Joe Silent, Xaviera Hollander en Harry Mulisch

VOETBALLERS lezen geen boeken, evenals de meeste journalisten die over voetbal schrijven trouwens. Soms drijft een voetballer er de spot mee, als hem wordt gevraagd welk boek hij het laatst heeft gelezen....

Anderhalf jaar geleden stelde ik, met behulp van de antwoorden in de rubriek 'Persoonlijk' in Voetbal International, een voetbalbibliotheek samen. De onverwoestbare klassieker in het profvoetbal bleek De Ontvoering van Heineken van Peter R. de Vries te zijn.

Populair waren voorts de boeken van Baantjer, Van 't Hek, Smeets, Grisham en Ludlum en allerhande werken over seriemoordenaars. Patrick Paauwe (voorheen Fortuna Sittard, sinds het begin van dit seizoen Feyenoord) rekende de westernserie van Joe Silent tot zijn favoriete literatuur of, zo u wilt, lectuur.

RKC-doelman Rob van Dijk: 'Ik lees alleen boeken om de tijd te doden als we op trainingskamp zijn.' Op verzoek van Jerry Taihuttu (MVV) is onlangs The Happy Hooker van Xaviera Hollander in de voetbalbibliotheek opgenomen.

Al tientallen jaren lang wordt bij voetballers geïnformeerd naar hun favoriete boek. Legendarisch is, in een vraaggesprek met Godfried Bomans meen ik, het antwoord van Cruijff die 'Klop maar op mijn deur' of zoiets zei toen hij De Klop op de Deur van Ina Boudier-Bakker bedoelde, dat ooit een dodelijke en geestige recensie opleverde. Niet open doen, schreef Menno ter Braak.

(Favoriet boek van Edgar Davids is overigens De Straatvechter van John Grisham).

Heel soms zet een voetballer je op het verkeerde been. De Fransman Eric Cantona bijvoorbeeld heeft de verzamelde werken van Rimbaud en Baudelaire in de kast staan, en de meeste bundels nog gelezen ook. Geen wonder dat Cantona altijd is afgeschilderd als een intellectueel.

Uitzonderingen daargelaten (over hen straks meer) stemmen Nederlandse voetballers op de VVD, meestal omdat ze Bolkestein wel een goed politicus vonden of hun ouders ook op die partij stemden.

Ze lezen De Telegraaf of het Algemeen Dagblad, plus Voetbal International, Nieuwe Revu, Panorama en/of Aktueel (en nooit Hard Gras), hebben een hekel aan het shirt én het stadion van NEC, drinken malibu-jus of een biertje en thuis Spa en gaan op vakantie naar Aruba, Gran Canaria of het Gardameer. Inderdaad, voetballers hebben veel gemeen met de journalisten die over hen schrijven.

Vragen over eten leveren eveneens vaak antwoorden op die ontroeren. Nico Jalink (Sparta, in Sportweek): 'Ik kook eigenlijk nooit. Voor mijn favoriete gerecht ga ik altijd naar de Chinees om de hoek, de Golden Duck. Ik neem dan altijd Tjong Pau.'

Jan Vennegoor of Hesselink (FC Twente, in VI): 'Macaroni, maar alleen als mijn moeder het klaar maakt.' Op de vraag naar zijn favoriete stad antwoordt dit grote talent overigens Oldenzaal.

Toen John van Loen in 1990 werd gevraagd of hij nog wat te lezen zou meenemen naar het wereldkampioenschap in Italië, verklaarde hij dat er thuis al een stapel Donald Ducks klaar lag. Ik noem de naam van Van Loen óók omdat ik daardoor de kans krijg eindelijk eens op te schrijven wat hij jaren geleden zei toen hem, naar aanleiding van een tentoonstelling met schilderijen van voetballers, werd gevraagd wat kunst is.

Ik vind het een hele kunst dat PSV met 2-2 heeft gelijkgespeeld tegen FC Porto, zei Van Loen.

Dat Henk Fräser later zeer enthousiast was over De Celestijnse Belofte van James Redfield en in een interview enthousiast uit het boek citeerde, moest als een vergissing worden beschouwd, meende ik.

Maar is dat wel zo?

Het lijkt er waarachtig op dat in het voetbal een stille omwenteling plaats vindt (Sparta-trainer Hans van der Zee is van de kranten het meest te spreken over NRC Handelsblad).

Twee weken geleden vertelde Bart Latuheru (NEC) in VI dat hij op de PvdA stemt, Elsevier leest, Trainspotting de beste film vindt ('Ik houd niet van commerciële films') en Blauwe Maandagen van Arnon Grunberg was het laatste boek dat hij las.

Nauwelijks van verbazing bekomen sloeg ik deze week Sportweek open en las ik een rubriekje met als kop 'Een paar vragen aan Leonard van Utrecht'.

Leonard van Utrecht is een speler van Cambuur. Twee seizoenen speelde hij in Italië, bij Padova. Ik ken hem niet, maar het gesprekje ontwikkelt zich volgens mijn verwachting.

Wat is de laatste cd die je hebt gekocht, vraagt Sportweek. Van Utrecht: 'Dat weet ik niet meer. Frauk, wat is de laatste cd die we hebben gekocht? Oh ja, die van Marco Borsato. Dat was niet mijn keuze, maar die van mijn vrouw.'

Frauk moet ook de derde vraag beantwoorden, welke film Leonard als laatste heeft gezien (City of Angels). 'Was wel leuk, maar ik houd meer van thrillers.'

Ik kan me de verbijstering voorstellen van de verslaggever als hij zijn laatste vraag, de vraag van het boek, heeft gesteld. Ik zou zelf denken dat ik in de maling werd genomen.

Van Utrecht: 'De Procedure van Harry Mulisch. Dat is net uit. Ik ben helemaal gek van zijn boeken. Hij is mijn favoriete schrijver; in zijn boeken werkt hij veel met cijfers en letters en dat spreekt mij aan. Toch blijft De ontdekking van de Hemel zijn beste boek.'

Op aanraden van Latuheru en Van Utrecht ga ik, voetbalverslaggever, in de winterstop Blauwe Maandagen lezen, en De Procedure en De ontdekking van de Hemel, en eindelijk eens naar Trainspotting kijken.

Paul Onkenhout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden