Reportage Stayokay

Jeugdherberg van weleer is van zijn pukkels af: ‘We zijn met de tijd meegegaan’

De gemeenschappelijke ruimte ‘The 5th’ van de Stayokay in Utrecht. Beeld Marcel van den Bergh

Geen grote slaapzalen, geen verplicht corvee, geen gedeelde keuken meer. De 22 voormalige jeugdherbergen in Nederland hebben hun eigenheid ingeruild en een nieuw publiek gevonden.

Hoewel het hostel zo goed als vol zit, is het rustig in ‘The 5th’, zoals de gemeenschappelijke ruimte van de Stayokay in Utrecht heet. Op deze zomerse zaterdag speelt het leven zich elders af. De Dom en de Oudegracht liggen op steenworp afstand.

De Stayokay bevindt zich aan de Neude, recht tegenover het oude postkantoor. This Must Be The Place van de Talking Heads klinkt het op de achtergrond. Aan eenvoudige strakke tafels zitten mensen op hun laptop. Er staan kleurrijke banken. Het is een typisch hostel-tafereel.

Dit jaar viert Stayokay zijn 90ste verjaardag. Althans, in 1929 werd de ­Nederlandse Jeugdherberg Centrale (NJHC) opgericht, met als slogan ‘Overal een thuis op je tochten’. In 2003 veranderde de oudste hostelketen van naam. Naast de oudste zijn ze ook de grootste. Nederland telt zo’n honderd hostels, waaronder 22 Stayokay’s. Ze zijn te vinden in grote steden, maar ook op de Waddeneilanden, in de Biesbosch en bij de Friese meren.

Wie bij de voormalige jeugdherbergen denkt aan avontuurlijke jongeren die gewapend met rugzak, badslippers en mobiel apparaat de wereld in trekken, moet zijn beeld bijstellen. Vandaag logeren in de Stayokay vijf cultuurminnende Fransen van middelbare leeftijd, een Italiaanse academicus die uit de VS is gekomen en vanwege zijn jetlag toch maar een privékamer heeft geboekt, een groep potige Duitse kerels, een Thais cricketteam, een bonte vriendenclub die een vrijgezellenfeest viert met een man in een konijnenpak, enkele gepassioneerde Yahtzee-spelers, romantische stelletjes, een paar gezinnen en een enkele zakenreiziger.

Een divers publiek, beaamt directeur Marijke Schreiner. En dat is ook haar streven. ‘We willen iedere reiziger aanspreken.’ Nederlandse jongeren kiezen eerder voor een vakantie in het buitenland, naar Mallorca bijvoorbeeld. ‘Ze fietsen niet meer van stad naar stad, zoals vroeger.’

Verplicht corvee

Vroeger, dat was de tijd van de jeugdherberg: grote slaapzalen, zelf de afwas doen, badkamers delen met veel mensen en verplicht corvee. ‘Daar liggen natuurlijk onze wortels, maar we zijn met de tijd meegegaan,’ zegt Schreiner.

In Utrecht kun je zien wat dat inhoudt. Deze vestiging bestaat sinds 2016. Er is geïnvesteerd in goede bedden, de badkamer en wc bevinden zich in de kamer in plaats van verderop op de gang, er is geen keuken meer, maar er wordt voor je gekookt.

Het is een luxe die reizigers tegenwoordig als gewoon veronderstellen, zegt Frederike van Ouwerkerk, docent toerisme, cultuur en communicatie aan de Breda University of Applied ­Sciences, voorheen de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer. Komt bij dat reizigers op zoek zijn naar ‘een memorabele ervaring’ en daarvoor ook de portemonnee willen trekken.

Belangrijk daarbij zijn de beoordelingen op internet. ‘Sterren doen er niet meer toe’, zegt Stayokay-directeur Schreiner, ‘mensen lezen reviews.’

Hostels moeten tevens concurreren met marktverstoorders als AirBnB, hoewel Schreiner zich daar niet heel druk om maakt. ‘Je zou bij AirBnB in contact komen met locals, maar dat is allang niet meer zo. Een hostel is daarentegen een echte ontmoetingsplek.’

Dat is ook een speerpunt van Stayokay. Want waar de ongemakken van het ‘oude’ hostelleven worden beperkt, moeten de voordelen juist worden behouden. En een van die voordelen is dat je andere reizigers tegenkomt. Contact met mensen wordt dan ook aangemoedigd. Sommige tafels hebben een bordje met ‘No laptops allowed’ en het personeel draagt shirts met opschriften als ‘Don’t ask Google. Ask me’ en ‘Professional chit-chatter’.

The 5th is ook een werkruimte. Het is niet alleen bedoeld voor de hostelgasten, maar ook voor het publiek. Vooral onder studenten en zzp’ers is de plek populair. Dat maakt het soms moeilijk om tussen mensen en hun apparaat te komen. Ook bij sommige hostelgasten.

‘Ja, dat is de keerzijde van de individualisering,’ zegt Schreiner. ‘Contact is wel iets dat je moet zoeken.’ Maar, voegt ze daaraan toe, ‘wie kiest voor een hostel is een sociale reiziger.’

Zack Beeld Marcel van den Bergh

Zack (21), barman uit Sydney, Australië

‘Ik reis nu door Europa. Ik ben begonnen in Utrecht omdat twee vrienden van mij hier gingen trouwen. In Nederland ben ik verder ook in Rotterdam en Amsterdam geweest. Utrecht vind ik het leukst. Hier heb je echt het gevoel dat je in Nederland bent.’

‘Ik verblijf niet vaak in hostels. In Australië en Nieuw-Zeeland ga ik altijd kamperen. Dat wilde ik in Europa ook doen. Iedereen verklaarde me voor gek, maar ik heb in de bossen bij Berlijn wildgekampeerd. Ik deed geen oog dicht en volgens mij probeerde ’s nachts een wild zwijn mijn tent binnen te komen. Daarna heb ik voor hostels gekozen.’

‘Voor mij is het belangrijk dat een hostel een keuken heeft, ik kook graag zelf. Maar hier is een bar en dat vind ik ook een pluspunt. Als je alleen reist, zoals ik, is dat handig om in contact te komen met andere mensen. Hoewel iedereen hier een beetje zijn eigen ding doet.’

Joris, Esha en hun drie kinderen Jutta (5), Gyda (3) en Joppe (1) uit Dendermonde, België. Beeld Marcel van den Bergh

Joris (28), elektricien, Esha, laborant (28) en hun drie kinderen Jutta (5), Gyda (3), Joppe (1) uit Dendermonde, België

Esha: ‘Dit is onze eerste keer in Utrecht en onze eerste keer in een Stayokay. Ik ging vroeger met mijn zus bijvoorbeeld ook naar hostels. Het is een leuk concept, er hangt een leuke sfeer.’

Joris: ‘Het is ook de eerste keer dat we met het hele gezin naar een hostel gaan. Vroeger gingen we altijd naar vakantiehuisjes.’

Esha: ‘De kinderen vinden het heel leuk. Wij slapen op de nijntje-kamer; het hele weekend staat in het thema van nijntje. De oudste vindt het de leukste vakantie tot nu toe.’

Joris: ‘Het is wel chic en verzorgd. Anders dan wat we gewend zijn van hostels. Je hoeft niet te koken en je eigen dingen mee te nemen, of schoon te maken.’

Esha: ‘En de ligging is heel mooi, zo midden in de stad. We gaan zeker nog eens naar de Stayokay, maar dan naar een van die andere bijzondere locaties.’

Maaike en dochter Roos. Beeld Marcel van den Bergh

Maaike (44), European Sourcing Manager bij Ahold Delaize en haar dochter Roos (8, ‘bijna 9!’) uit Krommenie, Nederland

Roos: ‘Wij hebben een meidendagje! Gisteren zijn we naar Mama Mia geweest. De musical was superleuk.’

Maaike: ‘Een keer per jaar maak ik samen met een van mijn kinderen een uitstapje.’

Roos: ‘Ik heb nog twee broers, maar die blijven lekker thuis, bij papa.’

Maaike: ‘We blijven dan vaak in een Stayokay, het is een hele prettige omgeving. Het is niet zo statisch als een hotel. Er zijn vaak meer kinderen, dus is het ook fijn om met kinderen hier naartoe te gaan. Het is niet zo erg als ze geluid maken. In een hotel is dat soms wel anders. Maar het hangt ook heel erg van de kinderen af wat ze willen doen: met een van de jongens heb ik bijvoorbeeld overnacht in een vliegtuig in Noord-Holland, bij een bijzondere bed & breakfast.’

‘We zijn met z’n tweetjes in de kamer. Er staan zes bedden, nu hebben we een grote kamer voor ons alleen. We slapen in een stapelbed.’

Roos: ‘Ik slaap boven en mama slaapt beneden!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden