‘Jij blijft thuis en ik zorg dat je niks tekort komt’

Een half jaar geleden voorspelde een zus van me dat ik op een dag voor een zwerversvrouwtje zou worden aangezien....

Fadoua Bouali

Ik gaf eerlijk toe dat ik er niet charmant uitzag die ochtend. Het was hartje zomer en ik koos een lichte djellaba met alleen een zwarte onderjurk eronder. We zouden een dagje in Ceuta doorbrengen.

Toen ik daar precies in een zonnestraal stond, bleek mijn djellaba erg doorzichtig te zijn, en mijn zus schudde haar hoofd. Ze wist niet of ze moest lachen of huilen, zei ze.

Ik had die ochtend een verkeerde keuze gemaakt, maar over het algemeen besteed ik genoeg aandacht aan mezelf. Voor een appel en een ei heb ik laatst in Marakech mijn haar laten stylen en tegelijkertijd mijn handen en voeten laten verzorgen. Maar doordeweeks heb ik maximaal één minuut nodig: soepjurk aan, doek op, sportschoenen aan en klaar is Kees. U zult nu misschien denken: klaar is Kees voor wat?

Om eropuit te trekken om lange wandelingen te maken en te verdwalen in oude volksbuurten waar je nooit komt en te kijken wat er op straat gebeurt.

Het is me bijvoorbeeld opgevallen dat sinds de prijsstijging van suiker, olie en meel, waarover ik iedereen hoor mopperen, het aantal bedelende zwervers, gekken, bejaarden en jonge moeders met baby’s, met de dag aan het toenemen is.

Deze week ging ik een paar keer naar de markt in mijn soepjurk en elke keer was er nauwelijks verse vis te krijgen. Mijn oom, zelf zeeman, vertelde me dat de eigenaren van de grote visboten al meer dan een week het vissen gestaakt hebben vanwege de gestegen gasprijzen. Een gesprek met de minister van Visserij liep op niets uit vorige week, vertelde hij me.

De staking treft iedereen en is een catastrofe voor de Marokkaanse economie. De zeemannen zitten zonder inkomsten, de visverkopers kunnen de klanten op de markt niks aanbieden, de huisvrouwen kunnen geen vis koken en ook de exportmarkt naar Europa zal het inmiddels gaan voelen. Zelfs de zeemeeuwen en katten lijden honger nu er geen vis wordt aangevoerd in de havens.

Zonder vis liep ik huiswaarts en onderweg kwam ik een oude bedelaar tegen die midden op het trottoir zat.

Hij was me al eens eerder opgevallen, toen ik uit het raam keek en hem op zijn knieën zag kruipen, leunend op krukken. Zo zat hij in vuilniszakken te zoeken.

Ik boog om hem wat geld te geven en een weeïge geur kwam me tegemoet. Toen hij het geld aannam, besloot ik dat dit de kans was om hem te vragen wat hij mankeerde aan zijn benen. Hij vertelde me dat hij vroeger naar Ceuta ging om Spaanse goederen Marokko binnen te smokkelen. ‘Jarenlang liep ik in de kou en regen met de smokkelwaar en nu zijn mijn gewrichten versleten’, zuchtte hij.

Toen ik hem vroeg of hij kinderen had, begon hij eerst binnensmonds te vloeken, en daarna zei hij dat zijn kinderen al genoeg aan zichzelf hadden.

‘Ben jij getrouwd’, vroeg de oude man.

‘Nee ik ben niet getrouwd.’

‘Wil je met mij trouwen?’

Ik viel stil en keek om me heen en ik vond het bijna jammer dat ik geen getuige had van het moment dat deze man mij deze vraag stelde.

Dit was de allereerste keer dat een man op zijn knieën, weliswaar door lichamelijke gebreken maar toch, mij in de ogen keek en mij ten huwelijk vroeg!

Ik heb tientallen huwelijksaanzoeken gehad. Trouwens niets om trots op te zijn, want de huwelijksaanzoeken waren een soort aanvraag voor een legale oversteek naar Europa door mijn Nederlandse paspoort.

‘En wat is je antwoord?’, vroeg de oude bedelaar.

‘Sorry’, mompelde ik en dacht: kan het soms zijn dat dit een kans is die je maar één keer in je leven krijgt?

‘Als je met mij trouwt, dan hoef je je nergens zorgen over te maken. Jij blijft thuis en ik zorg dat je niks tekort komt.’

Ontroerd keek ik naar de oude man en zag een open wondje op zijn blote scheenbeen met grote bruine ouderdomsvlekken en aan zijn dikke voeten in kapotte zwarte plastic schoenen, kon je zien dat hij vocht vasthield.

‘Sorry, maar ik moet nu gaan’, verontschuldigde ik mij terwijl ik me misselijk en duizelig voelde worden, waarschijnlijk doordat ik te lang geknield zat.

‘O, je wilt gaan overleggen met je ouders, dat is goed hoor’, zei de oude bedelaar.

Allah ehefdek (dat Allah je mag beschermen), hoorde ik hem mij na roepen.

Thuis belde ik meteen mijn zus om haar te vertellen over mijn allereerste oprechte huwelijksaanzoek van een bedelaar die in mij een soulmate zag!

‘Soulmate? Die man zag jou voor een oud zwerversvrouwtje aan! O ja, en probeer dit keer dit voorval voor jezelf te houden. Al weet ik dat dat mevrouw kletskous met haar roze bril natuurlijk niet zal lukken. Laat maar, ik lees je column wel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden