Joden hadden weinig vrienden in Antwerpen

DE HERINNERING aan de Tweede Wereldoorlog blijft knagen, niet alleen in Duitsland of Nederland maar in vrijwel alle landen die erbij betrokken zijn geweest....

Ook België werd vorig jaar door zo'n affaire opgeschrikt. Aanleiding vormde een studie van de historicus Lieven Saerens over de geleidelijke, maar desastreuze opmars van vreemdelingenhaat en antisemitisme in de Vlaamse havenstad in de jaren voor en in de oorlog. Het feit dat tweederde van de Antwerpse joden de oorlog niet overleefde, was in zijn ogen geen toeval: de joden hadden er niet alleen weinig vrienden, ze ondervonden ook erg weinig bescherming - minder althans dan in een andere Belgische steden, met name Brussel.

De beschuldiging van Saerens kwam hard aan. Antwerpen koesterde haar reputatie als tolerante havenstad, ook al lag deze sedert de grote electorale winst van het ultrarechtse Vlaams Blok onder vuur. Vroeger zou de stad veel toleranter zijn geweest, zo heette het. Ten bewijze werd niet zelden gewezen op de oorlogsjaren, en dan vooral op de houding van de stedelijke autoriteiten, die het de bezetter flink lastig zouden hebben gemaakt. Het wekt dan ook geen verbazing dat Saerens het doorprikken van deze mythe niet in dank werd afgenomen. Zowel de promotie aan de Katholieke Universiteit van Leuven als het verschijnen van het boek, een jaar later, wekte veel commotie. De liberale havenschepen Leo Delwaide jr. wilde zelfs een proces aanspannen om de eer en goede naam van zijn vader, de katholieke 'oorlogsburgermeester' Leo Delwaide sr., te redden.

Maar het vuistdikke werk van Saerens, negenhonderd dichtbedrukte pagina's dik, laat weinig ruimte voor twijfel aan de juistheid van zijn stellingen. Met een overdaad aan feitelijke gegevens laat de auteur zien hoe het voltallige politiekorps en het justitiële apparaat de orders van de bezetter zonder een spoor van verzet uitvoerden en hoe de stadsbestuurders zich - in tegenstelling tot hun ambtsgenoten in Brussel - gewillig voegden naar de Duitse verlangens. De katholieke kerk, die elders in België protesteerde tegen de vervolging en ook daadwerkelijk hulp bood, zweeg in Antwerpen.

Tegenover de passieve en coöperatieve houding van de autoriteiten en de grote meerderheid van de bevolking stond een relatief groot aantal groeperingen die het antisemitisme omhelsden. Het rechts-extremisme was in Antwerpen al voor de oorlog sterk vertegenwoordigd, vooral in kringen van radicale Vlaamse en - bien étonnés de se trouver ensemble - Belgische nationalisten. Nog voor de deportaties op gang kwamen, hadden deze groeperingen al meer dan eens blijk gegeven van hun goede wil, door relletjes te ontketenen en zelfs een lokale versie van de Reichskristallnacht te organiseren. De nazi's zouden dankbaar van hun diensten gebruik maken.

Maar het betrekkelijk grote aantal plaatselijke collaborateurs acht Saerens niet van doorslaggevend belang als verklaring voor het feit dat uit Antwerpen zoveel meer joden gedeporteerd werden en de dood vonden (65 procent) dan uit Brussel (37 procent), Luik (35 procent) en Charleroi (42 procent). Hier is van toepassing wat Ian Kershaw opmerkte over de publieke opinie in Duitsland: ook in Antwerpen vormden de actieve antisemieten slechts een kleine minderheid - maar kleiner nog was het aantal vrienden van de joden.

En daarmee is dan het eigenlijke thema van Saerens' dissertatie aangegeven. Vreemdelingen in een wereldstad is minder een boek over Antwerpen in oorlogstijd dan een systematische studie over de groei van vreemdelingenangst en antisemitisme in een stad waar dergelijke sentimenten en opvattingen een halve eeuw eerder nog vrijwel afwezig waren. Dat gold ook voor stromingen waarbinnen zich later venijnige vormen van vreemdelingenhaat zouden ontwikkelen, zoals het Vlaams nationalisme. Sterker nog, 'joods en flamingant' was rond de Eerste Wereldoorlog nog een heel gewone combinatie.

Vreemdelingen in een wereldstad bestaat uit drie delen, waarvan alleen het laatste over de oorlogsjaren gaat. Het eerste deel, getiteld 'De kosmopolitische stad?', beslaat de periode 1880-1930 en voert de lezer naar de oudste haarden van 'religieus anti-judaïsme' en antisemitisch ressentiment. Katholieke organisaties spanden daarbij de kroon, tezamen met middenstandorganisaties die zich vooral keerden tegen wat zij zagen als de 'oneerlijke joodse handelaar'. In kringen van socialisten, liberalen en nationalisten had men in het algemeen gesproken weinig op met dit soort ideeën.

In het tweede deel, getiteld 'De intolerante stad?', beschrijft Saerens hoe de xenofobe geluiden in de jaren dertig scherper en algemener werden, getuige het groeiende aantal lasterlijke en agressieve publicaties, om ten slotte te ontaarden in incidenteel en georganiseerd geweld. De 'anti-joodse opvattingen' verwerden tot een authentieke vorm van antisemitisme - een term die Saerens soms al te angstvallig vermijdt, maar die hier, gelet op het programmatische karakter van deze geluiden en acties, zonder meer van toepassing is.

De oorzaken van de verbreiding en verheviging van de vreemdelingenhaat zoekt Saerens in een complex van omstandigheden. Terwijl de economische crisis en de werkloosheid aanhielden en het rechts-extremisme in Europa triomfen vierde, groeide ook in Antwerpen - en daarbuiten - de afkeer van wat men zag als 'vreemde elementen'. De komst van duizenden joden in 1938, op de vlucht geslagen na de aansluiting van Oostenrijk bij het Derde Rijk en de Reichskristallnacht, versterkte deze tendens alleen maar. Van een reëel mededogen was dan ook nauwelijks sprake meer: men wilde de vluchtelingen het liefst zo snel mogelijk zien vertrekken.

En zo was Antwerpen aan de vooravond van de bezetting een stad waar de joodse gemeenschap door een belangrijk deel van de bevolking was gestigmatiseerd. In de praktijk werd daarbij geen onderscheid meer gemaakt tussen de joden die zich er de laatste twee decennia hadden gevestigd - de overgrote meerderheid - en de joden die al lang in België woonden. Uit de kranten, bladen en redevoeringen van 'partijkatholieken', middenstanders en de talrijke aanhangers van de nieuwe orde rees een stereotiep beeld van 'de jood' op: de vreemdeling die er een inferieure moraal en levenswijze op nahield, een oneerlijk iemand, een linkse onruststoker die de arbeidsplaats van de werkloze innam en het stadspark inpalmde. Zo'n figuur zou zich nooit aanpassen aan de Vlaamse maatschappij.

Evenals in Nederland heeft het in België lang - langer zelfs - geduurd voordat de gruwelijke waarheid over de bezettingsjaren stukje bij beetje doordrong. Pas in de jaren tachtig verschenen er enkele diepgravende studies over de vervolging en vernietiging, waaronder het driedelig overzichtswerk van de Brusselse historicus Maxime Steinberg. Met zijn systematische, hier en daar misschien al te gedetailleerde analyse van de achtergronden, of beter, de omgeving waarin de afzondering en deportatie tijdens de bezetting plaatsvonden, voegt Saerens een belangrijk en verontrustend hoofdstuk aan die geschiedenis toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden