Interview Johan Remkes, vertrekkend commissaris van de koning

Johan Remkes zwaait af. ‘Ik denk vaak: kan er misschien nog even geluisterd worden?’

Na 45 jaar politiek en bestuur zet VVD-veteraan Johan Remkes (67) een punt achter zijn carrière. Hij is kritisch. Burgers hebben behoefte aan daadkracht en duidelijkheid, maar te vaak geeft de overheid niet thuis. ‘Tenenkrommend.’

Johan Remkes in zijn werkkamer. Beeld Jiri Büller

Hij heeft de hartstocht nog meegemaakt. Hij was een jaar of 20 en er bestond zo veel belangstelling voor de politiek dat de heren Den Uyl en Wiegel die in Het Tehuis in Groningen met elkaar in debat gingen, gezamenlijk besloten na afloop van hun optreden nog een tweede voorstelling te geven. Zaal weer vol.

Nu moet hij onderkennen dat het aanzien van de politiek in een aantal opzichten is geërodeerd. ‘Er is zo veel polarisatie’, verzucht hij, ‘je treft het volop in de samenleving en je ziet het, amper beschaafder, ook in de ­politiek. Ik denk vaak: kan er misschien nog even geluisterd worden?’

De sociale media ziet hij als een voorname factor van ontwrichting. Ze infecteren met hun boude beweringen de klassieke media; wat rondgaat op internet wordt vaak zonder slag of stoot overgenomen en het eind van het lied is dat iedereen achter de vertekening aanholt.

Heeft hij een illustratie? Het enigszins slepende geluid van Johan Remkes slaat ineens om in imponerende stemverheffing: ‘Ik word DOOD- EN DOODZIEK van het Zwarte Pietdebat. Het is toch een volkomen idiote loopgravenoorlog, zowel van de ene als van de andere kant. Het begon op sociale media en de afgelopen maanden kon je geen televisierubriek aanzetten, geen krant openslaan of het ging erover. Echt totaal over the hill.

‘Ik begrijp de boosheid van mensen als ze zien dat er de afgelopen jaren een stevige welvaartsgroei is geweest en ze daar zelf amper van hebben mogen profiteren. Maar iets onbenulligs als de kleur van Zwarte Piet… ach mensen, luister eens naar elkaar.’

Met een uitroepteken eindigde deze week de carrière van VVD-veteraan Johan Remkes (67). Als voorzitter van een staatscommissie studeerde hij twee jaar lang op diepe vragen die de democratie kwellen: vertegenwoordigt het parlement de kiezer nog wel, verdienen politieke partijen nog wel het levenslicht en hoe krijgt de burger meer macht? Donderdag kwam het eindrapport. Maandag zwaait Remkes af als commissaris van de koning in Noord-Holland en komt een einde aan een loopbaan van 45 jaar in politiek en bestuur, van assistent van de gemeenteraadsfractie in Groningen tot minister van Binnenlandse ­Zaken.

‘Weggaan is moeilijker dan komen’, weet hij. Een rijzige, smalle gestalte, droeve trekken in het gelaat. Zijn Groningse tongval heeft hem nooit verlaten. Niet in Den Haag en ook niet hier in het provinciehuis in Haarlem, de laatste halteplaats. In zijn werkkamer is links van een plechtige staartklok een helblauwe plastic container aanwezig. De commissaris is druk doende zijn archief goeddeels aan de versnipperaar te schenken. Hij zegt: ‘Je moet de neiging om te blijven, onderdrukken. Dat is de kunst.’

Johan Remkes, voorzitter van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, overhandigt een adviesrapport over de vernieuwing van het parlementair stelsel aan Minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (D66). Beeld ANP

Waar is dat goed voor?

‘Voor je eigen gemoedsrust. Het geldt voor iedereen, denk ik. Sven Kramer…’ Weer die plotselinge stemverheffing: ‘Die moet STOPPEN! Sven Kramer zit zichzelf in de weg. Hij heeft hardnekkige blessures en hoopt nog kampioenschappen mee te maken, ook nog te winnen. Hoop hebben is een goeie ­eigenschap. Zelfkennis is dat ook. Die twee zitten elkaar nog wel eens in de weg.’

Hij was staatssecretaris en minister tussen 1998 en 2007 toen de ongedurigheid in de politiek sloop, voornamelijk door de opkomst van Fortuyn. De gevestigde politiek kon het niet begrijpen. Remkes: ‘Ik heb het eerlijk gezegd wel begrepen, geloof ik. Ik werd als staatssecretaris van Wonen uitgenodigd voor makelaarscongressen en dergelijke. Daar vroegen ze dikwijls Pim Fortuyn als de spreker om wie je ook nog kon lachen. Ik zag zijn kracht. Het fenomeen werd in liberale kring, of je nu in de fractie kwam of onder liberale bewindslieden, gewoon weggedefinieerd. Hij werd als clownesk afgedaan. Daar is dus een geweldige taxatiefout gemaakt’

Waar zat de kracht van Fortuyn?

‘We kwamen uit Paars. Dat was bezig af te sterven. Je merkte dat onrust ontstond over private rijkdom en publieke armoede, over het matige functioneren van de overheid. Dat stelde hij op adequate wijze aan de kaak.’

Waarom werd dat niet gesnapt?

‘De peilingen zijn toch goed – dat was het antwoord. Er waren heus wel bewindslieden en fractieleden die in de gaten hadden dat er meer loos was dan uit de cijfers bleek, maar hun inbreng werd redelijk consequent van de vergaderagenda afgevoerd. Letterlijk. De VVD stond daar niet alleen in.’

Het stabiliserende midden kalft nog steeds verder af. Wat doet de politiek nu verkeerd?

‘Een aantal dingen. Wat me mateloos ergert, is de zwakke uitvoeringskracht van de overheid. Ik heb als ­minister gezegd: bij de AIVD komen ze capaciteit tekort. Het kabinet heeft toen vrij rigoureus tot een stevige uitbreiding besloten. Daarna moest er opeens weer bezuinigd worden. Dan volgt een incident en zegt men: ja, ja, jammer, toch een verkeerde keuze geweest. Idem dito met de ­Belastingdienst, met Defensie, met de politie. We gaan een ­Nationale Politie oprichten en we boeken tegelijkertijd een bezuiniging in. Je wéét dat het zo niet werkt en toch doen we het. Dat is soms zeer tenenkrommend.’

Van huis uit kenmerkt hem de Groningse geaardheid van nuchterheid en praktische zin. Een bloemenkind van de jaren zeventig is aan hem niet verloren gegaan.

Hij zegt: ‘De mentale onderstroom van alles moet kunnen – daar heb ik nooit iets mee gehad. We zijn veel ­toleranter geworden met drugs. Het drugsgebruik heeft onze samenleving helemaal niks goeds gebracht. Helemaal niks.’

Johan Remkes tijdens de presentatie van het rapport 'Lage Drempels, Hoge Dijken'. De commissie deed onderzoek in opdracht van de regering. Beeld ANP

De jenever wel?

‘Ik ben in mijn studententijd jenever begonnen te drinken. Dat heb ik goed volgehouden, maar altijd met mate.’ (Van hem gaat het verhaal dat hij met de ene hand een biertje plus een borrel kan vasthouden terwijl hij met de andere hand een shaggie rolt.)

‘Ik denk dat het aantal jonge slachtoffers als gevolg van jenever beperkt is. Ik vind dat hier veel te veel drugs worden gebruikt en geproduceerd. Een paar dagen geleden nog is een meisje in Schagen overleden. Dat probleem is helemaal niet weg. Ik ben mordicus tegen de experimenten die nu gaan beginnen.’

Dat gaat over wiet; onschuldiger dan xtc.

‘Verkijk je niet op het aantal gebruikers met verschijnselen van schizofrenie. Het is het gevolg van het hoge THC-gehalte in wiet.’

Het pleit alleen maar voor regulering.

‘Voor mij is dat een brug te ver. Ik ben voor stevig bestrijden. Ik realiseer me natuurlijk heel goed dat het een lastig te winnen strijd is. Maar de kernvraag is voor mij: hoe zit de overheid in deze wedstrijd? Wegkijkend, almaar opschuivend of uitstralend dat het voor de samenleving hartstikke fout is.’

Hij vertrekt uit het openbare leven en er zijn, verzekert hij, geen functies die hij nog zou ambiëren, na raadslid, gedeputeerde, Kamerlid, staatssecretaris, minister en commissaris te zijn geweest. Wel had hij graag nog enkele lopende kwesties afgemaakt. ‘Zoals het debat over Schiphol’, klinkt het gretig. Schiphol moet ‘gematigd’ groeien in de woorden van Dick Benschop, de nieuwe directeur van de luchthaven. Omwonenden verlangen dat ‘het vliegmonster wordt getemd’. Geen groei is in de ogen van de KLM ‘een rampscenario’. De vakantievluchten moeten gaan vertrekken vanaf Lelystad.

Remkes: ‘Waar ik mij mateloos aan erger, is dat in sommige delen van het land ach en wee wordt geroepen over de ontwikkeling van Lelystad. Maar er liggen bestuurlijke afspraken. Men heeft nu de simpele redenering: laat de bewoners in de omgeving van Schiphol maar met de lasten zitten. Het lawaai van de vluchten die voorzien zijn vanaf Lelystad staat in geen verhouding tot de lasten die hier worden ervaren. En dezelfde mensen die te hoop lopen tegen Lelystad, maken wel gebruik van Schiphol.’

Is dat geen kulargument? Ook mensen uit Brabant en, niet te vergeten, uit Groningen vliegen vanaf Schiphol.

‘Jazeker, het zijn Nederlanders die gebruikmaken van Schiphol. Maar laten we nou even reëel zijn. Je kunt eindeloos delibereren over de vraag of Schiphol op de juiste plek ligt. Misschien had mijn voorganger Roel de Wit gelijk, die pleitte voor een nationale luchthaven in de Markerwaard. Is niet gebeurd. Schiphol is Schiphol. De vaderlandse politiek heeft alom koers gezet richting Lelystad, als overloop voor Schiphol. Dan moet je op een gegeven moment ook zeggen: en aan die koers houden we vast.’

De mensen op de Veluwe die de geluidsoverlast van Lelystad vrezen, hebben aangetoond dat de gepresenteerde cijfers over geluidshinder niet kloppen. Moet u niet blij zijn met burgers die zich niet om de tuin laten leiden?

‘In de rapportage over de milieueffecten is een grove fout gemaakt. Terecht dat bewoners in het geweer kwamen. En het vertrouwen is dus weg. Zeker, dat onderken ik. Maar wat is nou ­redelijk? Je kunt toch de lasten niet geheel en al bij het woongebied rondom Schiphol leggen? Dan is het onvermijdelijk dat Lelystad meedoet, binnen grenzen, maar wel meedoet.’

Hij is van het uitstervende ras der rokers. Een uurtje houdt hij het uit zonder nicotine. Dan beent hij in zijn karakteristieke lange pas vanuit de stijlvolle werkkamer naar de voorkant van paviljoen Welgelegen, het 18de-eeuwse, neoclassicistische landhuis dat dienst doet als provinciehuis. Staande op het bordes, met uitzicht op de lommer van de Haarlemmerhout geniet hij een paar minuten van zijn shag.

Staatssecretaris Blokhuis wil dat rokers verdwijnen.

‘Daarvoor heeft hij mijn hartelijke ­zegen. Maar de druk op mijn persoonlijk leven begint te hinderen. Dan moet ik toch overwegen te doen wat Helmut Schmidt heeft gedaan.’ (De oud-bondskanselier van Duitsland liet op 94-jarige leeftijd tweehonderd sloffen van zijn favoriete sigarettenmerk inslaan, omdat de Europese Unie mentholsigaretten wilde verbieden.)

Remkes: ‘Laat alsjeblieft mensen die gewoon gedurende hun leven ­gerookt hebben, omdat het tot de ­alledaagse cultuur behoorde, laat die mensen alsjeblieft de fatsoenlijke ­gelegenheid om op te steken.’

Een democratische opknapbeurt: welk voorstel maakt kans?

CV Johan Remkes

1951 geboren 15 juni, Zuidbroek (Groningen)

1973 lid van de VVD

1975-1977 voorzitter JOVD

1978-1982 raadslid in Groningen

1978-1993 Provinciale Staten Groningen

1993-1998 lid Tweede Kamer

1994-1996 fractievoorzitter raad Groningen

1998-2002 staatssecretaris VROM

2002-2007 minister van Binnenlandse Zaken

2002-2003 vicepremier

2006-2010 lid Tweede Kamer

2010-heden commissaris van de koning(in)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden