Jeugdzorg grijpt te laat in bij kindermishandeling

'Overheid is door fouten en bureaucratie niet in staat jonge kinderen te beschermen.'

AMSTERDAM - Jeugdzorg wacht veel te lang met ingrijpen als kinderen worden mishandeld door hun ouders. Daardoor is de overheid niet in staat jonge kinderen te beschermen, concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid.


Onder leiding van Pieter van Vollenhoven nam de raad 27 incidenten onder de loep tussen 2004 en 2007 waarbij kinderen de dood vonden of voor het leven beschadigd raakten. Uit het rapport rijst een beeld van langs elkaar heen werkende hulpverleners, inschattingsfouten en bureaucratie.


Zo meldde een bezorgde vader bij het Algemeen Meldpunt Kindermishandeling (AMK) dat zijn ex-vrouw een nieuwe vriend had met een drugsverslaving. Het AMK had drie maanden nodig om te besluiten tot een vooronderzoek. Te laat: de verslaafde stiefvader had de twee kinderen toen al om het leven gebracht.


Er is een te grote terughoudendheid om in te grijpen in de privésfeer van gezinnen, meent Van Vollenhoven. Jeugdzorg zou kinderen in gevaar sneller uit huis moeten plaatsen. De autonomie van ouders blijft te lang voorop staan, ook als allang meldingen zijn gedaan van kindermishandeling of lichamelijk letsel is geconstateerd.


'Hulpverleners stellen zich veel te bescheiden op', zegt Van Vollenhoven. 'Als ouders niet mee willen werken aan onderzoek door een arts, hebben ze de bevoegdheid om dat af te dwingen. Maar ze laten zich met een kluitje in het riet sturen.'


De overheid moet daarom nog veel meer meekijken achter de voordeur dan nu het geval is, meent de Onderzoeksraad. 'Verschillende ministers hebben na elkaar terughoudendheid bepleit. Het is dus niet gek dat hulpverleners zich daar naar gedragen.'


Een ander probleem is dat scholen, artsen en psychiaters te weinig informatie delen met jeugdzorg. Als een kind bijvoorbeeld meerdere keren met verdacht lichamelijk letsel op het spreekuur verschijnt, is het voor huisartsen niet vanzelfsprekend daar melding van te maken. Ook als Bureau Jeugdzorg om inlichtingen vraagt over een kind, werken medici soms niet mee. Ze mogen hun beroepsgeheim in dit geval schenden, maar doen dat lang niet altijd.


Ook valt het de onderzoekers op dat artsen signalen van mishandeling vaak niet als zodanig interpreteren. Zo nam een huisarts aan dat een baby was omgekomen door wiegendood. Een toevallig aanwezige forensisch arts drong aan op onderzoek. Toen bleek dat de baby was overleden door het breken van ribben en sleutelbeen. Ook werden oudere botbreuken ontdekt.


De Onderzoeksraad voor Veiligheid besloot eind 2006 tot het onderzoek, na een reeks ernstige incidenten. De opzienbarendste was het overlijden van de 3-jarige peuter Savanna in 2004. Het meisje werd tot het eind aan toe mishandeld, terwijl ze onder toezicht stond van Bureau Jeugdzorg.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden