Jihadisten kweken met liefdadigheid

Islamitische extremisten kunnen actief blijven in Pakistan, ondanks beloften van het Pakistaanse leger om ze aan te pakken. Onder het mom van hulpverlening worden strijders gerekruteerd en opgeleid.

Van onze correspondente Wilma van der Maten

Met een geweer onder de arm en een stoere grijns op het gezicht wandelt een puber, ouder dan 14 jaar is hij niet, het terrein op van Jamaat-ud-Dawa, de liefdadigheidsorganisatie waarachter de verboden militante beweging Lashkar-e-Taiba (Leger der Zuiveren) schuilgaat.

Het Pakistaanse leger beweert dat het na de terreuraanslagen in Mumbai vorig jaar, waarvoor Lashkar verantwoordelijk wordt gehouden, alle kantoren en scholen van de organisatie heeft gesloten en de leiding heeft gearresteerd. Maar bij de ingang van dit complex met scholen, moskeeën en een ziekenhuis gaat het leven door.

Schoolkinderen met witte moslimpetjes op het hoofd, vrouwen in boerka met baby’s op hun armen en mannen met gerafelde baarden wandelen in en uit. Slechts één politieman in islamitische dracht hangt verveeld op een bankje.

Na de aanslagen in Mumbai werd het complex gesloten, maar niet voor lang. Volgens een onderwijzer, die zijn naam niet in de krant wil hebben, kwam de buurt in opstand en gingen de scholen en het ziekenhuis onder druk van de bevolking na korte tijd weer open.

Rookverbod

In de gemeenschap van Jamaat-ud-Dawa, die verscholen ligt op het platteland buiten de stad Lahore, gelden strikte islamitische regels. Mannen moeten hun baarden laten groeien. Vrouwen dienen het gezicht te bedekken. Er geldt een rookverbod en ook het kauwen op bladeren van de betelnoot is niet toegestaan. Als uit luidsprekers in het dorp de oproep tot gebed klinkt, sluiten de mannen hun winkels en gaan ze snel naar de moskee.

De scholen en het ziekenhuis werden door Jamaat-ud-Dawa opgericht voor de arme bevolking rond het plattelandsstadje Muridke. De organisatie heeft door heel Pakistan een netwerk van liefdadigheidswerk opgezet, met als doel het kweken van een leger van jihadisten, die in buurland India aanslagen plegen.

De Jamaat-ud-Dawa maakte zich voor de bevolking bijna onsterfelijk toen ze na de zware aardbeving in het Pakistaanse deel van Kashmir in 2005 als eerste hulporganisatie toesnelde en er zelfs mobiele ziekenhuizen opzette met moderne apparatuur. Maar tegelijkertijd dienden de vluchtelingenkampen als schuilplaats voor de jihadisten, die militaire trainingen volgden.

India beweert dat ook na de aanslagen in Mumbai de militaire kampen nog actief zijn. Vorige week schoot het Indiase leger 25 Lashkar-strijders dood in het Indiase deel van Kashmir.

Interview

Journalisten krijgen van de Pa-kistaanse geheime dienst (ISI) geen toestemming om naar het Pakistaanse deel van Kashmir te reizen. ‘U mag wel komen als u de premier van Kashmir wilt interviewen. Maar als u probeert de leiders van Lashkar te interviewen of naar hun kampen gaat, zal de ISI u deporteren’, zei een woordvoerder van de premier.

Niet alleen Lashkar, maar een palet van extremistische groepen is volgens de Verenigde Staten actief in Pakistan. Ze zouden bijna allemaal worden gesteund door de Pakistaanse geheime dienst.

De Amerikaanse gezant voor Afghanistan en Pakistan, Richard Holbrooke, was deze week in het land om zijn bezorgdheid over het toenemende extremisme te uiten. Hij vreest dat de Pakistaanse staat binnen zes maanden instort als de regering niet snel de extremisten, maar ook de inlichtingendienst aanpakt.

De directeur van de ISI reageerde woedend op de ‘beledigende’ uitlatingen van Holbrooke en wenste de Amerikaan in Islamabad niet te ontmoeten.

Madrassa's

De Pakistaanse regering zegt dat ze haar best doet om het terrorisme in eigen land te bestrijden. Maar liberale Pakistanen vinden dat de politiek zich ongeloofwaardig maakt door de radicale en militaire instituten van Jamaat-ud-Dawa niet voorgoed te sluiten. De Jamaat heeft meer dan 140 scholen door het hele land.

Behalve op scholen van de Jamaat-ud-Dawa worden de jihadisten ook gerekruteerd op madrassa’s, koranscholen. President Musharraf beloofde de VS zeven jaar geleden al deze scholen te sluiten.

Een van de duidelijkste bewijzen dat dit niet is gebeurd, is de omstreden koranschool van de religieuze leider Maulan Sami-ul-Haq. Zijn school ligt pal aan een grote weg naar de grens met Afghanistan. Vrijwel alle Afghaanse Taliban studeerden hier. Nu wordt er een generatie Pakistaanse Taliban opgeleid.

Schooldirecteur Sami-ul-Haq wordt wel de vader van de Taliban genoemd, omdat de fundamentalistische studentenbeweging bij hem het levenslicht zag.

Vredestichters

Sami-ul-Haq ontkent dat de Taliban achter de vele bomaanslagen en zelfmoordacties in Pakistan zitten. ‘De Taliban zijn vredestichters. Ze strijden voor invoering van de islamitische wetgeving, de sharia, maar zonder kogels te gebruiken.’

Pasthun-kenner Rahimullah Yusufzai, die in de wetteloze stamgebieden langs de grens met Afghanistan werd geboren, beweert dat de studenten van Maulana Haq wel degelijk bij aanslagen betrokken zijn. Volgens Yusufzai durft de regering hem niet aan te pakken omdat Haq een machtige senator is.

Bij het schoolcomplex van de Jamaat-ud-Dawa in Muridke wandelt opnieuw een jongen met geweer naar binnen.

De politieman kijk niet eens op of om. ‘Ach, wat gebeurt er hier nou. Toch niets? Ik sta hier slechts onder druk van India en het Westen. Ik kom mijn dagen wel door. Dat geweer? Dat is gewoon speelgoed.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden