Column

Johan Fretz: 'Ik besloot dat het tijd was... om iets te kopen'

Columnist Johan Fretz ontdekte dat het er in de wereld waarin dingen worden verkocht tamelijk lomp aan toegaat. 'Je zou denken dat er in die wereld met veel gretigheid wordt gewerkt om mensen te overtuigen dingen te kopen waar ze geen geld meer voor (denken te) hebben.'

Winkelend publiek in de binnenstad van Utrecht. Beeld ANP

Mensen kopen niks meer. Mensen zijn bang dat hun geld straks opeens niks meer waard is, of opraakt en dus blijft de hand op de spreekwoordelijke knip. Dat is allemaal slecht voor de economie, roepen leiders en economen, waardoor iedereen nog banger wordt en het nog slechter met de economie gaat dan het al ging. Zielig. Voor mensen, dat ze niks meer durven te kopen. En voor de economie natuurlijk, dat hij nu telkens maar de gebeten hond is.

Toch vond ik het in de stad maar moeilijk waar te nemen dat mensen niks meer kopen. De Kalverstraat op zaterdagmiddag, De Bijenkorf, de Bijlmer Arena: daar zag ik de mensen nog wekelijks volgevreten en ongelukkig uitstromen met televisies die wonderwel groter waren dan zij zelf. Alsof er niks aan de hand was. Maar ik ben de beroerdste niet, als het consumentenvertrouwen tot zo'n dieptepunt gedaald blijkt, dan grijp ik in. Ik besloot dat het tijd was... om iets te kopen.

Lomp
Pas toen ik me dat had voorgenomen, ontdekte ik dat het er in de wereld waarin dingen worden verkocht tamelijk lomp aan toegaat. Je zou denken dat er in die wereld met veel gretigheid wordt gewerkt om mensen te overtuigen dingen te kopen waar ze geen geld meer voor (denken te) hebben. De gretigheid die je kent van de Amerikaanse horeca, waar mensen zo vriendelijk, toegewijd en zorgvuldig zijn dat je hoofd er van tolt. Natuurlijk alleen maar omdat ze zonder je fooi hun huur niet kunnen betalen, maar wat geeft dat? In Holland echter niks van dat al.

Zo belde ik dit weekend naar het filiaal van een bekende computerfabrikant. De fabrikant staat erom bekend mensen enorm wild te maken met de vormgeving van de producten die ze maken. De klant wordt van de spullen van de fabrikant zo opgewonden, dat hij spontaan vergeet slechts de beschikking te hebben over een modaal inkomen. Daarom is de computerfabrikant in het afgelopen decennium zo groot geworden. Als lid van de sekte, zo mag je de gebruikers van het merk gerust noemen, had ik me voorgenomen een nieuw prijzig model aan te schaffen. Gewoon, voor de economie, voor de mensen. Want zo ben ik. Maar de verkoper die ik aan de lijn kreeg had helemaal geen zin om geld aan mij te verdienen.

'Kan ik hier een fusion drive in laten zetten?' vroeg ik opgewekt.
'Nee'
'Ook later niet meer als ik 'm gekocht heb?'
'Nee.'
'Waarom niet?'
'Moeilijk uit te leggen.'
De verkoper gunde mij duidelijk de nodige voorpret niet, die doorgaans gepaard gaat met het aanschaffen van iets kostbaars. Wat mij betreft kon hij nu naar zijn centen fluiten. Met zijn protserige flutcomputer zonder Fusion Drive.

Uit pure wanhoop ben ik toen maar naar een grote mediaketen gegaan in de Bijlmer Arena. Maar in die keten trof ik naast de door mij gewenste computer een futloze verkoper die me probeerde te overtuigen met ongeïnspireerde zinnen als 'Dit is echt een topmodel hoor meneer', als sprak hij over Gisele Bündchen en 'Voor dat geld zou ik 'm niet laten liggen als ik u was'. Toen gaf ik het op en begreep ik opeens waarom mensen niks meer kopen.

Armzalige weelde
Wat ik onderweg naar de uitgang aantrof? Speelgoeddiertjes die meebewegen op het ritme van de muziek op je iPod. Och, wat een weelde, dacht ik: wat een armzalige weelde. Daar zijn dus mensen mee bezig geweest. Iemand kwam ermee naar de tekentafel. Een ander zag er brood in. Toen is er wekenlang uitgezocht hoe je zo'n ding een sensor geeft die het ritme van de muziek naar beweging kan vertalen. Talloze brainstormsessies met Japanners over de vraag wat voor diertjes het moesten worden: pinguïns, leeuwen, toch maar een gnoe en een kakatoe?

Het album Watch The Throne van Jay-Z en Kanye West stond op. Ik zag daar een knuffelpinguïn op dansen. Toen vroeg ik me af of we niet heel erg blij moeten zijn dat mensen geen geld meer hebben om dingen te kopen. Of de verminderde welvaart misschien zou kunnen leiden tot het uitsterven van ideeënarmoede en gedemotiveerde verkopers. Een evolutie waarbij speelgoedpinguïns met ritmegevoel het niet overleven.

Johan Fretz is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

 
ik ben de beroerdste niet, als het consumentenvertrouwen tot zo'n dieptepunt gedaald blijkt, dan grijp ik in.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden