Jobstijding

'Een eerbetoon voor Job', zegt Roek Lips. Hij schreef een rouwpleidooi naar aanleiding van de verdrinkingsdood van zijn zoon.

De zoon van Roek Lips (51), netmanager van Nederland 3, gaat de zee in bij het Spaanse plaatsje San Sebastián. De stroming is verraderlijk. Job roept naar zijn vriend dat het niet goed gaat. Die probeert hem te helpen. Maar de golven zijn zo hoog en krachtig dat die hem bij elke golf los moet laten. En dan ziet hij hem opeens niet meer.


Hilversum, 17 oktober 2011


De ingrediënten voor 'roerbak van kip in vijfkruidensaus' zitten in de wok op het gasfornuis. 'Troostgerecht' staat er boven het recept. 'Hoe kan zo'n eenvoudig gerecht zo onweerstaanbaar zijn', schrijft de auteur.


En dan gaat de telefoon.


Op de achtergrond hoor ik iemand gillen. In een seconde flitst er van alles door me heen.


Dan hoor ik: '...Job...in zee...nog niet terug.' Zes woorden, die alle weke delen treffen. In een seconde trekt alles zich in mij samen, een vuistslag in mijn maag. Dit is niet goed, is mijn eerste gedachte. O, god, Job, nee!


Fragment uit Het boek Job, geschreven door Roek Lips, dat deze week verschijnt.


Als je met Petra, de moeder van Job, de reis onderneemt naar San Sebastián, zegt ze: 'Hij kan toch op een boot geklommen zijn, of misschien is er wel een eiland in de buurt en dat hij zijn telefoon niet bij zich heeft?' 'Dan hadden ze hem nu vast gevonden', antwoord jij. Hoe kwam het dat jij zelfs niet het kleinste beetje twijfel had?

'Ja, ik weet ook niet hoe dat werkt. Maar vanaf het moment dat het telefoontje binnenkwam, dacht ik direct: dit is fout. Terwijl we eigenlijk maar een paar woorden wisten, niks meer. Diep van binnen had ik kennelijk de intuïtie dat het niet goed was. Maar tegelijkertijd ben je op dat moment vooral één en al ontkenning. Dat ik ook keihard schreeuw: 'Dat mag niet!'


Je schrijft: 'Het enige wat ik nu steeds voor me zie, is het beeld van Jobs lichaam in het donkere water.' En: 'Ik zat gewoon rustig in een zaaltje om me heen te kijken, terwijl jij voor je leven aan het vechten was. En ik ben gewoon naar huis gegaan, terwijl de boten al naar je zochten. En ik ben gewoon gaan koken terwijl er een helikopter laag over het water vloog, zonder je te vinden. En toen ben ik de telefoon gewoon gaan opnemen, alsof dit alles toen al niet bestond.' Heb je je, hoe onterecht ook, schuldig gevoeld?

'Nee, het was meer: potverdorie, dit was dus gewoon aan de hand en ik heb niks in de gaten gehad. Met de schuldvraag ben ik op die manier nooit zo bezig geweest. Maar natuurlijk heb ik me wel afgevraagd of ik niet tegen Job had moeten zeggen toen hij naar Spanje ging: 'Doe voorzichtig als je gaat zwemmen.' In plaats daarvan heb ik vooral gezegd: 'Ga genieten. Je hebt hard gewerkt.'


Iemand zegt op een gegeven moment tegen je: je bent ook boos. Nee, zeg jij, ik ben niet boos!

'Ja, dat voelde voor mij ook als een verraad naar Job toe. Alsof ik hem ga beschuldigen. Natuurlijk ben ik boos. Ik ben boos op het feit dat dit is gebeurd, dat kan ik nu wel zeggen. Lang vond ik het heel moeilijk om die boosheid toe te laten. Het is hem toch overkomen, hoe kan ik dan boos worden? Maar ja, natuurlijk ben ik ook boos. Je komt tijdens het rouwen overal langs.'


Ben je ook boos geweest op zijn vriend? Zo van: 'Waarom kon je hem niet blijven vasthouden in die golven?'

'Nee, nee, dat komt denk ik ook omdat ik met die jongen, Wouter, ook nog een paar dagen samen in San Sebastián ben geweest en later ook in Nederland regelmatig met hem heb afgesproken. Hij heeft gedaan wat hij kon en het is goed geweest. Ik heb weleens gezegd: 'Als ik daar was geweest, samen met Job in het water, dan waren we er waarschijnlijk allebei geweest.' Hij moest Job loslaten. Hij moest voor zichzelf kiezen en dat is heel goed.'


Verschrikkelijk.

'Ja, dat is voor hem erg genoeg. Dat hij dit heeft meegemaakt van zo dichtbij. Ik ben ervan overtuigd dat Wouter heeft gedaan wat-ie kon.'


Opvallend is de kracht waarmee je doorgaat in het begin en alle details die je weet te onthouden. Of de weg nat was, hoe het licht was...

'Dat heb ik me laten uitleggen. Op het moment dat zo'n donderslag je leven binnenkomt, is dat enorm bedreigend, hè. Je hele leven wordt letterlijk op zijn kop gezet. Als vader word je daardoor superalert op alles wat er om je heen gebeurt. Psychologisch schijnt dat zo te werken. Al je zintuigen gaan open staan, je krijgt een soort alertheid van 400 procent. Nog steeds weet ik de kleinste details als ik terugdenk aan die eerste dagen.'


Je maakte een filmpje van de helikopter die boven de zee vloog op zoek naar Job. Waarom deed je dat?

'Ik was de enige die er de hele tijd bij was terwijl ze zochten naar Job. En ik realiseerde me vrij snel toen ik daar aan het strand stond, dat dat voor mij werkelijkheid was, maar voor de direct betrokkenen in Nederland een verhaal op afstand. Ja, hij is gaan zwemmen en toen verdronken, maar je hebt er geen beeld bij. Je weet niet hoe het strand eruitziet, je weet niet wat daar allemaal gebeurt. Er was alleen af en toe telefonisch contact waarin ik vertelde: 'Nee ze hebben nog niks gevonden.' Dus ik wilde de directe mensen om ons heen in Nederland goed kunnen vertellen hoe het was. Ook omdat ik erg onder de indruk was van de manier hoe de reddingswerkers met man en macht zo lang doorgingen. Degene die de reddingsactie in San Sebastián organiseerde, zei toen ik me daarover uitsprak: 'Ja maar hier zijn allemaal vaders op zoek'. Voor mij was het heel belangrijk dat ze dat deden. Dat ik toen ik terugkwam in Nederland oprecht kon zeggen: 'Ze hebben er echt alles aan gedaan.'


Je beschrijft in je boek ook het telefoongesprek dat je met je moeder moest voeren vanuit San Sebastián, waarin zij niet veel meer kon uitbrengen dan 'Dat meen je niet. O jongen.... O jongen wat erg. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Job... dat kan toch niet! O jongen... O jongen wat erg.' Heb je later nog aan je moeder gevraagd hoe je vader daarna op het nieuws reageerde?

'Ja. Mijn vader kon het heel moeilijk verwerken. Hij had vanwege zijn dementie toen al een kleinere woordenschat. Vanaf het moment dat tot hem doordrong wat er aan de hand was, had hij eigenlijk maar één zinnetje dat hij steeds herhaalde, en dat was: 'Job is dood'. Dan keek hij naar de foto en zei hij: 'Job is dood'. Dan deed hij zijn ogen dicht en was hij een tijd stil en deed hij zijn ogen open, keek hij naar de foto en zei weer: 'Job is dood'. Zo is hij die dagen doorgekomen.'


De geschiedenis herhaalde zich op een bepaalde manier. Job was 18 toen hij verdronk, je vader was 18 toen zijn vader ook door het water overleed. Daar had hij nooit eerder over gepraat.

'Nee. Hoewel hij het in het begin heel erg moeilijk vond, kon hij zich nu ervoor openstellen om daar, hoe weinig woorden hij ook had, toch ineens woorden aan te geven. Dat heeft mij ook geholpen om door dat proces van afscheidnemen heen te komen. Zeker omdat ik dus ook nog een keer van mijn vader afscheid moest gaan nemen, want dat ging op een gegeven moment min of meer gelijk op. Mijn vader is bijna een jaar na Job overleden.'


Jij bent als kind van 15 ook een keer bijna verdronken. Hielp die ervaring je?

'Ja, dat vind ik wel een troostrijke gedachte. Ik herinner me in het begin heel kort de paniek, maar die gaat eigenlijk snel voorbij. Daarna zag ik de tunnel van licht die erg mooi was. Maar desondanks vind ik de gedachte dat Job dat laatste stuk alleen heeft moeten doen... Als ik daar nu weer over nadenk, krijg ik weer pijn in mijn buik. Tuurlijk had ik, als het dan toch moest, erbij willen zijn. Maar ja, dat heb ik niet gekund.'


In eerste instantie lijk je jezelf wonderbaarlijk bijeen geraapt te houden. Maar dat verandert totaal als blijkt dat de zee van Sebastián niet altijd teruggeeft, zoals steeds door de lokale bevolking tegen je werd gezegd.

Ja, hoe verschrikkelijk de werkelijkheid op dat moment ook is, toch zoek je naar een nieuw houvast. En voor mij werd dat het moment dat zijn lichaam zou worden gevonden. Daar verbaasde ik me ook over. Na twee of drie dagen bedacht ik ineens: Oh, ik ben nu dus aan het hopen dat het dode lichaam van mijn zoon wordt gevonden. Ik had er ook een soort kinderlijke voorstelling bij. Ik had het beeld dat er een telefoontje zou komen met het bericht: 'hij is nu gevonden', en dat ik dan naar het strand kwam lopen en hem uit het water zou halen. Tuurlijk weet ik dat in het echt dat nooit zo zou gaan, maar ik denk dat het een soort survivalmechanisme is. Dat je je wilt vasthouden aan iets. Iets anders was er niet. Dat bleek ook toen het bericht uiteindelijk kwam dat we niet meer mochten hopen dat zijn lichaam ooit nog gevonden ging worden.


Ja, dat was voor mij, dat is één van de zwartste weekenden geweest. Dat je echt denkt: Mogen we zelfs daar niet meer op hopen? Toen wist ik echt even niet hoe het verder moest.'


Omdat zijn lichaam niet werd gevonden, zou Job nog vijf jaar als vermist geregistreerd blijven staan. Je hebt er veel moeite voor moeten doen om hem doodverklaard te krijgen. Waarom vond je dat zo belangrijk?

'Daar zit een hele praktische kant aan, want zolang iemand vermist is, kun je een heleboel dingen niet afhandelen. Maar, zoals ook in de Dikke Van Dale wordt omschreven, als je bent vermist, behoor je noch tot de levenden, noch tot de doden, dus dan hoor je nergens bij. En dat heb ik letterlijk zo ervaren.


'Het moment dat ik hem ging uitschrijven in Utrecht, waar hij studeerde, was wel heel indrukwekkend. Veel indrukwekkender dan dat ik me van tevoren had voorgesteld. Mensen zeiden tegen mij: 'Ga je dat zelf doen?' Ik vond het eervol naar Job toe om het zelf te doen. Ik moest denken aan de keer dat ik naar het gemeentehuis liep om hem aan te geven na zijn geboorte. Dat heb ik ook als vader gedaan. En ik vind het eervol om het dan eveneens aan de andere kant te doen. Het krijgt zo een plek. Als je zoon verdrinkt en zijn lichaam wordt niet meer teruggevonden, moet je wel je eigen afscheidsrituelen bedenken.


'Ook de verklaring van overlijden die een paar dagen later binnenkwam, raakte me enorm. Dat je het ineens voor het eerst zo zwart op wit ziet staan. Het was inmiddels een jaar later en dan denk je dat je het toch echt wel hebt laten doordringen allemaal, maar als je het voor het eerst zo officieel op papier ziet staan, paf.'


Stond het er in het Nederlands?

'Nee, dat was in het Spaans. Maar dat was een soort Spaans dat je... Je begrijpt wel wat er staat.'


Je sprak onder anderen met generaal Peter van Uhm en de acteurs Monique van de Ven en Edwin de Vries over het verlies van een kind. Hielp dat?

'Ja. Rouwen is een heel persoonlijk iets, iedereen doet dat anders, maar er zijn ook enorme overeenkomsten als het gaat over het diepe verdriet dat je voelt. Eén van de moeilijkste dingen vond ik te beschrijven hoe het verlies van een kind voelt. In mijn boek schrijf ik: 'Het verdriet om het verlies van mijn vader van 81 voelde zacht en het verdriet om het verlies van een kind is venijnig. Dat is veel rauwer. Dat steekt. Het voelt geamputeerd. Ik heb ook een droom beschreven waarin ik heel intens droom dat er fysiek letterlijk iets uit mijn lijf wordt gehaald. Dat herkennen mensen sterk die ook een kind hebben verloren. En dat het missen nooit weg is. Het is een soort laag die er altijd is.'


Wanneer begon je voor het eerst een behoefte te voelen om het op te gaan schrijven?

'Het begon ermee dat ik me ineens realiseerde dat zijn sms'jes nog in mijn telefoon zaten en die wilde ik onder geen beding kwijtraken. Dus die ben ik gaan overschrijven. Toen merkte ik dat ik het prettig vond om even iets om handen te hebben en toch met Job bezig te kunnen zijn. En ik was ook heel erg bang hè. Het is een soort rollercoaster waarin je terecht komt en ik was zo bang dat ik iets zou vergeten. Dus in het begin was het eigenlijk vooral een beetje een dagboek bijhouden. Later realiseerde ik me dat het ook een hele andere functie voor mij had. 'Je kunt iets of iemand pas loslaten als je het eerst hebt vastgepakt' is voor mij een heel treffende uitspraak voor het verwerken van groot verdriet. Normaal gesproken doe je dat bijvoorbeeld als iemand opgebaard ligt, daar is dat ook mede voor bedoeld. Maar bij Job was er helemaal niks om vast te pakken. En na verloop van tijd realiseerde ik me dat het schrijven voor mij misschien wel een manier is om hem nog een keer vast te pakken, omdat ik dat op een andere manier niet kon.


'Nu het echt een boek is geworden, hoop ik ook dat het een soort eerbetoon voor Job is. Een paar weken voordat hij naar Spanje vertrok, hebben we de laatste lunch met zijn tweeën gehad. Dat was een heel leuke lunch. Hij woonde net op kamers in Utrecht. Hij was vol van het studentenleven en alle nieuwe indrukken die hij had opgedaan en was ook heel nieuwsgierig hoe ik naar de toekomst keek. Op een manier waarop we eigenlijk nog nooit gesproken hadden. In dat gesprek vertelde hij ook dat één van zijn dromen was ooit nog een keer een boek te schrijven.


'Dat heeft misschien op de achtergrond ook wel een rol gespeeld. Dat hij nu toch nog een beetje zijn boek heeft gekregen.'


Het boek Job

Job Lips was eerstejaars student aan het University College in Utrecht.


Half oktober 2011 vertrok hij met andere studenten van zijn universiteit in groepjes van twee richting Spanje. Met twee vrienden en een vriendin ging hij op 17 oktober zwemmen in zee. Toen ging het mis. Twee wisten op eigen kracht uit het water te komen, de derde werd gered door een surfer. Jop Lips verdronk. Het boek van zijn vader over Job is uitgegeven bij Prometheus en kost 18,95 euro.


De zwarte papieren band

Roek Lips: 'Veel mensen zeiden: 'Ik heb geen idee wat ik tegen je moet zeggen', of: 'Joh, ik kan me er geen voorstelling van maken wat jij meemaakt.' Ik kan het me dat goed voorstellen, maar tegelijkertijd voelt het heel eenzaam als iedereen dat zegt. Dat is ook een thema in mijn boek. Het gaat ook over hoe we op het ogenblik omgaan met afscheid nemen in Nederland. We zijn wel goed in grote stille tochten, maar de langere termijn is een stuk ingewikkelder.


'Ik heb heel bewust gekozen voor een zwarte papieren band om de buitenkant van het boek. Als je het boek gelezen hebt en de band eraf is, symboliseert dat een beetje hetzelfde als het verwijderen van een rouwband. Die droeg men vroeger wel anderhalf jaar. Als je tegenwoordig na een paar maanden nog rouwt, mag dat officieel gediagnosticeerd worden als een depressie. Dat zegt iets over hoe wij hier nu met pijn en verdriet omgaan. We hebben 'flink zijn' voorop gesteld, terwijl mijn ervaring is dat het ook flink is om er juist tijd voor te nemen. Ik voer hiermee niet een pleidooi om de rouwband weer terug te brengen, maar het is misschien wel interessant om na te denken wat je in plaats daarvan zou kunnen doen zodat rouwen niet helemaal een individuele aangelegenheid wordt. Nu word je echt letterlijk op jezelf teruggeworpen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden