ze toch ietwat vergeleken bij de standaard op dat gebied, die de laatste jaren flink is opgeschroefd.


Datzelfde geldt voor Michael Chance, de altzanger in de Johannes van het Orkest van de Achttiende Eeuw, die onder handen van dirigent Frans Brüggen een karakteristieke mildheid krijgt. Brüggen heeft daarentegen weer wel stijgende sterren als sopraan Carolyn Sampson en tenor Marcel Beekman in zijn equipe. Met zijn betrekkelijk grote bezetting en de wat forse koorklank van Cappella Amsterdam is dit misschien de meest traditionele uitvoering van de drie.


De Nederlandse Bachvereniging kiest met haar Matthäus Passion onder Jos Van Veldhoven juist weer voor een minder orthodoxe benadering: uitgangspunt is de kleine bezetting, maar koor 1 heeft een heel contingent hulpzangers, zodat de gebruikelijke volstrekt symmetrische opstelling, die inderdaad niet wordt gestaafd door de muzikale inhoud, doorbroken wordt. De uitvoering is zeer verzorgd, Gerd Türk is een onberispelijke evangelist, en er is een leuke jonge zangersploeg aan het werk, al is tenor Julian Podger weer het haantjestype. Het fraai geïllustreerde tekstboekje is het extraatje.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden