Job Cohen moet van de islam afblijven

De burgemeester wil dat wetenschappers laten zien hoe de gematigde islam in Nederland eruit ziet. Dat hoort hij helemaal niet te willen.

Job Cohen constateert dat in het publieke debat over de islam, vooral aandacht uitgaat naar de extremen. Een oorzaak daarvan is volgens hem dat de wetenschap zich niet voldoende bezighoudt met dit specifieke debat en daarom nalaat er orde en evenwicht in aan te brengen.

Negeren
Hij rekent het tot de maatschappelijke taak van wetenschappers om dat wel te doen. Tegelijkertijd beschuldigt Cohen opiniemakers ervan dat zij wetenschappelijke inzichten negeren. Mede hierdoor, en dit is volgens Cohen zelfs exemplarisch, is het boek van Dalia Mogahed en John Esposito Who speaks for Islam, nauwelijks tot politici en andere beleidsmakers doorgedrongen.

Het interessante aan dit verwijt is, dat Cohen politici en beleidsmakers ermee afschildert als volkomen afhankelijk van wat opiniemakers aan wetenschappelijke inzichten in het publieke debat laten doorsluizen. Negeren de belangrijkste opiniemakers een bepaald wetenschappelijk werk, dan zal de kennis die daaruit naar voren komt op geen enkele wijze doordringen tot het beleid. Beleid en politiek zijn dus hoofdzakelijk gebaseerd op meningen die in het publieke debat naar voren worden gebracht, zo volgt uit Cohens redenering.

Waan
Met andere woorden: politiek en beleid worden gestuurd door de waan van de dag. Beleidsmakers, politici en bestuurders, door Cohen voor de enquêtecommissie over de Noord/Zuid-lijn als ‘allemaal amateurs’ aangeduid, zijn niet in staat om zelfstandig wetenschappelijke expertise over actuele beleidsthema’s te zoeken, te vinden en op waarde te schatten.

Cohen zou daar wel eens gelijk in kunnen hebben. Nu is het de vraag of dit wetenschappers en opiniemakers te verwijten valt, zoals Cohen dat in zijn lezing doet. Ik vind dat te gemakkelijk. Waarom klinkt er geen sterker verwijt richting beleidsmakers en politici? Waarom moeten wetenschappers Cohens probleem oplossen?

Dit neemt niet weg dat de maatschappelijke taken van wetenschappers en universiteiten, als ook de verhouding tussen wetenschap, publiek debat, politiek en beleid zondermeer belangrijke en interessante vraagstukken zijn, waar Cohen als bestuurder terecht in geïnteresseerd en mee begaan is. Toch lijkt zijn artikel niet bedoeld als aanzet tot een algemene beschouwing over deze thema’s.

Het gaat Cohen specifiek om het publieke debat over de islam en de verschillende visies die daarover in de Nederlandse discussie naar voren worden gebracht. Die zinnen hem niet, zoveel is duidelijk.

Variëteit
Cohen vindt het wenselijk dat opiniemakers en wetenschappers zich richten op de variëteit die de islam zou kenmerken, de doorsnee moslim die hier werkt en leeft. Dat gebeurt volgens hem niet voldoende. Hij verwijt dat wederom de wetenschap en de opiniemakers. Die zouden iets anders moeten onderzoeken en andere meningen moeten ventileren. Dat mag Cohen uiteraard vinden. Het is alleen te hopen dat hij zich daarbij wel realiseert dat hij daar als bestuurder helemaal niets over te zeggen heeft en dat ook niet zou moeten willen.

De maatschappelijke taak van wetenschappers kent een heleboel aspecten maar het naar het pijpen dansen van bestuurders door welgevallige meningen te geven, de politiek-maatschappelijke agenda dienende onderzoeksvragen stellen en bijbehorende gewenste conclusies trekken, behoren daar beslist niet toe.

In zijn pleidooi voor meer wetenschappelijke en opiniërende aandacht voor de ‘gewone moslim’ noemt Cohen het werk van Mogahed en Esposito een ‘eyeopener’. Een eyeopener is het beslist, maar niet op de manier waar Cohen op doelt. Het boek is gebaseerd op een wereldwijd onderzoek waarbij vragen werden gesteld aan 90 procent van de moslimbevolking (tot bepaalde moslimlanden kreeg men geen toegang omdat die niet mee wensten te werken).

Kinderen
Op basis van de antwoorden concluderen de auteurs dat moslims net zo zijn als wij: democratisch en gericht op een goede toekomst voor hun kinderen. Het overgrote deel is gematigd en slechts 7 procent van de 1,3 miljard moslims is radicaal of zoals Mogahed en Esposito het liever uitdrukken, ‘politiek geradicaliseerd’. Dat gaat overigens nog altijd om 91 miljoen moslims.

Nu valt er wel een en ander aan te merken op deze conclusie en het onderzoek waar zij uit voortkomt. Zo is de definitie van ‘radicale moslim’ in de loop van het onderzoek bijgesteld. De auteurs geven dit zelf toe. Het kwam de onderzoekers beter uit om het percentage radicale moslims laag te houden. Of iemand een radicale moslim is, leidde men af uit het antwoord op de vraag of men de aanvallen van 9/11 gerechtvaardigd vond. Het was mogelijk antwoorden te geven door te kiezen uit de cijfers 1 tot en met 5. Wanneer je 5 antwoordt, geef je aan dat je die aanvallen volledig gerechtvaardigd acht.

Aanvankelijk wilden Mogahed en Esposito iedereen die deze vraag met 4 (9/11 was grotendeels terecht) of 5 (9/11 was geheel terecht) beantwoordde tot de radicale moslims rekenen.

Schokkend
Zij zijn daar dus uiteindelijk vanaf gestapt. Het percentage van 13,5 procent radicale moslims in de wereld en het absolute aantal moslims dat daarmee correspondeert, vonden zij toch wat te schokkend. Moslims die 9/11 grotendeels terecht vonden, werden daarom verder neergezet als gematigd, ongeacht hun antwoorden op andere vragen.

Terecht merkte een criticus op Jihadwatch.com op dat het toch opmerkelijk is dat volgens Mogahed en Esposito ‘gematigd’ de juiste aanduiding is voor alle moslims die zeggen Amerika te haten, de Sharia te willen invoeren, zelfmoordaanslagen goed te keuren, tegen gelijke rechten voor vrouwen te zijn, maar de aanslagen van 9/11 slechts ‘gedeeltelijk gerechtvaardigd’ te vinden.

Kortom, als opiniemakers hun meningen op de studie van Mogahed en Esposito zouden baseren, zou dat beslist niet automatisch leiden tot de door Cohen gewenste mening dat de islam vele kamers en even zoveel mooie kanten kent.

Islamprediking
Eerder zou het tot de gevolgtrekking leiden dat men met de grootst mogelijke scherpte moet kijken naar opinie, politiek, bekeringsprojecten en islamprediking, die als wetenschap worden gepresenteerd. Wanneer Cohen zo graag op de maatschappelijke taak van wetenschappers wil reflecteren, zou dat een goed uitgangspunt zijn. Hij zou daarbij met zijn exemplarische casus Who speaks for islam, een begin kunnen maken door het stellen van enige essentiële vragen.

Wie heeft het onderzoek financieel mogelijk gemaakt? Wie zijn de onderzoekers en hebben zij misschien behalve wetenschappelijke doelen een politiek-maatschappelijke agenda die samenhangt met het onderzoeksobject? Welnu, Dalia Mogahed is onderzoeker en directeur van het Gallup Centre for Muslim Studies dat gebruik maakt van de data die wereldwijd verzameld worden door Gallup.

John Esposito is directeur van het Prince Alwaleed Center for Muslim-Christian Understanding dat verbonden is aan de Universiteit van Georgetown. Het instituut beoogt begrip te bevorderen tussen christenen en moslims en is genoemd naar haar financier, de Saoedische prins Alwaleed bin Talal.

Gülen
Zowel Esposito als Mogahed zijn bewonderaars van de Turkse moslimprediker Fethuhllah Gülen, de man achter de wereldwijd maar vooral in westerse landen opererende Gülenbeweging.

Gülen heeft in de jaren tachtig gezegd dat voor het tot stand brengen van een islamitische samenleving (in plaats van de democratische Turkse samenleving) elke methode of weg gerechtvaardigd en acceptabel is, inclusief liegen. In 1998 ontvluchtte hij Turkije omdat hij vervolgd dreigde te worden voor antiseculiere activiteiten.

Hij vestigde zich in de VS waar hij vrij plotseling een meer progressieve boodschap van interreligieuze dialoog uitdroeg via de talrijke scholen, media en instituten die door de Gülenbeweging zijn opgericht en gefinancierd worden.

Inspirator
Mogahed ziet Gülen als een groot inspirator, zei zij dit jaar tijdens een lezing in Quatar. Esposito’s instituut organiseerde eerder een congres dat tot doel had het belang van de perspectieven van de Gülenbeweging op de wereldproblematiek te verkennen, eerst en vooral omdat de beweging geïnspireerd is door een ‘Muslim Worldview’.

De opvattingen van Gülen sluiten goed aan bij de doelstellingen van het Prince Alwaleed Center for Muslim-Christian Understanding. Niet voor niets doneerde Alwaleed 20 miljoen dollar opdat dit instituut bruggen zou bouwen tussen de islam en het Westen. Het instituut richt zich tevens op het bestrijden en benoemen van stereotypen waarbij het vooral ‘the clash of civilisations’ en de onverenigbaarheid van islam met westerse democratische waarden, op het oog heeft. Het centrum doet misschien wel wat Cohen graag wil dat wetenschappers en opiniemakers in Nederland gaan doen.

Consequenties
Cohen zou graag zien dat wetenschappers gaan uitzoeken of Nederland islamiseert en als dat zo is welke consequenties dat heeft. Ook vraagt hij zich af islamisering kan bijdragen aan de ontwikkeling van onze samenleving. Als je het aan een centrum zoals dat van Esposito zou vragen, is het redelijk voorspelbaar wat het antwoord zou zijn.

De islam is een verrijking voor de wereld en de Amerikanen kunnen hun voordeel doen met de visie van moslims, zo stelde Mogahed onlangs tijdens interviews waarin zij ook de waarde van de sharia beklemtoonde.

Cohen stelde zijn vragen over moslims en de islam (waaronder: is de islam een gewelddadige religie?) tijdens de opening van het Leiden University Centre for the Study of Islam and Society waarbij ook Mogahed aanwezig was. Betekent dit dat dit centrum Cohen op zijn wenken gaat bedienen?

Dat zou voor iedere door Cohen aangesproken Nederlandse wetenschapper en opiniemaker die zijn maatschappelijke taken serieus neemt, een waarschuwing moeten zijn. Het zou ook meteen een bevestigend antwoord op de vraag zijn of Nederland islamiseert en op Cohens vraag of dat erg is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden