Column

Johan Fretz: 'In de zomer zie je ineens: ik woon al in de wereld van Pluk van de Petteflet'

Het is zomer, dus komkommertijd, ziet columnist Johan Fretz vanuit zijn hangmat. En op weg terug naar Nederland ziet hij dat hij eigenlijk al in het door Annie M. G. Schmidt bedachte land woonde waar hij als kind zo naar verlangde.

Minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie samen met een Bezorgbeer tijdens de lancering van een actie die gericht is op het terugdringen van overvallen op maaltijdbezorgers.Beeld anp

Vanaf een afstand, zo luidt een oude wijsheid, kun je alles beter in perspectief plaatsen. Dat kan best weleens kloppen. Ergens onder een palmboom op het Thaise eiland Koh Tao, ver weg van Nederland, opende ik onlangs de digitale Volkskrant. Daarin trof ik een foto aan die me in eigen land misschien niet eens was opgevallen, maar die vanaf een afstand bekeken tot grote hilariteit leidde.

Op de foto zag ik minister Ivo Opstelten. Naast hem stond een 'bezorgbeer'. De bezorgbeer was niet echt een beer die dingen bezorgt. Nee: de bezorgbeer was een man in een T-shirt met een helm op in de vorm van een berenhoofd. In het maken van de helm was zichtbaar veel moeite gestoken, er mocht geen misverstand over bestaan dat het hier een berenhelm betrof. Het bleek te gaan om een type eetbezorger dat steeds vaker in het Nederlandse straatbeeld kan worden gesignaleerd.

De minister wil het leven van deze 'bezorgberen' veiliger maken door meer mobiele pinautomaten beschikbaar te stellen en door overvaltrainingen te geven. Ze worden nog al eens belaagd. Niet zo verwonderlijk, zul je denken: een volwassen man die met een berenhelm op een scooter door de stad rijdt, die vraagt er ook een beetje om. Ik zelf zou niet zozeer op zijn geld uit zijn, maar vrees dat ik de neiging niet zou kunnen onderdrukken om dat belachelijke ding van zijn hoofd te trekken. Nobel van de minister dat hij op de bres springt voor deze bezorgberen, de stille helden van ons mooie kikkerland. Maar vanaf een afstand vond ik dit tafereel op een geestige manier vooral zo lief, zo aandoenlijk.

Revolutie
Het eeuwige komkommernieuws in Nederland, terwijl aan de andere kant van de wereld Egyptenaren opnieuw de revolutie afkondigen, legt een gemoedelijke kneuterigheid bloot die toch nog altijd onlosmakelijk met ons is verbonden. De crisis ten spijt, of we nu willen of niet. Daar zijn ze weer: de olijke NOS-zomercolumns waarin correspondenten eindelijk eens die drie volle minuten zendtijd krijgen om meer te laten zien over de nationale kampioenschappen nasi-bakken in Hoenderloo, de buurt-bbq-stress in Purmerend. De nieuwslezer praat het met gespeelde ernst aan elkaar. En wij, de Nederlanders, kijken er aandachtig naar.

Vanuit die hangmat begon ik een patroon te zien. Linda de Mol had een talkshow, en daar vond iedereen wat van. Toen vond iedereen er weer wat van dat iedereen er meteen wat van vond. En daar had iedereen tot slot ook weer een mening over. De discussie over het programma was fanatiek, alsof het een discussie was over het wel of niet invoeren van de doodstraf.

De premier had opeens een cowboyhoed op, en in een Journaal dat ik vlak voor mijn terugreis naar huis zag, keek held Herman van der Zandt de camera in met een ironische blik die zei: 'U zult het niet geloven, maar er is weer van alles aan de hand in Nederland.' Vervolgens kondigde hij een item aan waarin vertegenwoordigers van de Nederlandse schapenhouderij op onderzoek uitgingen bij onze oosterburen om zich voor te bereiden op de eventuele terugkeer van de wolf naar Nederland. Bezorgberen, schapenhouders, zomertalkshows: het zal nog een hele klus worden me weer in Nederland in te lezen bij thuiskomst, dacht ik.

Pluk van de Petteflet
Als kind wilde ik niets liever dan wonen in het boek Pluk van de Petteflet, een wonderlijke overzichtelijke wereld met figuren die, hoe goed of kwaad ze ook waren, een ongevaarlijke gekte uitdroegen. In die wereld was de onschuld koning en kon je zelfs van een kakkerlak houden. Zaza was een dierbaar wezen - terwijl ik in werkelijkheid aan weinig zo'n hardvochtige hekel heb als aan kakkerlakken. Toen ik ouder werd, groeide echter tot mijn grote teleurstelling het besef dat die onschuldige wereld van Annie M.G. Schmidt in werkelijkheid niet bestond.

Maar zowaar, terwijl het vliegtuig de daling inzette en boven Schiphol zweefde, keek ik uit over het tot in de puntjes georganiseerde landschap. Holland, met zijn volmaakte, bedachte structuur, de vastomlijnde kaders die van bovenaf zo goed zichtbaar zijn, soms op het ziekelijke af. Maar wat een overzichtelijke, wonderlijke wereld. Een landschap als uit een kinderboek eigenlijk.

Toen besefte ik: de wereld van Pluk van de Petteflet bestaat wel degelijk. Het is een wereld waarin de minister een goedgemutste brombeer is die opkomt voor 'bezorgberen', waar een groep schapenhouders die bang is voor wolven er als een groep padvinders op uitgaat, waar de baas van het land met een cowboyhoed opkomt voor de winkeliers. Het is een idiote, lieflijke wereld eigenlijk en ik woon er. Het is Nederland en het is er aangenaam thuiskomen.

Johan Fretz is schrijver en cabaretier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden