Johan Simons, boerenzoon en theatermaker van Europese allure

Johan Simons, jongen uit een boerendorp, reus in de kunstwereld, krijgt volgende week de Prins Bernhard Cultuurprijs. Hij wilde weg van de elite, theater voor de gewone mensen. Maar de gewone mensen kwamen niet en de elite vond hem altijd weer.

Theaterregisseur Johan Simons (links) en zijn vrouw Elsie de Brauw maken bij hun huis in Varik een praatje met de buurvrouw. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Ze speelden Shakespeare's Othello in de bonbondoos van de Amsterdamse Stadsschouwburg, voorjaar 1993. 'Ze' waren Hollandia, dat Johan Simons in 1985 met Paul Koek had opgericht, en Toneelgroep Amsterdam; Simons regisseerde. Het zag er prachtig uit, de belichting was mooi, de kostuums waren mooi, het decor was mooi, alles was mooi. Hij was 47 en het was voor het eerst dat Simons in een schouwburg regisseerde.

En toch klopte het niet, gaandeweg de voorstellingen werd hij onrustiger. Er gebeurde niks op het toneel. Hij verlangde naar de kippenhokken en de tuinderskassen waar Hollandia placht te spelen, hij wilde een confronterende Othello.

En dus besloot hij halverwege: weg met dat licht en weg met dat fraaie decor, weg met al dat gelikte. Er kwamen simpele zij- en achterdoeken voor in de plaats, het lichtplan werd een batterij lampen op stellages. Het ging weer om de essentie.

Al in 1993 kon je in optima forma zien wat een rusteloze zoeker Johan Simons is.

Een jaar later kwam Hollandia met Perzen van de Griekse tragediedichter Aeschylus. Het stuk werd opgevoerd in de autosloperij van Jantje Smit in Westzaan. Simons was weer helemaal thuis.

Allure

Hij is inmiddels een theatermaker van Europese allure, volgende week krijgt hij de Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs. 'Als een kind zo blij' is hij ermee. Maar als de prijs de waardering wil uitdrukken voor zijn radicale authenticiteit, zijn integriteit als kunstenaar, had de erkenning ook twintig jaar geleden al kunnen komen.

'Johan is een paus. Natuurlijk is hij dat.' Hans Andersson was bijna twintig jaar voorzitter van Hollandia en van ZT Hollandia, na de overname van het Zuidelijk Toneel in 2001. 'Maar als Johan met zijn vak bezig is, zie je de liefde. Of het nu met de groten is of met de kleintjes die hij groot maakt, het is altijd alleen maar toewijding.'

Van de gepijnigde soort, moet daar meteen aan worden toegevoegd. In de documentaire over Simons die Ireen van Ditshuyzen in 2011 uitbracht, doet een aantal acteurs, onder wie Simons' eigen vrouw Elsie de Brauw voor hoe dat gaat tijdens repetities. Theatraal, gekweld, de grote handen in het boze gezicht en in de woeste haren. Pierre Bokma als Johan Simons: 'Ja, dat wéét ik allemaal niet. Hè, god-ver-dom-me.'

'Elke keer is hij ook weer bang voor een nieuwe voorstelling', zegt Andersson. 'Dat kan niet anders, want wat hij wil is altijd hoog gegrepen.'

'Mensen zonder angst zijn levensgevaarlijk', heeft Simons er zelf over gezegd. Hij citeerde Aeschylus. 'Prachtige zin,' voegde hij toe.

Johan Simons (links) ontvangt in Hamburg de Faustprijs, eerder deze maand Beeld epa

Johan Simons

1946 Geboren in Heerjansdam

1996 Wint Albert van Dalsumprijs

1997 Wint de Grote Theaterfestivalprijs

1999 Onderscheiding op festival Politik im Freien Theater, Stuttgart

2000 Preis für Innovation im Theater, Taormina

2002 Prosceniumprijs

2004 Nestroy voor Elementarteilchen van Houellebecq, Zürich; Prijs van de Kritiek; Regisseur des Jahres, Berlijn

2007 J.P. van Praagprijs van het Humanistisch Verbond

2009 Eredoctoraat Universiteit van Gent

2013 Theater des Jahres voor Münchner Kammerspiele

2014 Faustprijs voor Dantons Tod, Hamburg; Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs

Angst

Een paus met angst in zijn flikker, maar toch een paus. Een beminde paus ook. In 2005 ging hij naar Gent; hij was gevraagd om het stadstheater uit het slop te trekken. Hij zou acht jaar blijven. Hij vertrok al in de zomer van 2010 naar de Münchner Kammerspiele. Groot, belangrijk, chic. Het was verraad. 'Ik ga me niet zitten verdedigen', monkelde Simons.

Bij zijn vertrek uit Gent zong actrice Els Dottermans hem toe: 'Je loog tegen mij (alsof ik een kind was)'. Met lede ogen lieten ze hem gaan. Van Simons wordt gezegd dat hij op de een of andere manier spel uit acteurs weet te halen dat je niet voor mogelijk houdt. 'Jij hebt de autonomie en het plezier van het spelen teruggebracht', zei Dottermans.

Kenmerkend is zijn werkwijze, in reincultuur zag je die bij Hollandia, maar in essentie doet hij in München nog steeds hetzelfde. Hollandia, waaraan latere grootheden als Jeroen Willems, Betty Schuurman en Bert Luppes waren verbonden, zat gehuisvest in een voormalig nonnenklooster in Westzaan. Het was oude troep, smerig en koud. Ze zaten er verschanst. Dagenlang kon Simons als de pater familias met zijn acteurs in de weer zijn met tekst. Eindeloos moest aan tafel tekst worden gelezen, hardop. Het spel kwam later wel.

Bij repetities kan hij lang zwijgen. Soms zit hij urenlang stil te zijn. De omgeving wordt er ongemakkelijk van. De verdenking bestaat dat het ook een manier is om zijn zin te krijgen. Lang zwijgen om op een laat moment te zeggen wat je ervan vindt.

Dat verschansen in Westzaan was ook de uitdrukking van een ander streven: weg van Amsterdam, weg van het establishment. Het was zijn milieu niet. Voor Johan Simons, jongen uit een boerendorp, bood de plek buiten de grote stad geborgenheid. Hij en zijn acteurs waren een familie. Men leefde dicht op elkaar, ook buiten de voorstelling om. Zo zag hij het graag.

Johan Simons (rechts) en Hans Kesting van Toneelgroep Amsterdam bij Dantons Tod, februari 2014. Beeld TGA

Visafslag

Hollandia was bedoeld voor gewone mensen. Het gezelschap speelde boerenstukken en Griekse tragedies op locatie, in schuren en loodsen. Men toonde voor gewone mensen de gekweldheid van het bestaan en de noodzaak van strijd tegen de macht. Er waren maar twee problemen: de gewone Zaankanter bleef weg. En de Amsterdamse beau monde vond het geen probleem om met de BMW naar de visafslag of de loods van Jantje Smit te rijden.

Arthur Sonnen, programmeur van het Holland Festival en de man die Simons in Duitsland introduceerde: 'Zijn theater voldeed te veel aan de normen van de elite. De elite vond hem altijd weer terug, hoezeer hij zich ook verborg.'

Simons heeft een ingewikkelde relatie met elite. Hij is al jaren met Elsie de Brauw, ze hebben twee inmiddels volwassen zonen. Waar viel hij op? Op haar benen, op haar ogen. Op haar schele ogen. En op het milieu waaruit ze voortkwam, de adellijke familie De Brauw uit Den Haag. Ze deugen niet, die welgestelde stinkerds, en ze fascineren hem tegelijkertijd. Het is niet eens afgunst, het is vooral nieuwsgierigheid naar hoe het toegaat in die kringen. En het is het besef dat je als gewone jongen meer je best moet doen. En dapper moet zijn, moediger dan die anderen die het mooie leven op een presenteerblad krijgen aangereikt.

Koningin

In de documentaire die Ireen van Ditshuyzen in 2011 uitbracht, zie je hoe Simons zijn acteurs in München vertelt over de bezuinigingen: 'In Holland is 40 procent gekort op de subsidies voor de kunsten. Deze ontwikkeling zie je in Duitsland nog niet en hopelijk blijft dat ook zo. Maar geloof me, het is een vreselijke ontwikkeling.'

Iets verderop in de film: 'Eigenlijk zou de koningin af moeten treden. Die zou gewoon moeten zeggen: ik wil niet regeren in zo'n land. Moet je eens kijken wat er dan gebeurt. Als we een goeie koningin zouden hebben, zou die dat doen.'

Armoede

Johan Simons is van Heerjansdam, vlek op de Zuid-Hollandse eilanden. Je werd boer of boekhouder, op z'n best. Het bestaan werd gevierd in armoede. Vader ging met brood langs de deur in Rotterdam-Zuid. Al te vaak ging hij rechtstreeks door naar Duindigt, naar de paardenrennen. Hij heeft er alles vergokt. Zijn moeder heeft krom gelegen en de schulden terugbetaald, tot de laatste cent. Het was haar boerentrots.

Waar heeft Simons die gevoeligheid voor de schone kunsten vandaan, door hem zelf dikwijls aangeduid met de enigszins elitaire term 'goede smaak'? Hij heeft altijd goede dramaturgen om zich heen, vertrouwelingen die hem wijzen op stukken en auteurs.

Maar het is vooral zijn intuïtie die hem stuurt. Van Pierre Audi is de waarneming dat Simons schildert op het toneel. Hij weet dat hij kan vertrouwen op zijn gevoel, al weet hij met nog meer zekerheid dat zijn zelfvertrouwen broos is als glas. Wat staat er in de tekst? Hoe gaan we een scène spelen? En waarom spelen we het zo? En waarom niet zus? Hoor eens, hij weet het ook allemaal niet, god-ver-dom-me. Simons: 'Ik houd het meest van acteurs die steeds weer proberen de onzekerheid op te zoeken.'

Met alle huiver die in hem is, kent hij maar één richting: vooruit. Het is zijn geldingsdrang die hem voortstuwt. 'Ik heb me altijd omhoog geknokt.' Het is Heerjansdam dat veel in zijn leven bepaalt. Hij komt van ver. 'Als je niet wordt opgemerkt', heeft hij gezegd, 'besta je niet, heb je niet bestaan.' Elsie de Brauw noemt hem 'een fighter die van zich afbijt en recht op zijn doel afgaat'.

Johan Simons (links) thuis met zijn vrouw Elsie de Brauw in Varik. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Noodzaak

In Duitsland, in München wordt hij op handen gedragen. Kunst is er nog een noodzaak. In Nederland, in België is het vechten tegen de bierkaai van een hooghartige, vijandige overheid en een publiek dat maar matig geïnteresseerd is.

En toch komt hij terug. Ze hadden hem in München gevraagd nog drie jaar bij te tekenen, maar hij gaat terug naar huis, naar Varik, dorp in de Tielerwaard, honderd meter van de Waal. Het is de heimwee. München is te ver weg van de jongens en Elsie. 'Ik heb een goed huwelijk, waarom wonen we dan apart?', zei hij al kort na zijn aanstelling.

68 is hij nu; denk niet dat hij stil gaat zitten. Hij gaat NTGent weer doen. En dan gaat hij de Ruhrtriënnale, belangrijk Duits festival, erbij doen. Standplaats Gelsenkirchen, maar anderhalf uur rijden van Varik. En het lijkt erop dat hij in Rotterdam overeenstemming bereikt met het gemeentebestuur en het RO-theater voor grote Europese projecten, hij wil het al jaren. En daarnaast heeft hij nog de nieuwe Akademie van Kunsten waarin hij een prominente rol speelt. Verder wil hij met Pierre Bokma beginnen aan Celines Reis naar het einde van de nacht. Moet een solovoorstelling worden van zes uur, de meesterproef van Neerlands belangrijkste acteur. En misschien dan ook opnieuw de opera. Het is eerder mislukt. In Parijs is hij uitgefloten voor zijn versie van Verdi's Boccanegra. Maar hij zou het graag doen, het hoort ook bij hem, dat lyrische van het muziekdrama.

Hij kan moeilijk kiezen. Hij wil het allemaal. Hij is 68 en kan telkens opnieuw beginnen. Hij moet ervoor waken dat de tijd hem inhaalt, hij moet zien dat hij de dood voorblijft. Roem is aangenaam, hij is trots op wat hij heeft bereikt. Maar wat telt is gedrevenheid. Wat is dat dan, volgens Simons, gedrevenheid? 'Dat is dat je voor je dood alles verteld hebt.'

Kwetsbaar

In een interview in de Belgische krant De Morgen, in 2011, deed Johan Simons belijdenis. Dat ging zo: 'Ik zag gisteren een documentaire over een heel getalenteerde violiste die gevolgd werd in haar parcours van school tot Concertgebouw. Zoiets kan mij diep ontroeren. De totale passie, die vervoering. Hoe zij gaat voor een leven waarvan ze weet dat ze er in het allerbeste geval een goeie boterham mee kan verdienen, maar misschien ook niet. Als mensen er zoveel onzekerheid voor over hebben, vind ik dat van een hele grote innerlijke schoonheid getuigen. Kunst maakt je kwetsbaar, meer dan wat ook.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden