JO RITZEN

MET DE verschraling van het onderwijs vermagert Jo Ritzen steeds meer. Hij lijkt zichzelf te verteren. Hij loopt nooit kalm, maar altijd gehaast, papieren onder de arm, links en rechts een hand gevend....

KEES FENS

Het is boeiend hem in de Kamer te zien. Hij neemt een rusthouding aan, die niet bij zijn natuur past. Hij leunt wat opzij, laat zijn hoofd steunen door zijn linkerhand; hij vertoont de ontspannenheid van een veer. Iedereen praat te traag, te lang en te uitvoerig. Dat verraadt zijn aandacht, die zo groot is dat ze zichtbaar in gebrek eraan overgaat. Hij kan niet zitten, hij kan ook niet stilstaan. Hij wil lopen en alleen maar vooruit. Vlug. Hij heeft de haast van iemand die alles binnen de kortste tijd wil oplossen. Dat kan nooit zonder vereenvoudiging. Maar bijna alles is uiterst gecompliceerd en daarom weerbarstig. En dat irriteert. Dat hij soms spreekt op de grens van de irritatie, is het gevolg. Wat voor de vereenvoudiger, die in schema's en cijfers denkt, het allermoeilijkste is, is dat er mensen zijn. Want die laten zich niet vereenvoudigen. Misschien is wel zijn grootste last, dat onderwijs door mensen gegeven en door mensen genoten wordt. Dat 'genoten' moet zijn lichte afkeer wekken, want genieten vraagt te veel tijd. Ritzen is zo praktisch dat zijn denken onpraktisch dreigt te worden. Dat hij het bij alles wat hij over onderwijs zegt, zelden of nooit over afzonderlijke vakken heeft, is tekenend. Wie alles compleet geordend wil krijgen, kan geen individualiteiten gebruiken. Hij denkt in abstracta, die alleen in zijn betogen even een concrete gestalte krijgen. Vraag hem vijf miljard, en hij zal ze bezuinigen. Dat hij als minister terugkwam, was een verrassing. Sommigen zagen hem toen even als een martelaar, hun ontging zijn plezier in de uitdaging. Alleen wanneer er te veel geld voor onderwijs is, zal Ritzen terugtreden, want hij houdt er alleen van uit het minimale het maximale te halen. Hoe slechter, hoe beter. En hij weet bijna iedereen van die leer te overtuigen: de Kamer, de bestuurders van de universiteiten, de studenten zelfs. Er is geen grotere zegen dan verlaging van de basisbeurs en verhoging van de collegegelden. 'Natuurlijk kunnen de studenten er niet van komen', geeft hij toe. Maar dat geeft ze juist de kans er te komen. En hij geeft zelf het voorbeeld: hij spaart zichzelf niet. Toen het heel spannend werd, nam hij van zijn staatssecretaris Nuis, die hem in zijn opgewektheid moet hinderen, ook nog het hoger onderwijs over. Ritzen is de directeur van een rampenfonds, die uitkijkt naar een nieuwe ramp.

De vader van Ritzen was hoofdonderwijzer. Hij lijkt op hem, zeiden zijn medeleerlingen in het programma Klasgenoten. De zoon werd de hoofdonderwijzer van Nederland. En we moeten allemaal de beste leerlingen zijn, onderwijs is een ernstige zaak, de hoofdonderwijzer gaat ons in die ernst voor. En hij heeft alles voor ons over, tot zijn gezondheid toe. Maar wat de vader zal hebben gehad, mist de zoon: geduld. Hij was natuurlijk, dat bevestigden de klasgenoten ook, het vlugste jongetje van de klas. Dat is fataal gebleken, want vlugge jongetjes verdragen op school al geen traagheid. Dat heeft nog een andere oorzaak.

Vlugge jongetjes (vlugge meisjes minder) hebben geen 'Umwelt'. Ze horen niet helemaal bij de klas, vaak zelfs niet bij hun broertjes of zusjes, ze hebben geen hen verstrooiende ruimte om zich heen. Ze zijn meestal overgeconcentreerd. Afleiding vertraagt, gezelschap verruimt de tijd, ook dat van een politieke partij. Iedereen zou wel lid willen zijn van D66. Het is moeilijk Ritzen als iemand van de Partij van de Arbeid te zien. Zijn vroegere staatssecretaris, Wallage, is een echte partijman, alleen al in het strooien van voornamen. Gezelschap doet hem glunderen. Hij houdt van vergaderingen. Ritzen is een eenling. Op congressen verraadt zijn gezicht dat hij een plicht aan het vervullen is. Zelfs Kok, die toch het roes-gehalte van een glas water heeft, voelt zich op congressen en tussen partijgenoten thuis. Hij lijkt er gelukkig te worden. Hij straalt een beetje boven en onder het grijs. Een paar jaar geleden zag ik Ritzen aan het slot van het partijcongres de Internationale meezingen, althans pogen mee te zingen. Ik betrapte mij op een gevoel van grote deernis. Hij stond er verloren tussen de velen, een enthousiast zanger bleek hij ook niet, zijn mond ging heel traag, hij was steeds, leek het, een woord te laat. De melodie is ook niet van de vlugste, moet hij hebben gedacht. Ik denk dat hij als rooms jongetje het Aan U, O Koning der eeuwen met even grote gedrevenheid heeft meegezongen. In de gemeenschap van de Kerk moet hij zich ook een eenling of vreemde hebben gevoeld. Hij hoort nergens bij. En ook dat kan zijn snelheid verklaren.

De uitzonderingspositie van het vreemde jongetje geeft wel veerkracht. Bijna niemand is je medestander. Alleen dat kan enigszins Ritzens optreden naar buiten verklaren: hij schrikt er nooit voor terug zijn beleid te komen verdedigen. Voor volle zalen deinst hij niet terug. Hij verdedigt natuurlijk de bezuinigingen en veranderingen in het onderwijs, maar toch in de allereerste plaats zichzelf. En zijn netwerk van vereenvoudigingen. Hij denkt, als alle ordenaars, dat het gezond verstand - zo ongeveer de verkeerdste begaafdheid die je kan overkomen - zal winnen. Drie jaar is goedkoper dan vier jaar. Dat moet duidelijk zijn. Eens moest de verbeelding aan de macht, nu wil het verstand het voor het zeggen hebben. Ik weet niet wat beter is.

VERBEELDING is ook de gave, je in anderen te kunnen indenken. Dat vraagt een spreidingsvermogen van je geest. Ze is Ritzen niet gegeven. En dat zou wel eens de belangrijkste oorzaak kunnen zijn van de weerstand die hij blijft oproepen, zodat er in zijn eerste ambtstermijn bij de studenten zelfs heimwee naar Deetman ontstond. Verbeelding relativeert, ze vertraagt ook. Ze komt zelfs het lichamelijk welzijn ten goede. Ritzen zal steeds sneller worden, steeds smaller daardoor, want de wereld wil niet draaien zoals hij dat wil. Hij taalt niet naar bijval, hij moet afkerig zijn van elke poging tot behagen, glamour moet hij haten, zoals zijn kleding die hij altijd in grote haast moet kopen en 's morgens aanschiet, kan bewijzen. Hij wil alleen orde op zaken en cultuurgegevens de vanzelfsprekendheid en verloopsnelheid van natuurgegevens opleggen. Bezuinigingen - het onderwijs kan er alleen maar beter van worden, zoals hij zonder twijfel zijn gezondheid zal prijzen wanneer hij op zijn zorgenwekkend uiterlijk wordt gewezen. Hij lacht er snel en zenuwachtig bij. En loopt weg, niemand kan hem inhalen. De dag heeft maar vierentwintig uur. Dat vooral verteert hem.

Samen met zijn staatssecretatis Cohen in de Kamer, het was een prachtige cultuurspeling: de Groninger die in alles een Limburger lijkt, de geboren Limburger die uit de Beemster of het platte Groningse land gekomen lijkt: als kind fietste hij zich al mager, alleen in de eindeloosheid, tegen de wind in. Hij genoot ervan. Als van wind mee. En elke dag wist hij: het moet nog sneller. Ritzen is de laatste laaglandfietser van onze cultuur. En daarom heel taai, heren professoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden