'Jeugdzorg, word eens volwassen'

Signalen van het aperte disfunctioneren van Jeugdzorg zijn er al jaren, maar iedereen snurkt door, zegt Corine de Ruiter. Na de reactie van Jeugdzorg op de juweliersmoord in Den Haag is voor haar de maat vol.

De Jeugdzorg in Nederland moet op de schop. Er gaat te veel mis, maar niemand voelt zich echt verantwoordelijk. Het amateurisme viert hoogtij, de organisaties zijn versnipperd en in zichzelf gekeerd en de professionals hebben geen idee van het effect van hun werk. Ouders en kinderen zijn de dupe.


Deze harde aanklacht komt van Corine de Ruiter (51), hoogleraar Forensische psychologie in Maastricht en betrokken bij een aantal projecten in de jeugdzorg. Voor haar is de maat vol. 'Iedereen in Nederland zit te snurken. Het wordt tijd dat we wakker worden.'


De directe aanleiding voor haar aanklacht is de moord op een Haagse juwelier door twee jongens die vier jaar onder toezicht van Jeugdzorg stonden. De Ruiter: 'Het eerste wat de directeur van Bureau Jeugdzorg Haaglanden zegt, is: het toezicht moet langer. Maar hij heeft die jongens toch vier jaar onder toezicht gehad? Hij heeft toch vier jaar de tijd gehad om ervoor te zorgen dat ze op het goede pad zouden komen? Nee, het is meteen: de wetgeving moet anders. Nooit hoor je managers in de Jeugdzorg stilstaan bij het effect van hun werk. Het is altijd wijzen naar regels die moeten worden aangepast. Dat is onzin, echt onzin.'


U maakt zich heel boos.

'Omdat ik al jarenlang ontzettend veel signalen krijg van ouders en soms kinderen die duiden op een apert disfunctioneren. Het grote probleem in Nederland is dat er allemaal verschillende instanties naast elkaar werken. Er is niet één instantie die de verantwoordelijkheid neemt voor de veiligheid of de ontwikkeling van het kind. Het wordt continue doorgeschoven naar een volgend loketje.


'Kinderen met gedragsproblemen komen vaak uit gezinnen waar veel meer aan de hand is, waar de ouders niet goed functioneren en waar andere instanties over de vloer komen. Ze doen wel van alles, maar er wordt geen goede diagnostiek gemaakt; niemand voert de regie. Als die er wel is, is dat toevallig, omdat een van de organisaties zich geroepen voelt.


'In het algemeen zijn de professionals in de jeugdzorg vooral bezig met bureaucratische toestanden, dossiers creëren, vaak van lage kwaliteit ook nog. Uiteindelijk zijn de kinderen en hun ouders het kind van de rekening.'


U bepleit nieuw onderzoek. In mei 2010 was er onderzoek van een parlementaire werkgroep, binnen-kort komt de commissie-Samson met onderzoek naar seksueel misbruik, Pieter van Vollenhoven deed onderzoek naar mishandeling. Is er nog meer nodig?

'Al die onderzoeken hebben niet opgeleverd wat we nodig hebben. Ik ken geen enkel onderzoek naar het effect van de interventies van Jeugdzorg. We weten uit onderzoek dat de jeugdreclassering niet helpt om de recidive te verminderen, maar is Bureau Jeugdzorg wel eens doorgelicht? Is wat ze doen effectief, helpt het in vermindering van de problemen voor die kinderen, zijn de kinderen er gelukkiger van geworden en hebben ze een goede stek in de maatschappij weten te vinden? De sector is lui en heeft weinig zelfreflectie, hij moet echt volwassen worden.'


Wat moet er volgens u gebeuren?

'Je moet één organisatie hebben die verantwoordelijk is voor alles. Engeland kent de Children's Services. Als er bijvoorbeeld een vermoeden is van kindermishandeling, moet er een onderzoek komen, een advies aan de rechter en een interventieplan. De organisatie is vervolgens verantwoordelijk voor het uitvoeren van dat plan en het volgen van het gezin van begin tot eind. Het is toch vreemd dat een gezin dat het al moeilijk heeft, te maken krijgt met een veelvoud aan instanties: AMK, Raad voor de Kinderbescherming, kinderrechter, jeugdreclassering, Bureau Jeugdzorg, gezinsvoogdij, GGZ.


'Het kan echt eenvoudiger, maar dan moet iedereen bereid zijn het kind voorop te stellen en niet de eigen organisatie. Nu zie je dat kinderen en ouders helemaal worden vermalen. Ze sturen mij een mail omdat ze moedeloos, radeloos, wezenloos zijn. Ik kan wel twintig van die dossiers op tafel leggen. Dat gebeurt niet in een organisatie waar mensen elkaar aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Waar je niet oordeelt op het aantal gedraaide uren, maar op het resultaat. Is het veiliger geworden voor het kind? Misschien moet je dat ook eens aan dat kind vragen. Dat gebeurt in Nederland bijna helemaal niet. Sorry hoor, ik vind dat absurd.'


Aan wie richt u uw oproep?

'Aan iedereen in Nederland, maar vooral aan de managers in de Jeugdzorg. Met heel veel kinderen gaat het goed, maar er is een groep van 15 procent waarmee het niet zo goed gaat. Binnen die groep heeft 5 procent het erg moeilijk. Ik ben ervan overtuigd dat als we ons richten op die 15 procent, schooluitvallers, criminelen, er veel te verbeteren valt. Maar dan moet de sector moed hebben anderen in de keuken mee te laten kijken.


'Er wordt te weinig gebruikgemaakt van wetenschappelijke kennis die er al is of kennis die je kunt verzamelen over het resultaat van de zorg. In het buitenland zie je vaker onderzoekers op de werkvloer om het effect van de inspanningen te meten. We kunnen ontzettend veel besparen door te voorkomen dat kinderen ontsporen. Die twee Haagse jongens gaan ons heel veel geld kosten, nog los van wat ze aan leed in het gezin van de juwelier hebben aangericht. Het bewijs dat het kan, komt weliswaar uit het buitenland, maar het is er. Al kun je van die 5 procent er maar 1 of misschien 2 procent weerhouden het criminele pad op te gaan, dan levert dat al miljoenen op. Veel meer dan de hulp aan zo'n kind kost.'


Reactie Jeugdzorg: 'Er is al veel veranderd'

'Vijf jaar geleden zou de kritiek van De Ruiter terecht zijn geweest, maar nu niet meer', reageert Jan-Dirk Sprokkereef, vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland.


'Er hebben grote veranderingen plaatsgevonden. Er zijn afspraken gemaakt over verbetering van professionaliteit, over registratie en scholing. Er zijn nieuwe methodieken ontwikkeld om de effectiviteit te meten.


'Natuurlijk heeft De Ruiter gelijk als ze zegt dat er veel te veel loketten zijn. Dat vinden wij ook. Maar wij hebben te maken met acht financieringsstromen via ministeries, provincies, gemeenten. Er moet er één overblijven. Daarvoor is nieuwe wetgeving nodig. Daar zijn al goede stappen voor gezet. 'Op dit moment werken we op veel plaatsen ook al volledig ontschot, maar dat kan alleen nog in het klein.


'We zijn hard bezig en hebben al veel gewonnen. De Ruiter ziet alleen de zaken waar het echt misgaat. Ik kan me haar emotie goed voorstellen, maar ook voor ons is ieder incident er een te veel.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.