Johan Cruijff, uitvinder van de elektriciteit

Bij het overlijden van Johan Cruijff in 2016 publiceerde de Volkskrant onderstaand verhaal van Jan Mulder, oud-Ajacied en voormalig ploeggenoot van Cruijff. Het multi-talent Mulder was tevens de opvolger van Kees Fens én de voorganger van Bert Wagendorp als sportcolumnist van de Volkskrant.

Johan Cruijff scoort het tweede doelpunt voor het Nederlands elftal tijdens de WK-wedstrijd tegen Brazilië. 4 juli 1974, Dortmund, West-Duitsland. Beeld ap

Johan Cruijff had meestal gelijk als hij over koning voetbal sprak, behalve toen hij deze wijsheid verkondigde: ‘Voetbal speel je met het hoofd.’ Johan speelde voetbal met de voeten. Pas daarna kwam het hoofd in actie. De amateur, hij denkt na. Legt de bal recht, probeert de situatie te overzien, lukt niet, mikt op een aanspeelpunt, bepaalt de kracht waarmee hij moet trappen, schat nog eens met het oog de afstand en zet de wreef ertegen aan.

Johan Cruijff deed dat allemaal niet natuurlijk. Zijn handelingen gingen de gedachte in het hoofd een fractie vooraf. De voeten stuurden de hersenen. Niet bewust, met een draad, die uit een minuscule ruimte tussen de middenvoetsbeentjes via de scheen en de lies, onder het schouderblad door de nek bereikt en dan binnendringt in de voorste hersenkwab die het uit de voet gekomen bevel uitvoert, nee, hier openbaart zich een schier magisch fenomeen, een vlaag van motorisch mysterie dat in geen enkele medische encyclopedie terug is te vinden. Cruijffs onnavolgbare acties kwamen voort uit een flits, uit de woede van wakker geschrokken nano-deeltjes ergens in hem of in de buurt van hem.

Een magere spriet zo groot als het Lieverdje veroverde De Meer, Amsterdam en Nederland. Hij deed het met stilstaan en demarreren. Tactiek bestond niet, techniek was ondergeschikt, want volmaakt. Johan keek niet naar deze wissewasjes om, al kon het gebeuren dat hij na een training Tonny Pronk met woord en gebaar een variant uitlegde of het dagelijkse publiek achter het gaas vergastte op buitenkantschoen-aaitjes met effect door de benen van keeper Heinz Stuy.

Het menselijk lichaam kan weinig zonder aandrijving vanuit de hersenen, zo niet dat van Cruijffie. Hij bleef op de hoogste top het jongetje dat op straat gedachteloos met een bal omging zonder les te hebben genoten van een oefenmeester die over de juiste omgang had nagedacht.

Overbodigheid van tactiek

Bij het natuurtalent Cruijff ging het als volgt. De voeten: 'We hebben een balletje achterom het standbeen gehaakt, de Braziliaan viel om. Mee eens?' De hersenen: 'Doen! Waarom vraag je ons dat eigenlijk?'  

Indien Cruijff met 'voetballen doe je met het hoofd' de tactische ingrepen op het veld bedoelde, dan is de uitspraak nog discutabeler. Johan zelf was het levende bewijs van de overbodigheid van tactiek en alle andere overpeinzingen en studie. Wanneer Johan begon te denken, deed dat juist afbreuk aan het resultaat. Maar uiteindelijk ook weer niet. Ik zal uitleggen.

In de achterhoede van Ajax had Ruud Krol de bal. Cruijff stond een meter of dertig verderop. Eén strakke pass en de bal was bij hem. Ruud maakte al aanstalten. Johan stak een afwerende arm omhoog, rende in de richting van Krol, arriveerde daar een seconde of vier later, haalde de bal van Krols schoen af, draaide zich om en liep de hele route terug. Brengen. Amateurvoetbal. Niet erg. Het kromme werd door Cruijff recht- en omgebogen tot een doelpunt omdat hij Johan Cruijff was.

Slecht spel wordt bij een uitzonderlijke speler goed spel. Soms ging het mis. In de finale van het wereldkampioenschap 1974 tegen Duitsland, op die zwarte dag in München, dribbelde Johan in de eerste minuut in zijn onstuitbare weergaloosheid naar een penalty, Neeskens maakte er 1-0 van en Cruijff besloot zich niet meer over de middenlijn te begeven. De Duitsers uit de tent lokken en dan nog eens toeslaan, moet hij hebben gedacht.

Johan Cruijff mag in die finale de eerste aanvechting hebben gekregen Alfredo di Stefano te worden, de het hele veld bestrijkende regisseur van Real Madrid. Cruijff wilde ook zo dirigeren. Wijzen naar plekken met verkeerd opgestelde mensen. Zonde, hij was verreweg de beste voetballer ter wereld als niet-nadenkende diepe spits. Alles wat hem aan verdedigingsblokken voor de voeten kwam, werd op intuïtie door hem ontrafeld, niet dankzij een doordachte aanpak van werkzaamheden. Zijn ondoorgrondelijke gave won de wedstrijden.

Oervader van het beslissende moment

Johan Cruijff vond de elektriciteit uit voordat er stopcontacten in het stadion waren. Hij zette de boel onder stroom. 'Je bleef er minutenlang aan vast kleven', schreef Biëlla Luttmer in de Volkskrant in een recensie van een concert van de Russische pianist Daniil Trifonov. Zo was het ook met de voorstellingen van Cruijff. Ernaar kijken was eraan kleven. Het veld begon te gloeien als hij aanzette. Wanneer de tegenstander zich realiseerde dat er gevaar dreigde, was het licht alweer uit: 4-0.

Johan Cruijff was tevens de oervader van het beslissende moment. Niet de snelheid van zijn demarrage was doorslaggevend, de seconde waarop hij weg sprintte was dat. Cruijff koos het juiste moment niet met het hoofd, hij maakte de keuze met niets dat kwam uit een flits uit de twaalfde huidplooi. Logisch nadenken? Tijdverlies.

Frank de Boer heeft het ook graag over 'de juiste keuzes maken'. Frank doelt dan bijvoorbeeld op Bazoer, die al heel jong de goede keuzes maakte en dat in het eerste elftal nog steeds doet.

Maar bij Ajax anno 2016 voltrekken de keuzes zich na een opdracht, uit plichtsbesef, teamtactiek en jarenlang bij de jeugd erin gehamerd balbezit. Eindeloos vervelend rondspelen is het door het hoofd verordonneerde gevolg. De kortste weg? Dood gedacht.

Na de jaren van de flits kreeg Cruijff last van de eigenschap waar de Violon d'Ingres ook door bezeten werd: het verlangen naar een 'groter' meesterschap. Ingres, een gerenommeerd schilder, wilde per se tweede viool in het orkest van Toulouse worden, Johan dirigent op het middenveld.

Revolutionair

De eerste symptomen van deze nieuwe functie doemden op in die betreurde WK-finale van 1974. Berti Vogts kreeg meer kansen op een doelpunt dan Johan Cruijff. Dat was niet te danken aan de klasse van Berti, maar aan de tactiek van Johan. Heersen op de middencirkel als je de tegenstander voorin op het veld kunt verpletteren, is een miskenning van het spel én je macht. Voor veel Nederlanders is 'München' een trauma. Ach. Bekers en titels, prijzen en teleurstellingen zijn bijzaken. Het gaat om het hogere, om de schoonheid, om Johan Cruijff.

Met Johan Cruijff begon Nederland anders te voetballen. Hij revolutioneerde de sport met zijn razende dribbels in de lengte, waar men daarvoor het gemak van de breedte zocht. Zelfs de woorden versnelden in zijn mond. Ik herinner me een wedstrijd waarin Ajax een tegenaanval opzette en hij 'sl' riep.

Johan Cruijff, Wim Rijsbergen en Rinus Michels verlaten het veld tijdens de WK voetbal 1974 in München na de 2-1 nederlaag tegen Duitsland in de finale.

'Sl?' Ik tikte de bal maar opzij. Na het doelpunt en tijdens het teruglopen naar de eigen helft was ik toch even nieuwsgierig naar wat hij had gezegd.

'Waar? Wat?'

'Sl. Snél. Dat zag je toch?'

Waar legenden als Faas Wilkes en Abe Lenstra met het Nederlands elftal nog wel eens verloren van Saarland, raasde Cruijff er wegens onbenulligheid van zo'n tegenstander (kon ook België of Zwitserland zijn) even overheen en concentreerde zich op Duitsland zelf en daarna op Frankrijk, Italië en Spanje, landen die een eeuw lang te sterk voor Oranje waren geweest, onder aanvoering van Cruijff werden verslagen en in één adem door een minderwaardigheidscomplex werden bezorgd met de 'uitstraling' van de nu wereldberoemde Nederlander Cruyff met y.

Beangstigende roem

Psychologie in het voetbal is een geliefd verschijnsel. Er zijn trainers die neerbuigende interviews met spelers van de aanstaande tegenstander aan de muur van de kleedkamer prikken om de eigen jongens te stimuleren. Tegenwoordig moeten ze ook zesendertig highfives aan elkaar geven - uren van handje tikken vergaan in de dug-out - en vlak voor de aftrap met de armen om elkaars schouders voorovergebogen in een kring staan. Dan ben je weer bij Karel Lotsy, die in de jaren dertig beroemd werd met zijn donderspeech in de rust van Holland - België. Leuke romantiek om aan de kleinkinderen te vertellen, feitelijk nutteloos.

Maar toch. De roem van Johan Cruijff maakte de tegenstanders onzeker. Neem de spelers van Juventus toen ze in het stadion van Belgrado kwamen voor de finale van de Europa Cup in 1973. Tegen het grote Ajax. Tegen Cruijff. Peilloze bewondering en zelfs angst droop van de Juve-gezichten toen ze in de rij naast de Amsterdamse godenzonen uit de tunnel kwamen.

De waarheid gebiedt me nu ook te zeggen dat hun grootste vrees werd ingeboezemd door de baard van Barry Hulshoff. De Italianen werden heel klein naast Ülsoffa en stonden toen al met 1-0 achter, aldus de psycholoog. 

Barry Hulshof met Johan Cruijff in 1973. Beeld Dijkstra bv

De liga op apegapen

Een jaar later ging Johan Cruijff naar Barcelona. Ook Spanje werd geconfronteerd met de acceleratie aller acceleraties. De Liga lag op apegapen, Catalonië hervond zijn trots. Barça stond tweede van onderen toen Cruijff erbij kwam en werd na één lange ruk van overwinningen kampioen.

Bewondering voor een voetballer verlamt in zekere zin als je de tegenstander bent. Günter Netzer, Spielmacher van Borussia Mönchengladbach en glamour van de Bundesliga, de enige Duitser die naar Studio Sport keek en al vroeg op de hoogte was van het bestaan van Johan Cruijff, speelde destijds voor Real Madrid. Günter ontving met de koninklijke Barcelona in Bernabéu, toen nog Chamartin. Netzer schudde Cruijff de hand. Barça versloeg Real met 5-0 in eigen huis, tekenend voor de situatie rond Cruijff was de onderdanige blik van Günter Netzer waarmee hij Johan na afloop feliciteerde.

Netzer was blij dat hij zo geweldig klop had gekregen, dat hij erbij was, de dag dat Cruijff Real uit het stadion toverde. Het is mogelijk dat zoiets bij een volgende ontmoeting meespeelt, in het nadeel van de Netzer van dienst.

Eusebio omhelsde Cruijff ook eens, na diens allerbeste wedstrijd ooit, in Lissabon tegen Benfica. Het leverde een iconische foto op. De felicitatie van de Voetballer van het Jaar, Eusebio, kwam neer op een officiële overdracht van de macht aan een engelachtig kopje uit Betondorp. Het was een erkenning van een betere speler, ja, Eusebio drukte zelfs de onbevattelijkheid uit van een mysterieus kunnen dat hij zelf niet bezat en ook nooit bij een ander had gezien. Een ontroerend moment in de carrière van Johan Cruijff.

Johan Cruijff, bij aanvang van de wedstrijd Real Madrid - FC Barcelona (uitslag 0-5) doelwit van vele Spaanse persfotografen. Johan Cruijff zou een fantastische wedstrijd spelen, Madrid, 17 februari 1974. Beeld anp

Hoge pijngrens

Johan hield van snelheid. Hij reed met zijn Citroën Maserati in een uur en een kwartier van de Place de Brouckere in Brussel naar Vinkeveen. We zijn ook eens in Düsseldorf geweest, samen met zijn schoonvader Cor Coster. Ik laat u delen in mijn reisverslagje, ter bewijsvoering van een onderbelicht aspect van zijn leven als voetballer. De hoge pijngrens.

Johan Cruijff was een kundig ontwijker van tackles, maar kreeg zo nu en dan natuurlijk toch een knauw en had op een gegeven moment last van chronische pijn door verkalkingen in de enkels. 's Ochtends opstaan ging gepaard met gekraak en enorme stijfheid. Ooit had een vriend me geïntroduceerd bij Deuser, de masseur van de Mannschaft, en ik gaf mijn goede ervaringen door aan Cruijff. We gingen er heen. Deuser was befaamd door zijn Stäbchen. Staafjes van tropisch hardhout. Trommelstokjes, waarmee de ongerechtigheden werden verpulverd met de bedoeling het gewricht weer enige bewegingsruimte te verschaffen.

'Gutentag, Herr Kroiff!'

'Gutentag.'

Cruijff sprak behoorlijk Duits, maar gutentag was het laatste woord dat hij in die behandelkamer uit de mond kreeg. Deuser gebood hem op de tafel en verzocht Coster en mij om ieder een pols van de patiënt vast te houden, opdat hij bleef liggen en bijvoorbeeld niet tegen het plafond ging stuiteren en via de hoge wandlijst zijn val op de grond zou breken.

Coster en ondergetekende namen plaats aan weerszijden van het martelblok, Deuser zette het Stäbchen rechtop in de enkel met rommel van versteende resten oud bloed en begon de punt erin te draaien. Je hoorde het krakken. Cruijff werd spierwit en wilde schreeuwen. Deed dat niet.

Deuser begon te zweten en dieper te boren. Cruijff onderging de hevigste pijnen. Hij accepteerde ze. Na een kwartier was het gedaan met de foltering. Cruijff kleedde zich zwijgend aan, stapte in de auto, reed weg en kreeg de spraak na een paar kilometer terug. Het was geen Duits: 'Godsamme.'

Middenvelder Uli Hoeness (L) haalt Johan Cruyff (onder) neer. De Engelse scheidsrechter John Taylor (R) ziet het incident tijdens de WK-finale (1974) tussen Nederland en West-Duitsland. Beeld anp

Alles gegeven en alles gekregen

Hij was een harde. Hij heeft alles gegeven en alles gekregen. Johan bleef onder alle lof een bescheiden mens. Bij de Febo sloot hij aan in de rij voor een kroket. In Barcelona nam hij gewoon de taxi. Chauffeur in alle staten, Johan deed normaal en knoopte een gemeend gesprekje met hem aan. Adoratie heeft hem geen spat kunnen veranderen.

Johan Cruijff wist wél wat hij waard was. Hij brak bij Ajax door de salarisplafonds heen en dat terecht. We beleefden de jaren dat Ard Schenk en Kees Verkerk 15 gulden zakgeld per dag van de KNSB toegestopt kregen, terwijl twee dagen lang tien miljoen tv-kijkers naar het WK schaatsen op de langebaan keken.

Cruijff beschouwde een dergelijke bejegening als een hels onrecht: de inkomsten behoorden volgens hem te gaan naar degene die de massa's beweegt, dus niet naar voorzitters en penningmeesters van club en bond. Alle Nederlandse voetballers die na Cruijff kwamen, zijn schatplichtig aan hem.

De onvergetelijke

Johan Cruijff was de beste voetballer die ik met mijn eigen ogen heb gezien en met wie ik heb samengespeeld. Hij was een winnaar met een opwindende stijl, geen stilist. Hij was een dwarse denker, geen dwarsligger. De aanbeden voetballer had twee steden lief, Amsterdam en Barcelona, zijn thuis was Danny. Snel trouwen, was zijn raad aan jonge voetballers.

Toen ik in 1972 bij Ajax tekende, zocht hij met de heer Maup Caransa een nette woning voor me onder het motto: 'Je moet 's avonds gezellig je flesje prik kunnen drinken.'

De tijd waarin deze voetbalkunstenaar leefde en werkte waren de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw. Saarland en Bing Crosby waren voorbij, vrij Amsterdam en de Beatles met lang haar de nieuwe mode. De lucht hing vol toekomstmuziek, de geest ging waaien. Ajax stond drie keer met de Europa Cup op het Leidseplein en Johan Cruijff won driemaal de Gouden Bal als beste speler van Europa.

Johan Cruijff en Jan Mulder. Beeld Voetbal International

In de binnenlanden van Bangladesh en Indonesië werden de eerste jongens met een Ajax-shirt gesignaleerd. Meeliftend op zijn enorme golfslag, maakten Michels, Keizer, Swart, Neeskens, Krol, Suurbier, Haan, Hulshoff en Gerrie Mühren naam in de wereld. Zelfs de stem van de stadionspeaker van De Meer werd beroemd.

Johan Cruijff en de tijd waren voor elkaar gemaakt. De één kon niet zonder de ander. Toch gescheiden, nu. Een vreemd, verdrietig, leeg gevoel strekt zich uit van het Spui tot aan de Ramblas. Daar staan we, tot aan de nek in de tijd, zonder Kruiffie, Die Kleine, Kroif, Kroef, Het orakel van Betondorp, El Salvador en Nummer 14. Johan, de onvergetelijke.

Sportjournalistiek is bij uitstek het speelveld van de romanticus. Deze verhalen bewijzen dat

De Volkskrant houdt van verhalen die voldoen aan de Wet van Wagendorp, verhalen die de droge cijfers overstijgen en de meeslepende menselijke geschiedenis achter de sport beschrijven. Een aantal van deze verhalen – eerder gepubliceerd in de Volkskrant – kun je hier lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden