'Joden, Arabieren, wat maakt het uit? Iedereen wil lage prijzen!'

Het Palestijnse bestuur in Ramallah deed zijn supermarkten in de ban en dan is er nog de herrie van boycotactivisten. Maar ach, weet Rami Levy, het vlees is zwak: zijn klanten komen toch wel.

GUSH ETZION - 'Shalom, shalom, hoe gaat het?' Als Rami Levy zijn supermarkt betreedt in Gush Etzion, een Joods nederzettingenblok op de bezette Palestijnse Westoever, begint het grote handen schudden. Personeel, klanten, Israëliërs en Palestijnen, iedereen kent de grote baas op z'n minst van gezicht. Levy - in overhemd en spijkerbroek - kent op zijn beurt veel van zijn mensen bij naam en toenaam. Een glunderende Palestijnse vakkenvuller laat zich fotograferen met een arm om zijn Israëlische werkgever.


Rami Levy mag dan onder vuur liggen van activisten die streven naar een boycot van producten afkomstig uit de door Israël bezette gebieden, hier is hij keizer. Zijn imperium, Rami Levy Hashikma Marketing, is een begrip in Israël en de Palestijnse gebieden.


De vier 'Rami Levy's' zijn niet de enige Israëlische supermarkten in bezet gebied. Maar terwijl ketens als Shufersal en Mega hun zaken veilig hebben gevestigd binnen de grotere nederzettingen - dat is verboden gebied voor Palestijnen - heeft Levy bewust gekozen voor locaties aan doorgaande wegen.


Zo ligt de supermarkt bij het nederzettingenblok Gush Etzion aan hoofdweg 60, tussen Betlehem en Hebron. Van de merendeels bejaarde auto's op de grote parkeerplaats is de helft voorzien van witte Palestijnse kentekens. De rest, met gele Israëlische platen, is van kolonisten.


Grote gezinnen

Het zijn totaal verschillende bevolkingsgroepen met twee opvallende overeenkomsten: grote gezinnen en lage inkomens - de natuurlijke habitat voor de discountsupermarkt.


Palestijnen vormen het grootste deel van Rami Levy's personeelsbestand op de Westoever. Dat houdt de kolonisten niet weg. 'We komen hier elke week en voelen ons absoluut veilig. Joden, Arabieren, wat maakt het uit? Iedereen wil lage prijzen!', zegt Laura Rabinovitch uit de nederzetting Kiryat Arba.


Haar man Yacov duwt een volgeladen winkelwagen langs de schappen. De twee pensionado's, oorspronkelijk afkomstig uit Oekraïne, jagen op de koopjes waaraan Levy zijn faam dankt. Net als de meeste andere klanten kijken ze met één oog naar de schappen en met het andere in de brochure met speciale aanbiedingen.


Rami Levy is eigenaar van veertig supermarkten in Israël en op de Westelijke Jordaanoever. Hij heeft daarnaast ook nog een bedrijf in de mobiele telefonie en een groothandel. Levy handelt in vastgoed en exploiteert een aantal winkelcentra.


Toeval

Van zijn vijfduizend werknemers is de helft Arabisch. 'Dat is geen beleid, maar toeval', zegt hij in een kantoortje achter het magazijn. 'Als ik mensen in dienst neem, kijk ik niet naar hun etnische achtergrond. Joden en Arabieren verdienen bij mij hetzelfde loon.'


De supermarktmagnaat verplaatst zich in een Range Rover met chauffeur, maar hij is van simpele komaf. Zijn biografie leest bijna als een karikatuur van een selfmade man. In 1955 kwam hij in Jeruzalem ter wereld, als zoon van een vuilnisman. Het gezin woonde in een hut van golfplaat, met slechts één kamer. Keuken en badkamer deelden ze met de buren. Rami Levy's overgrootvader verhuisde in de 19de eeuw van Syrië naar Palestina. Zijn moeder is geboren in Irak.


In 1976 - hij was 21 jaar oud en had net zijn dienstplicht vervuld - ging Levy in zaken. Door de tussenhandel zo veel mogelijk uit te schakelen, begon hij een discountsupermarkt, een noviteit in Israël. De eerste winkel was weinig meer dan een gat in de muur in Rehov Hashikma, een armoedige straat in de buurt van Jeruzalems Machane Yehuda-markt. Wie er nu rondloopt ontdekt al snel een kleurig gevelbord, dat herinnert aan die eerste 'Rami Levy'.


Afvalhoop

Zijn vader wierf het eerste personeelslid. Aan het eind van de middag loste zijn vuilniswagen de lading op een afvalhoop bij het Arabische dorp Al-Azariya. 'Er waren altijd Palestijnse jongens die achter de auto aan holden om nog bruikbare spullen te bemachtigen', vertelt Levy. 'Vader zocht de pienterste uit en vroeg hem of hij in de winkel van zijn zoon wilde werken.'


Zo werd Ibrahim Abu-Eid, destijds pas 13 jaar oud, Levy's tweede man. En dat is hij gebleven. In de directie is Ibrahim nu verantwoordelijk voor het voorraadbeheer van alle veertig supermarkten.


Israëls besluit de Westoever te koloniseren vormt een zwarte bladzijde in zijn geschiedenis, maar de dagelijkse omgang tussen Israëliërs en Palestijnen voltrekt zich in vele tinten grijs. Levy's winkels in Israël en op de Westoever worden vaak beschreven als 'eilanden van tolerantie'. Joden en Arabieren winkelen er zonder noemenswaardige wrijving.


Zo nu en dan doet de boycotbeweging van zich spreken. In oktober 2012 verzamelden zich honderd Palestijnse, Israëlische en buitenlandse betogers voor de Rami Levy-supermarkt bij de nederzetting Beit-El, niet ver van Ramallah. Ze riepen op tot het boycotten van 'bezettingsproducten' en scandeerden leuzen tegen 'de fascistische staat Israël'.


Abir Kopty, een Arabische activiste uit Nazareth, noemde Rami Levy 'een symbool van de kolonisatie van ons land'. Toen enkele tientallen betogers de supermarkt binnendrongen, greep de politie hardhandig in. Twee mensen belandden in het ziekenhuis.


Afschrikking

De leuzen ten spijt was de betoging vooral bedoeld als afschrikking voor Palestijnse klanten. Twee jaar eerder had het Palestijnse Bestuur in Ramallah de supermarkten van Rami Levy officieel in de ban gedaan. Dat haalde bitter weinig uit. Het vlees is zwak, vooral als er koopjes op het spel staan. En wie zegt er 'nee' tegen een goed betaalde baan bij een Israëlische supermarkt als hij in zijn eigen dorp werkloos is?


Rafika Moussa Ekwani zei volmondig 'ja' toen haar vier jaar geleden een betrekking als cassière werd aangeboden bij de Rami Levy-supermarkt in Gush Etzion. 'Iedere Palestijn die hier kan werken, heeft geluk', zegt de 52-jarige gescheiden moeder van zeven kinderen.


'Er zijn Palestijnen die niets te maken willen hebben met Rami Levy, maar dat zijn er niet veel', vertelt ze. 'Sommigen zijn bang voor negatieve reacties van hun buren. In mijn dorp heb ik nog nooit kritiek gehoord. Als gescheiden vrouw vind ik het belangrijk dat ik zelfstandig ben en mijn kinderen kan laten studeren.'


In hun felle kritiek op de Europese boycotacties wijzen Israëlische ministers graag op de werkgelegenheid die Israëlische bedrijven op de Westoever hebben gecreëerd. De Palestijnen zijn de eerste slachtoffers van een boycot, zo waarschuwen ze, alsof de nederzettingen speciaal in het leven zijn geroepen om Palestijnen aan werk te helpen. Dat de bezetting een belemmering vormt voor de ontwikkeling van een eigen Palestijnse economie laten ze liever onvermeld.


'Er moet meer werkgelegenheid komen binnen de Palestijnse Gebieden', zegt Levy. 'Maar voorlopig zitten we opgescheept met de realiteit en die is dat Palestijnen de banen niet voor het uitzoeken hebben.' Over de boycotacties wil hij weinig kwijt. 'Er wonen nu zoveel moslimmigranten in Europa dat het boycotten van Israël stemmen oplevert', houdt hij het simpel. 'De Europeanen praten alleen maar. De enigen die banen scheppen voor Palestijnen zijn Israeliërs.'


Forum

Levy heeft zich aangesloten bij 'Breaking the Impasse' (BTI), een forum van enkele honderden Israëlische en Palestijnse zakenlieden die er bij hun politieke leiders op aandringen eindelijk eens een vredesakkoord te sluiten. Hij zegt overtuigd voorstander te zijn van twee staten: Israël en Palestina. 'Als dat realiteit wordt, open ik meteen een supermarkt in Hebron', blikt hij vast vooruit.


Een paar jaar terug speelde hij nog met de gedachte een zaak te openen in Ramallah, de onofficiële Palestijnse hoofdstad. Hij heeft er toch maar van afgezien, want 'als je daar de naam Rami Levy uitspreekt, schieten ze je dood'.


De in Nablus wonende Palestijnse miljardair Munib al-Masri, een van de initiatiefnemers van BTI, is een goede vriend van Levy. Zo goed, dat in de Palestijnse gebieden geruchten de kop op staken dat Masri zijn stille zakenpartner is. De Palestijnse tycoon zag zich genoodzaakt in een uitgebreide mediacampagne die laster te bestrijden.


'Ik mag Masri graag, maar we doen absoluut geen zaken', bevestigt Levy ten overvloede. En ach, door die lage prijzen gaan er zoveel geruchten. 'Er wordt ook beweerd dat de Israëlische regering mij subsidieert om de Palestijnse economie schade toe te brengen.'


'Ga je mee, Haniyeh?'

Na de demonstratie van boycotactivisten voor de Rami Levy-supermarkt bij de nederzetting Beit-El bracht de Palestijnse televisie een als satirisch bedoelde sketch, waarin een Palestijns echtpaar bekvecht over het doen van boodschappen bij deze Israëlische discountsupermarkt.


'Ga je mee, Haniyeh?', vraagt de man. 'Waarheen?', wil zijn vrouw weten. 'Naar Rami Levy', is het antwoord. 'Daar vind je de laagste prijzen!'


Vrouw: 'Maar Rami Levy is Israëlisch. Schaam je!'


Man: 'Bij ons kost een zak rijst 70 shekel en bij hem maar 40. Rami zorgt goed voor ons.'


Vrouw: 'Ik zou nog liever mijn hoofd afhakken. Ik blijf hier. Het zijn Israëlische producten'.


Man: 'Onze eigen regering knijpt ons uit met hoge prijzen en belastingen. Rami behandelt ons behoorlijk. Pas als ze een Palestijnse Rami openen, zal ik niet meer bij hem kopen'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden