Column

Johan Fretz: 'De kakkers uit Oud-Zuid worden net zo goed voor schut gezet'

Wie bereid is te reflecteren, ziet in 'Alleen maar nette mensen' wel degelijk een spiegel. Een lachspiegel ja, grotesk, licht van toonsoort, maar juist daardoor in staat de tragische tegenstellingen die erachter schuilgaan bloot te leggen voor een groot publiek, zegt columnist Johan Fretz.

(VLNR) Schrijver Robert Vuijsje en zijn vriendin en acteurs Imanuelle Grives, Jeroen Krabbe, Belinda van der Stoep en Xiomara Waterberg voor vertrek per limo naar de premiere van Alleen maar nette mensen.Beeld ANP Kippa

Laatst twitterde een meisje dat het een schande is dat een film als 'Alleen maar nette mensen' in Nederland gemaakt kan worden. Ik vroeg haar waarom. In die discussie had ze geen zin. Als ik het niet begreep, dan was ik eigenlijk net zo erg als de makers van die film. Inmiddels volg ik haar niet meer en zij mij ook niet. Beter zo.

Ik vond het romandebuut van Vuijsje nogal goed. Geen literatuur van het soort dat je nog tien keer naleest om de schoonheid ervan te doorgronden, maar zeker relevant en beklijvend. Het hele boek ging over de vooroordelen in het Nederland van nu, over en weer en bovenal over het openhartige koloniale fetisjisme van een Joodse man die zelf ook niet werd geaccepteerd als volwaardig onderdeel van zijn gemeenschap.

Kermisattractie
Nu is er de film naar het boek. Daar was het meisje dat ik op twitter volgde dus niet van gediend. Ze stond daar niet alleen in. Ik heb meerdere berichten gelezen waarin de film wordt bestempeld als een groteske racistische kermisattractie. Ik vraag me af of de mensen die dit zeggen de moeite hebben genomen de film te bekijken.

Je ziet het wel vaker bij gelovigen: een groot gebrek aan zelfspot en relativering. Ook in de discussie over racisme is de humorloosheid van de verontwaardigden soms nauwelijks bij te houden. Als je een grote zwarte vrouw op een poster zet met felle kleuren, ben je in principe al fout bezig, lijken ze te vinden. Het ontgaat deze mensen blijkbaar dat regisseur Lodewijk Crijns in zijn film net zo goed de kakkers uit Oud-Zuid voor schut zet die neerkijken op zwarte vrouwen, als de Hollanders die het verschil niet zien tussen een Marokkaan en een Jood, als de intellectuelen die hun mond vol hebben over het gevaar van Wilders, maar nooit buiten hun eigen elitaire bubbel komen.

Wie bereid is te reflecteren, ziet in Alleen maar nette mensen wel degelijk een spiegel. Een lachspiegel ja, grotesk, licht van toonsoort, maar juist daardoor in staat de tragische tegenstellingen die erachter schuilgaan bloot te leggen voor een groot publiek. Ik zat in een volle bioscoopzaal met mensen met allerlei verschillende achtergronden. Iedereen reageerde op andere dingen, vaak dingen die herkenbaar waren uit de eigen gemeenschap. Dat maakte het kijken van de film ook een bijzondere bioscoopervaring, waarbij het spanningsveld dat op het scherm verbeeld werd, voelbaar was in de zaal. Zo hoort cinema te zijn: het roept opwinding, aversie, hilariteit en ontroering op en je voelt dat al die emoties door de zaal heen stromen.

Wanneer je net vijf minuten hebt lopen lachen om de manier waarop de Surinaamse vriendin van de hoofdpersoon wordt ontvangen op de verjaardag van diens bekakte ouders in Oud-Zuid, zie je het Surinaamse meisje met tranen over haar wangen weglopen. Ze voelt zich vernederd. Op dat moment besef je dat je hebt gelachen om iets dat heel erg naar is.

Bewust
In de bioscoopzaal waarin ik zat met mijn blonde vriendin, was ik me er zeldzaam bewust van dat ik niet blank ben.
'Ik zou dit geloof ik niet zo fijn vinden, als ik een Surinaamse vrouw was', zei zij achteraf. 'Het gaat toch wel ver.'

Ik vroeg me af of ze gelijk had. Het leek me uiteindelijk het verstandigst om mijn moeder, een zwarte Surinaamse vrouw, te vragen wat ze van 'Alleen maar nette mensen' vond. Mijn moeder vond het een karikaturale film, maar toch vooral heel grappig. Mensen moesten niet denken dat het er overal zo aan toeging, maar die schetsen van de Bijlmer waren zeker niet uit de lucht gegrepen. Zo herkende ze onmiddellijk de scène waarin wordt verteld hoe Creoolse Surinamers praten over Hindoestaanse Surinamers. Zo praat ze namelijk zelf ook wel eens over Hindoestaanse Surinamers.
'Gierige koelies', zegt ze dan.

Dat herinner ik me ook nog van vroeger. Mijn vader, een blanke Hagenees, riep in de huiskamer dan dat mijn moeder, die altijd haar mond vol had over racisme, eigenlijk zelf de grootste racist was. Mijn moeder beet dan vaak terug dat ze het niet kon helpen dat die koelies nu eenmaal zo waren.

Uitzondering
Het waren interessante discussies, die ik in deze film weer terloops voorbij zag komen. In een cinematografisch landschap dat vooral gedicteerd wordt door publieksfilms die niks met de tijdsgeest te maken hebben, is 'Alleen maar nette mensen' een welkome uitzondering.

Het meisje dat mij niet meer volgt op twitter en die ik ook niet meer volg, had er geen zin in mij uit te leggen wat er niet deugt aan deze film. Als ik het niet begreep, was ik net zo erg als de makers van de film. Zo is de wereld voor haar blijkbaar het eenvoudigst: zwart/wit.

Johan Fretz is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

 
Mijn vader, een blanke Hagenees, riep in de huiskamer dan dat mijn moeder, die altijd haar mond vol had over racisme, eigenlijk zelf de grootste racist was
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden