JHM

Ook hier in Spanje haal ik het keppeltje uit mijn tas en leg het op de tafel.

Zoals ik dat eerder thuis deed op de eettafel en in mijn werkruimte op mijn bureau. Alsof ik er antwoorden uit kan halen. Ik moet een stuk schrijven voor het Joods Historisch Museum-magazine. Alsof het keppeltje mij het zal toefluisteren. “Schrijf dit en dit en dat maar, dat vinden ze leuk.” De eerste keer dat ik een keppeltje droeg was in Jeruzalem, ik was vijftien, ik liep naar de klaagmuur, het bleef maar niet zitten, het was heet, er stonden soldaten met geweren, de stegen in de oude stad waren smal, bochtig, stampvol en verder kan ik me er niets van herinneren.

De tweede keer was vorig jaar in Iran toen ik de graftombe van Esther bezocht in een kappelletje van de synagoge in Hamadan. Iran waar ik sowieso Joods was, het was de eerste vraag die me door iedereen gesteld werd: welke godsdienst. Bij “geen”, volgde een lang, ingewikkeld gesprek met grote ogen en hoge wenkbrauwen, dus vanaf de tweede keer dacht ik na en koos: “I am Jewish”, alles beter dan Christen zo leek me (vergetend welk land ik doorkruiste). Ik werd omarmd en toegelachen. “Then we are brothers”. Het was Iran ten voeten uit, de ene verrassing na de andere, en dus lag het keppeltje er rustig, als vertrouwd bijna op mijn kruin.

Mijn overgrootmoeder zou voorzitter worden van het bestuur van een joods weeshuis, tot de directie erachter kwam dat ze nooit voor de synagoge getrouwd was en het aanbod onmiddellijk introk. Mijn tante kwam in een joods Jappenkamp terecht; het was al oorlog en ze werd ook nog door haar kampgenoten verstoten omdat ze niets wist van joodse gebruiken en tradities. Toen mijn opa benoemd werd tot eerste joodse burgermeester van Amsterdam was dat voor de joodse gemeenschap een belangrijke gebeurtenis, maar mijn opa wist van de hoed noch de rand. “Waarom weet ik er niets van?”, vroeg ik aan de telefoon. “Ik weet ook niets”, antwoordde mijn vader.

De volmaakte afwezigheid van kennis van het joodse geloof wordt bij ons in de familie van generatie op generatie overgedragen. En dus zoek ik nu naar het verband, naar mijn gelegenheidsidentiteit voor tussen Hebreeuwse advertenties. Je kunt Leon de Winter nu eenmaal niet elke maand een verhaal laten schrijven.

Ik moet snel naar een vrijdagdienst in de sjoel, dacht ik en ik zocht alvast een zwart suède keppeltje uit in de winkel van het museum. “Esther was joodse, getrouwd met koning Xerxes van Perzië, voorkwam een genocide en ligt met haar oom Mordechai in de tombe van Hamadan die we bezochten”, smst mij nu de vriend die ik in Iran ontmoette, want zelfs dat was ik alweer vergeten. “Lees de bijbel als je het precies wil weten.” “Welk boek?” sms ik terug. “ESTHER!!!”, antwoordt hij.
Er ligt hier een bijbel, ik lees het, het zegt me niets, ik spreek geen Spaans. De amandelbloesem bloeit, op de tafel in de tuin ligt een keppeltje zonder verhaal en de zachte zon steekt over boven mijn lege hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden