Jij hebt mooi praten

In Frankrijk staan de gemeenteraadsverkiezingen voor de deur. In Clermont-Ferrand gaat de socialistische burgemeester Serge Godard (71) op voor een derde termijn. ‘Mijn enige zorg is dat de mensen thuisblijven, omdat ze denken dat het een gelopen koers is.’

Dat hij aan het stuur zat van de eerste tram over de Place de Jaude in Clermont-Ferrand – de burgemeester glimt als hij eraan terugdenkt. Een tram op rupsbanden nog wel, je ziet ze haast nergens. Waarom? Omdat Clermont-Ferrand Michelinstad is.

Met z’n tienen lunchen we in Resto du Stade, een buurtrestaurantje in een arbeiderswijk. Serge Godard is daar die ochtend deur aan deur geweest om handen te schudden. Geen mens van buiten de stad die in dit gezelschap een burgemeester met zijn campagneteam zou vermoeden: een agrarisch genootschap misschien of een steuncomité voor regionale liefdadigheid.

Godard heeft geen slechte staat van dienst, daar zijn vriend en vijand het over eens. Hij heeft een enorme dossierkennis en is tactisch sterk, wordt gezegd. De stad staat er financieel goed voor, de tram bedient vijftigduizend reizigers per dag, het inwonertal stijgt naar inmiddels meer dan 140 duizend. Clermont is mede dankzij Godard een echte métropole regionale, hoofdstad van de Auvergne. Zoals verslaggever Cédric Gourin van de plaatselijke krant La Montagne het formuleert: ‘Als je er eenmaal bent wil je niet meer weg.’

Toch is het de vraag of een derde termijn voor Godard (71) wel zo’n goed idee is.

De burgemeester is een grote man, zonder stropdas maar met gouden polsband. Hij is wat de mensen een bonhomme noemen, een prima kerel die rustig zijn eigen weg gaat. De mensen om hem heen, dat is het gestaalde kader van de PS, de Socialistische Partij. Onder wie Martine Slama, zijn rechterhand en volgens heel Clermont-Ferrand trotskistisch geschoold en bovendien zijn maîtresse.

De Socialistische Partij is in Clermont al sinds de oorlog aan de macht. Tijd voor verandering? Onzin, vindt Godard. In Bordeaux hebben ze na de oorlog maar twee burgemeesters gehad, allebei van rechts. Met zo’n lange staat van dienst weet je tenminste hoe het werkt. Hij kijkt goedmoedig op van zijn stukje vlees: ‘Denk niet dat Michelin bijvoorbeeld gratis de banden voor de trams levert. Dan zou het lijken of we arm zijn. Maar we krijgen hier wel, als eerste na Shanghai, de grote tentoonstelling over ‘Bibendum’, het Michelinmannetje. Of het niet lastig was dat de opening in verkiezingstijd viel, had de directeur gevraagd. Nou nee, zei ik. Dat komt eigenlijk wel goed uit.’

Niet dat de burgemeester dergelijke verleidingen nodig denkt te hebben voor zijn herverkiezing. ‘Rechts heeft geen leider’, zegt hij. Als Brice Hortefeux had meegedaan, de man van de streek en de minister van het niet bijster populaire vreemdelingenbeleid in de regering van Sarkozy, was het anders geweest. Maar Hortefeux durfde het niet aan. En wilde vervolgens niet dat een ander in zijn plaats succes zou boeken voor de UMP. Dus schoof hij een voetsoldaat naar voren: Anne Courtillé, een dame met weinig kennis van zaken.

‘Onze burgemeester is altijd kalm’, zegt een van de wethouders vol bewondering. ‘Hij is als een rots. Soms neemt hij een probleem mee naar huis, en dan vertelt hij de volgende dag hoe het verder moet.’

Op straat schiet een heertje hem aan. ‘Meneer Godard, ik ben 85. De opstap van de tram, dat is voor mij geen doen.’

‘Ik zal er naar kijken’, zegt Godard, terwijl hij met het universele gebaar van politici het heertje bij de arm pakt. ‘Maar vergeet niet te gaan stemmen hè, op 9 maart.’

‘Mijn enige zorg is dat de mensen thuisblijven, omdat ze denken dat het een gelopen koers is’, zal de burgemeester later zeggen.

‘Godard is opgebruikt en verworpen’, vat Anne Courtillé (63) bondig haar standpunt samen in haar partijkantoor. De lijsttrekster van de UMP, in het dagelijks leven hoogleraar middeleeuwen, combineert een zijden shawl met gouden oorbellen. Ze wil helemaal niet tegenspreken dat ze wel wat leukers weet dan lijsttrekker te zijn voor de UMP. Maar als ze Godard dwars kan zitten, zal ze het niet laten. ‘Deze man is los van de mensen. Men is hem beu. Hij heeft sektariërs om zich heen, zijn lijst bestaat uit louter apparatsjiks. En het is een liste de famille: zijn zoon Jérôme staat er op, en de zwager van z’n maîtresse. Het is allemaal cliëntelisme.’

Zijn gezondheid is slecht, want hij drinkt te veel, weet mevrouw Courtillé ook nog. Hij gaat zijn mandaat niet uitzitten, voorspelt ze. ‘Na twee jaar stapt hij op. En wie het dan wordt, weet niemand. Zo democratisch gaat het er in Clermont aan toe.’

Een brave soldaat die het slagveld op wordt gestuurd, zo had de burgemeester haar genoemd. Courtillé spreekt het niet tegen. ‘Hortefeux kwam hier elke week. Hij was de natuurlijke kandidaat’, zegt ze. ‘Liever had ik in zijn schaduw gestaan. Hij kreeg het helaas te druk met het verdedigen van dat immigratiebeleid.’

Met als gevolg dat Courtillé gedwongen is samen te werken met Michel Fanget van middenpartij MoDem, een politicus met zeer eigen opvattingen.

Mevrouw Courtille voert elke dag campagne. Ze gaat naar markten, loopt de huizen langs, bezoekt de bokswedstrijd om het kampioenschap van Frankrijk.

Vanochtend is ze te vinden op de markt van de arbeiderswijk Saint-Jacques. De huizen zijn hier door Michelin gebouwd. In zijn glorietijd werkten dertigduizend ‘Clermontois’ voor de bandenfabrikant, die eigen kerken, scholen, winkels en een ziekenhuis had. Nu zijn het er nog twaalfduizend, vooral kaderpersoneel.

Schone slaapster

Op deze markt foldert ook Serge Lesbre, een linkse veteraan die wethouder onder Godard was en zich nu verkiesbaar stelt voor de deelraad. Lesbre is de auteur van Cours Camarade! – Kameraad, ren! – een sleutelroman over links Clermont. ‘Clermont-Ferrand is een schone slaapster’, zegt hij, een kind over de bol aaiend. ‘Maar wie gaat haar wakker kussen? Godard? Hij is een beetje oud voor een prins.’ De sterrenadvocaat Gilles-Jean Portejoie dan toch? Hij had het kunnen zijn, denkt Lesbre. ‘Maar hij heeft zich naar de zijkant laten drukken.’

Lesbre was een van de zeldzame getuigen van een magisch moment in de politieke geschiedenis van Clermont. In 1997 deed Godard een belofte: als Portejoie hem als adjunct zou dienen, zou hij halverwege zijn mandaat opstappen, en mocht Portejoie burgemeester worden. ‘Dat contract is niet gehouden’, stelt Lesbre nog eens vast.

Maar wat Portejoie dit keer wilde: een lijst met allerlei politieke kleuren zoals de regering van Sarkozy, dat kan in Clermont niet, denkt Lesbre. Hier moet je de ouverture in stilte belijden.

‘Portejoie had de sleutel in handen om de verkiezingen open te breken, maar hij heeft hem niet gebruikt’, concludeert hij. Waarom niet? Lesbre heeft een vermoeden. ‘Hortefeux beloofde hem een staatssecretariaat als hij zich afzijdig houdt in de lokale politiek.’

Aan de andere kant van de markt ontstaat opwinding. Er wordt gelachen en geduwd, mannen pakken elkaar bij de arm. Centrum van de aandacht is een pluizige man in leren jack en met een grijze baard. Alain Laffont is zijn naam: huisarts, en aanvoerder van de lijst A gauche 100 % – honderd procent links. Daarop zijn de trotskisten, arbeideristen, radicaal-groenen, strijdbare vakbonders en anti-globalisten verenigd; al met al nog een heel gezelschap.

We willen een abattoir, en geen treintje naar de Puy de Dôme – dat is de onverwachte inzet van de ultralinksen. Een abattoir brengt werkgelegenheid, een stad als Clermont heeft zo’n vernieuwing nodig. De inzet bij de verkiezingen is helder. In de tweede ronde wil Laffont een linkse samenwerking met Godard, om rechts helemaal weg te vagen.

De mensen zijn niet rijk en ze worden steeds armer, dat is wat Laffont overal hoort. Een mevrouw haalt haar loonstrookje tevoorschijn om het bewijs te leveren: ‘Ik heb vier kinderen, ik heb m’n hele leven gevochten. Ik heb er geen zin meer in.’

‘Denk aan mij op 9 maart, want ik denk aan u’, is het mantra van Laffont. ‘Jij hebt mooi praten’, zegt een marktkoopman terwijl hij aan de kleren van Laffont plukt. ‘Moet je zien: Lacoste-shirt, Marlboro-jack, Nikes aan je voeten. En kijk eens naar mij.’ Hij houdt zijn eigen gerafelde mouwen voor het gezicht van de lijsttrekker.

Die lacht het weg: ‘Mijn kleren zijn ook oud.’

Michel Fanget (57) zit achter zijn volle bureau in een kostuum met zilveren knopen. Hij is de lijsttrekker van de MoDem, de middenbeweging van François Bayrou, die per stad wisselende voorkeuren heeft: soms samenwerken met links, soms met rechts. Achter hem hangt een immens affiche met het beeld van de gallische Vercingetorix. De Gallische aanvoerder die bij Clermont de Romeinen versloeg, lijkt nu de binnenstad te veroveren, maar dit keer onder de banier van Fanget.

Voor Franse politici is de politiek vaak een bijbaan. Ze verzamelen mandaten, zijn dan bijvoorbeeld tegelijk burgemeester en minister, of senator en departementsbestuurder. Of ze hebben een baan, zoals Fanget, die in het dagelijks leven cardioloog is. Dat hindert hem niet er uitgesproken politiek-strategische inzichten op na te houden. Als geen enkele partij in de eerste ronde meer dan de helft van de stemmen krijgt, volgt een tweede ronde. Die wordt gehouden op 16 maart. Zijn overtuiging: in de tweede ronde moeten UMP en MoDem samengaan, en moet hij de lijsttrekker zijn.

Anne Courtillé heeft al laten weten daar niets voor te voelen, omdat de UMP doorgaans drie keer zoveel stemmen trekt dan Fanget. Toch houdt hij voet bij stuk. ‘Je moet de mensen overtuigen die naar centrum-links neigen. Courtillé kan dat niet. Die heeft een uitgesproken rechts profiel. Ze speelt bovendien voor kanonnenvoer. De UMP gaat lokaal zwaar afgestraft worden vanwege de politiek van Sarkozy, die de rijken bevoordeelt. Een vriendje van mij kreeg tien miljoen belasting terug. Hij heeft het aangepakt, maar zei tegelijk dat hij het absoluut niet nodig heeft.’

Over de zittende burgemeester is Fanget overigens best te spreken. ‘Godard is sympathiek. We hebben een goede verhouding. Maar hij is gevormd in de jaren zestig en zeventig. Dat er mensen van het extreem linkse Lutte Ouvrière op zijn lijst staan kan echt niet meer. Stel je voor dat wij een alliantie zouden aangaan met het Front National.’

We staan voor een zaaltje in het noorden van Clermont, een van de quartiers sensibles, de moeilijke wijken van de stad. De deur is dicht, en Mohammed Hamdou, Jean-Pierre Tugas, Pascal Courty en Dilia de Carvalho zijn ervan overtuigd dat dat met de lange arm van de burgemeester te maken heeft. Die wil geen bijeenkomsten van dwarsliggers. Het viertal wil namelijk plechtig de partijkaart van de socialistische partij verscheuren. ‘Links heeft genoeg van de willekeur en het nepotisme van Godard’, verklaart Hamdou voor de dichte deur.

Uiteindelijk mogen we toch naar binnen. Als iedereen zit, zijn de sokken van Tugas zichtbaar. Votez pour moi, staat er op de rand – stem op mij. Om beurten steken de afvalligen hun verhaal af. Ze vertellen dat nog 113 PS-leden uit Quartier Nord, Montferrand en Clermont Centrum van plan zijn hun kaart te versturen. ‘Maar die zijn niet hier, uit angst voor represailles.’ Het viertal roept op om MoDem te stemmen, ‘de echte lijst van de ouverture.’

‘Dat zou een tsunami zijn’, zegt verslaggever Cédric Gourin. ‘Maar ik moet het eerst nog zien.’ De volgende ochtend krijgt hij gelijk. ‘Nee meneer Godard, heel links zal niet op u stemmen’, staat parmantig boven de per mail verstuurde oproep. Daaronder prijken niet meer dan vier namen.

‘Lange tijd gingen de auto’s en treinen met een boog om Clermont heen. Nu is het een stad van de ouverture – de openheid. Straks, met de TGV, ben je in drie uur in Parijs. Tegelijk wordt de stad omringd door natuur. Hier gaat het om de kwaliteit van het leven, om la douceur – de zachtheid. Dit moet geen industriestad willen zijn.’

Gilles-Jean Portejoie (58) ontvangt in restaurant Le Chardonnay.. Een man van de wereld, met een fijn gezicht en beweeglijke trekken. Hij geldt als een groot strafpleiter; Johnny Hallyday, de Rode Khmer, Tarek Aziz, Lolo Ferrari, Bernard Tapie en Rachida Dati waren klanten van hem.

Als Portejoie over zijn stad praat, loopt hij over van enthousiasme. ‘Dit is een vergeten stad op het kruispunt van wegen. Vanuit het centrum loop je in tien minuten naar de trekvogels, de wilde zwijnen.’

‘Dit is mijn verbondenheid met de stad, dit is het verlangen en de liefde die ik wilde delen’, zegt Portejoie met iets van spijt in zijn stem. Hij zal geen gooi doen naar het burgemeesterschap. Om wat er in het verleden is gebeurd, misschien. En omdat hij het niet kon opbrengen al zijn tijd in de politiek te steken, met de kans dat het vergeefs zou zijn.

Portejoie was de man die alle welwillenden van links, midden en rechts achter zich zou verzamelen en zo een einde zou maken aan zestig jaar socialisme. Maar de enige peiling die is gehouden, door het kritische maandblad Modergnat, voorspelde weinig stemmen voor een lijst Portejoie. Te vaak van kamp veranderd, men kent hem daardoor niet goed, vermoedt Modergnat-redacteur Rachel Le Labousse-Martin.

‘Wil Clermont mijn visie niet? Jammer dan’, zegt hij. ‘Ik ben strafpleiter. Daar geniet ik meer van dan van de politiek. Ik wil geen apparatsjik zijn, ik leef niet van de republiek. Dat ik deken van de orde van advocaten ben is de mooiste verkiezing die ik me kan wensen. Niet meedoen aan de gemeentelijke verkiezingen voelt als een bevrijding.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden