Jie deed een middagdutje op school, en ineens schudde alles

Anyong ligt vlakbij het rampgebied in China, maar de meeste bewoners hier hadden geluk...

Van onze correspondent Hans Moleman

De 9-jarige Jie loopt door de hoofdweg van zijn verwoeste dorp met een te grote bouwvakkershelm op. Je weet maar nooit of er nog een naschok komt in Anyong, waar de helft van de huizen al in puin ligt. ‘Daar ligt mijn school’, wijst hij naar een grauw gebouw van twee verdiepingen. ‘We lagen ons middagdutje te doen, toen alles begon te schudden.’

Jie had geluk. Zijn lagere school bleef grotendeels overeind in de aardschok van maandag. Slechts een klein deel stortte in, vijf slapende kinderen werden verpletterd. De meesten bleven ongedeerd.

Het leek alsof een paar zware vrachtwagens langsreden, zegt Jie. ‘Alles denderde. Ik werd wakker, er werd ‘wegrennen’ geschreeuwd. Die kinderen die nu dood zijn hoorden het niet, denk ik.’

Anyong, een dorp met een paar duizend inwoners, ligt 10 kilometer van de stad Beichuan, een van de zwaarst getroffen plekken. De autoriteiten zeiden donderdag dat het totaal aantal slachtoffers van de beving in Midden-China kan oplopen tot boven de 50 duizend. Anyong is voor de helft plat, maar verderop, achter een politieblokkade die alleen hulptroepen doorlaat, is het veel erger. Daar liggen honderden kinderen onder het puin.

Op de weg langs het dorp staat een file. Legervrachtwagens met soldaten, opleggers beladen met zware bulldozers van het Volksbevrijdingsleger, personenauto's en terreinwagens met dozen water en voedsel: iedereen wil vandaag naar Beichuan en de dorpen verderop tussen de Chonghai-bergen.

De weg is sinds gisteren eindelijk vrij van rotsblokken, de regen is voorbij, het reddingswerk draait op volle toeren. Vrachtwagens vol met boeren uit de bergen rijden naar opvangplaatsen in de grote stad Mianyang. Helikopers voeren ernstig gewonden af, maar voor duizenden is de hulp te laat.

In Anyong weten de bewoners dat ze nog geluk hebben gehad. Bij een beekje hebben een paar gezinnen provisorisch een tent gemaakt. Ze slapen sinds maandag buiten, net als honderdduizenden in de regio. ‘Mijn ouders en broer zijn onder het puin van ons huis bedolven. We hebben ze er zelf uitgegraven, maar ze waren al dood’, zegt een vrouw van in de veertig.

Ze zijn al begraven, op de heuvel achter het dorp. De overlevenden wachten nu op hulp. ‘We eten van onze akkers. Ik begrijp dat de hulp verderop in de bergen harder nodig is. Maar ik hoop wel dat de regering ons daarna ook komt helpen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden