Jeugdhulp vraagt extra tijd voor betere kwaliteit

Jeugdhulpinstellingen werken hard aan kwaliteitsverbetering, maar zullen er desondanks niet in slagen de grote taakveranderingen waarvoor zij sinds 1992 staan, in korte tijd te verwezenlijken....

Van onze verslaggeefster

HOENDERLOO

Een van de belangrijkste veranderingen die in de jeugdhulpverlening moeten worden doorgevoerd, is de oprichting van een Bureau Jeugdzorg. Dat moeten onafhankelijk een diagnose stellen en kinderen verwijzen naar een van de instellingen. Nu wordt vaak nog de diagnose gesteld door de inrichting die een kind ter behandeling opneemt, en die zou zich daarbij kunnen laten leiden door eigenbelang.

Uiterlijk in 1998 moet er in elke provincie een Bureau Jeugdzorg zijn dat zorgdraagt voor die onafhankelijke diagnose, schrijft de Inspectie Jeugdhulpverlening en Jeugdbescherming in haar jaarverslag over 1995.

'Een mooi streven', zegt J. R. Nieukerke. Hij heeft naar aanleiding van het jaarverslag voorgesteld om in overleg met 'Den Haag' de instellingen twee jaar extra de tijd te geven de zaken op orde te krijgen, tot het jaar 2000.

De jeugdhulpverlening is de laatste jaren geconfronteerd met ingrijpende veranderingen. Voor 1992 werd binnen de jeugdhulpverlening vrijwel alles bepaald door de rijksoverheid. Door decentralisatie werden in dat jaar de provincies verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget en moesten de instellingen leren werken overeenkomstig het vrije ondernemerschap.

Bezuinigingen maakten fusies noodzakelijk, zowel van inrichtingen als van voogdijverenigingen. 'Pas dit jaar kwam er voor het eerst meer geld in plaats van minder', zegt Nieukerke. 'Staatssecretaris Terpstra van Volksgezondheid gaf vijftig miljoen om de wachtlijsten weg te werken.' Voor kinderen die niet thuis kunnen blijven wonen, bestaan lange wachttijden voordat zij in een jeugdinstelling kunnen worden geplaatst.

Tegelijkertijd is de taak van de voogdijverenigingen dit jaar verzwaard door de wetswijziging voor onder-toezichtstelling. Voordien bepaalde bij ernstige probleemgevallen de kinderrechter wat er moest gebeuren met een kind. De voogd voerde het besluit uit. Nu ligt de verantwoordelijkheid voor de behandeling bij de voogdijvereniging.

Nieukerke: 'De diagnose stellen, de hulpvraag formuleren, besluiten wat er moet gebeuren: dat kon allemaal teruggebracht worden naar de kinderrechter.

'Voogden moeten getraind worden om deze nieuwe verantwoordelijkheid te kunnen realiseren. Dat kost tijd en geld.'

De gezinsvoogdij moet binnen de toekomstige Bureaus Jeugdzorg één loket vormen met Riaggs en de vrijwillige ambulante hulpverlening. Daarvoor moeten de financieringsstromen van de AWBZ (Riaggs) en het ministerie van Justitie (gezinsvoogdij) bij elkaar komen.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden