Jodelen

Die zin heb ik op een paar mensen uitgeprobeerd en ze schoten allemaal in de lach. Net als ik, toen ik hem las....

MARTIN SCHOUTEN

IK kan mijn haar wassen met mijn bril op.

Hij belandt er met nog een paar aankomende studenten tijdens de introductiedagen van de universiteit, onder de hoede van de ouderejaars student Justus te Dussinkloo. Justus is een soort verre achterneef van Klikspaans Studententypen, want een type is hij zeker. Een wonderlijk type, een vrolijk type en bovenal een wijs type. Justus weet wat jongetjes die uit de provincie naar de stad komen om te studeren, bezighoudt. Niet de studie, welnee, de meisjes. Hij vertelt zijn pupillen hoe de hand te leggen op een exemplaar van deze schijnbaar zo onbereikbare mensensoort.

'Zingen', onthult Justus, 'is een afrodisiacum, heren'. Want zo drukt hij zich uit: studentikoos en bombastisch, pochend op zijn kennis van meisjes en gewichtig klinkende woorden, waar meisjes zich soms ook graag door laten imponeren. Zingen dus, jawel, maar laat het nooit ontaarden in jodelen. Dat is, vindt Justus, alleen toegestaan bij het klaarkomen. Met het verschil tussen jodelen en joden heeft Justus moeite en het blijft voor hem een raadsel hoe het kon dat 'Duitsland in het kader van de jodelvervolging Zwitserland ongemoeid heeft gelaten'. Justus is, kortom, een begaafd cabaretier.

Wie zulke zinnen kan schrijven (of overschrijven, want Ronald Giphart waarschuwt: 'Waarschijnlijk heb ik in enkele verhalen plagiaat gepleegd') en ze zo weet te doseren en te plaatsen dat ze ook gaan werken, ja, die heeft het schrijversvak in de vingers.

In de rest van de bundel, opgetrokken uit her en der eerder gepubliceerd materiaal, licht hij zijn opvatting over het vak toe, met uithalen naar: 'zo'n volstrekt humorloze maar wel heel erg ingewikkelde, erg literaire schrijfster als De Moor (heden Margriet, vroeger Wam)' & 'hersendoodverwekkende verhalen over gereformeerde jeugdtrauma's anno de jaren vijftig in armetierige gereformeerde provincieplaatsjes op de Veluwe' & critici als Trouw's Tom van Deel, van wie hij een tekst in repen scheurt.

Soms is dat leuk (zo'n Van Deel-kritiek, zo moeten recensies zijn!), maar als je terecht komt in een pluk reisverhalen op schoolkrantniveau denk je: is dat nog dezelfde schrijver en vond hij dit het bundelen waard? 'We eten Gazpacho de Andaluz, traditionele koude tomatensoep met broodpulver en knoflook.'

Zulke zinnen, de een na de ander, ja, kom op zeg, ga een ander vervelen met je vakanties, leer eerst maar eens thematiseren en dramatiseren en leer vooral, luiaard die je bent, hoe je een uitsmijter moet plaatsen.

Dat alles valt te leren van de schrijver van het titelverhaal met het, na lezing van de rest, wel zeer dubbelzinnige slot: 'Na nu zal het alleen maar minder worden. Dat alles gedoemd is te vervliegen, te vervlieden of te vergaan. Het spijt me, jongens.'

Martin Schouten

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden