Jeugdzorg liet in zaak-Yunus veel steken vallen

Bureau Jeugdzorg Haaglanden heeft in de zaak-Yunus veel steken laten vallen. Beschuldigingen tegen de biologische moeder waren onvoldoende gefundeerd en onderzoeken die ontlastend waren voor de ouders werden achtergehouden. Ook rechterlijke uitspraken om de uithuisplaatsing ongedaan te maken, zijn genegeerd.

Minister Asscher spreekt over Yunus na de ministerraad van afgelopen vrijdag Beeld ANP

Dat blijkt uit vonnissen van de rechtbank en later, in hoger beroep, het Gerechtshof in Den Haag. De rechtbank had de nu negenjarige jongen van Turkse komaf al in 2007 willen laten terugkeren naar zijn biologische ouders. Dat gebeurde niet. Pas in de jaren daarna is de kwestie zodanig uit de hand gelopen dat ook achtereenvolgende rechters oordeelden dat hereniging niet langer wenselijk was, zo blijkt uit een 'juridisch overzicht' dat Bureau Jeugdzorg woensdagavond verspreidde.

Vooral de feiten uit 2007 zijn pijnlijk voor het kabinet. Vicepremier Asscher heeft de afgelopen week meermalen gezegd dat premier Rutte de kwestie-Yunus zal aansnijden bij de Turkse premier, die vandaag op bezoek komt. Rutte zal zijn Turkse ambtsgenoot overtuigen van de zorgvuldigheid van de Nederlandse procedures, voorspelde Asscher. Het is zeer de vraag of dat juist met deze casus zal lukken.

De kwestie kwam de afgelopen weken in de media als een botsing tussen traditionele Turkse waarden en moderne Nederlandse opvattingen. De moeder zou vooral problemen hebben met het feit dat de pleegouders twee lesbiënnes zijn. Ook onder parlementariërs en in de media in Turkije was de verontwaardiging groot; overheden in West-Europa zouden zich op oneigenlijke gronden meester maken van moslimkinderen.

Ongepast en aanmatigend
Asscher sloeg in felle bewoordingen terug. Hij vond het 'ongepast' en 'aanmatigend' dat de Turkse overheid zich überhaupt een mening meende te kunnen permitteren over de werking van de Nederlandse pleegzorg. Hij benadrukte dat bij uithuisplaatsing 'zeer strenge en zorgvuldige' procedures worden gehanteerd.

Voorzover dat het geval is, blijken die procedures in het geval-Yunus en zijn twee oudere broertjes niet goed te zijn gevolgd. Ook blijken de biologische ouders steekhoudender bezwaren gehad te hebben dan alleen de seksuele voorkeur van de pleegouders.

Yunus was in december 2004 met een gebroken arm en zwelling aan het hoofd bij het ziekenhuis binnengebracht. De moeder zei met het kind te zijn gevallen, de aanwezige artsen vermoedden mishandeling.

De Raad voor de Kinderbescherming stelde verder dat het oudste kind van de vrouw in coma was geraakt door verkeerde toediening van medicijnen. Verwaarlozing, de moeder heeft onvoldoende kwaliteiten als opvoeder, oordeelde Jeugdzorg. De drie kinderen werden voor een jaar uit huis geplaatst. Jeugdzorg zou verder onderzoek laten doen naar de situatie, onder meer botonderzoek bij Yunus om mishandeling te bewijzen of uit te sluiten.

Feiten achtergehouden
Bij een beoordeling in de zomer van 2007 constateerde de rechter dat allerlei onderzoeken nog altijd niet waren uitgevoerd. Ook bleken bij tussentijdse beoordelingen stukken en feiten te zijn achtergehouden.

Zo bleek de uitkomst van het botonderzoek bij Yunus er toen al zestien maanden te zijn; de radioloog zag geen aanwijzingen voor mishandeling. Ook bleek er geen bewijs voor de stelling dat het oudste kind in coma heeft gelegen of dat het verkeerde medicatie heeft toegediend gekregen - daarmee stond de verwaarlozing op losse schroeven.

Tenslotte bleek destijds de moeder zelf te hebben aangegeven dat ze dusdanig grote problemen had - het tweelingbroertje van Yunus was overleden, haar man had haar verlaten en ze stond er alleen voor - dat ze niet langer voor haar kinderen kon zorgen. Dat wierp een ander licht op haar zelfinzicht.

Inmiddels waren zij en haar man herenigd, was de situatie rustiger en was er een netwerk dat het gezin helpen kon, constateerde de rechter. Hij verordonneerde dat de kinderen terug naar de ouders moesten. Dat gebeurde echter niet. In december gelastte de rechter een nieuw onderzoek naar de gezinssituatie van de biologische ouders.

Dat heeft nooit plaatsgevonden. De verhouding tussen Jeugdzorg en de ouders was zo getroebleerd dat de laatsten nergens meer aan meewerkten. Ook waren er inmiddels signalen dat het in het gezin weer bergafwaarts ging. In 2012 oordeelde de rechter dat de ouders 'ongeschikt en onmachtig' waren om hun taken als opvoeders te vervullen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden