Column

Job vreest het einde van het vissen

Waarom de vissers boos zijn en bang.

Zal Jobje (6) de familielijn kunnen doortrekken? Beeld
Zal Jobje (6) de familielijn kunnen doortrekken?Beeld

Het is voor middernacht en onder halogeenlicht pluk ik met de jonge maat Esto Beneden 'de rotzooi' tussen kilo's kromme garnalenlijven uit. Zeesterren die Esto 'wrijvers' noemt, grondvisjes die 'neushangers' heten, babykrabben, glimwitte inktvissen met verbaasde paarse ogen. Esto is 18. De zee is op zijn vlakst. Ik zeg: best gezellig, dat werken aan dek, het is bijna mediteren. Hij zegt: 'Moest je maandag hier zijn', was-ie zeeziek, 'spugen jonge. Spugen.'

Ik eet een garnaal. 'Zo pel je niet hoor, zo pel je gamba's.'

Een etmaal op de Z201 'Job Senior', een slapeloze boomkorkotter, een volcontinumachine waarop en waaraan alles beweegt. Ze komen van Tholen. We trekken baantjes over de Vlakte van de Raan, waar de tijd verdwijnt. 'Halen maar hoor': staalkabels strekken zich over schijven en blokken, opgejaagd door een jeremiërende lier; korren rijzen druipend op, water spuit uit slangen, stoom wolkt over dek. Jan Pul beweegt als een schermer, ontwijkend, alert, 'snok d'r 'ns aan!' Ze gooien elkaar korte woorden toe. De netten, langzijdige driehoeken, eindigen in wat ze een 'zak' noemen; een bruine berg gutst eruit, garnalen, zand, krabben. Ik gooi een gladde haai in zee, langer dan mijn arm, hij verdwijnt met vinnige slagen.

De boot is beladen met drie generaties: Job Schot (53), Job junior (29) en Jobje (6). Jobje staat al wijdbeens op de brug, schiet laarzen aan en trekt een tarbot uit de vangst. Zo leiden ze elkaar op: vader, zoon, kleinzoon - wijden ze elkaar in. Het is geen heilige opdracht de 150-jarige familielijn door te trekken, maar het gebeurt wel. Ook Jobje zal visser worden, 'als we dan niet zijn uitgestorven', zegt Job. Die naam blijven gebruiken getuigt van moed, de naam van de rechtschapene die alles kwijtraakt, maar misschien getuigt het ook van een vooruitziende blik.

Met Job voorop trokken zaterdag 48 kotters uit protest naar het hart van Rotterdam, want de Noordzee wordt ze afgepakt. In brokjes: windmolenparken, natuurzones, de Brexit, de aanlandplicht. Vanuit hun 9-tot-5-kantoren ('met hun miljoenensubsidies', briest Job) bemoeien activisten en politici zich met de zee. Eindelijk gaat het ze goed in de visserij, 'we doen zo ons best, vissen zo duurzaam mogelijk', en dan nóg zetten ze de visser neer als een vernietiger, zegt Job. Zijn liefde voor de zee is een andere dan de hunne, en kennelijk niet goed genoeg.

Vissers hebben geen stem of gebruiken die verkeerd, zegt hij ook. Job heeft alleen een boot, een lening bij de bank, een renovatie van vijf ton in het verschiet en werkdagen van achttien uur: zondag middernacht vertrekken, vrijdagmiddag thuis. 'Wij zijn maar een druppel op een gloeiende plaat van het economisch belang.'

Job Schot (53) vreest het einde van het vissen. Beeld
Job Schot (53) vreest het einde van het vissen.Beeld

We eten op het achterdek, draadjesvlees met boontjes en appelmoes, prakken de aardappelen met vorken. De zee een lichtorgel, ónze zee. De vangst blijft achter bij die van de andere kotters, die als hommels om ons heen brommen, 'ik word er schijtziek van'. Job gaat met boetnaald op de knieën om gaatjes in het net te repareren, het helpt niks. We duiken de Noord in, de Tweede Maasvlakte vlamt op, voor garnalen heb je gekleurd water nodig, 'dik water', zegt Job, maar ook achter de toren van Ouddorp is het helder als jenever.

'Ik heb me kapotgepiekerd of ik iets anders wou doen dan dit', zegt Job junior, de aangewezen opvolger. 'Maar dan zit ik straks op een zandschip' - zijn gezicht vergrauwt. Hij was 7, de eerste keer met pa mee op zee. Pa zelf was 11. 'Je valt erin of niet', zegt Jan, die van buiten komt, van de Veluwe, en nu een soort familie is. 'Op andere kotters vermoorden ze elkaar bijna, op deze niet.'

De Z201 'Job Senior' is beladen met drie generaties. Beeld
De Z201 'Job Senior' is beladen met drie generaties.Beeld

Er is een interessante vorm van kameraadschap op de Z201, er is zorgplicht. 'Hé wattist jong?', zegt Job 's nachts, 'bejje moei? Ga leggen dan.' Maar slapen is moeilijk, ik probeer zijn zorgen te begrijpen in die stikbenauwde kooi vol dwingend motorgeluid. Job vreest het einde van het vissen. Leuk is vissen niet, maar wat als je niets anders kent? Voor lui aan de wal zijn vissers eendimensionaal, ruwe eenzaten, maar Job zegt zinnen als: 'Het kapitaal is de zee en we vissen de rente op.' Hij is van de gereformeerde gemeente en speelt thuis een mooi orgel, een Johannus. Hij speelt graag Vierne, een Franse modernist, 'ik hou van dissonanten'.

De wal met die controlebehoefte zit hem dwars - elke dag voor middernacht dat elektronisch logboek versturen. Hij mist zijn overleden vader, Job senior. 'Soms', zegt hij, 'heb ik het wel een stukkie gezien in de stuurhut.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden