Jeugd Klein duimpje **

Elke scène wordt met flair gebracht, maar vleugels krijgt de voorstelling nooit.

We geloven weer in sprookjes. Tenminste, wie naar de lijst van jeugdtheatervoorstellingen kijkt, die deze herfst zijn te zien. Daarop staan allemaal klassiekers zoals Klein Duimpje (door Het Filiaal), Pinokkio (door de Toneelmakerij), Hans en Grietje (door NTGent), Niemand Weet Niemand Weet (Stella Den Haag) en Sneeuwwit (door Holland Opera). De vraag is natuurlijk wat deze groepen met het origineel doen. Aangezien dit bij iedereen bekend is, kunnen ze er flink mee aan de haal gaan. Zoals NTGent vorige week liet zien met een dolle verkleedpartij vol snoepende Hansen in een koekjesfabriek.


Dit weekeinde presenteerde Het Filiaal uit Utrecht 'het echte verhaal' van Klein Duimpje in de gelijknamige muziektheatervoorstelling voor publiek vanaf 5 jaar, naar de pure bewerking vol rauwe poëzie van schrijver Wim Hofman. ('De reus was dik, de reus was groot, alles trapt hij zomaar dood.'). Dat 'echte verhaal' (dat niet bestaat, want de exacte bron is onbekend), komt echter maar matig uit de verf. Klein Duimpje zou oorspronkelijk mogelijk een slim jochie zijn dat de waarheid uit zijn duim zuigt. Maar in de vertolking van Stijn Westenend is het een weliswaar vrolijk, maar ook kinderlijk joch, dat niet zonder zijn knuffeldoekje kan.


Het probleem van deze muzikale voorstelling is dat niemand de hoofdrol opeist om het publiek bij het hongerige en dreigende avontuur te betrekken: Klein Duimpje niet, zijn zus en broer niet, de vertellers (de spelers) niet en ook de muzikanten niet.


Het verhaal in een sober decor van een houten heuvel en een touwenbos, valt simpelweg van de ene scène in de andere. Die wisselen bovendien schoksgewijs van speelstijl, van oprecht en ingeleefd (de scènes vol eenzaamheid, angst en armoe) tot grotesk en parodiërend (een kookscène en concertnummer alsof het televisie betreft). Een leidend perspectief ontbreekt.


Nu eens zijn de drie acteurs de vertellers, dan weer storten ze zich (in goedkoop ogende, blauw gekraste kostuums) in de rollen van zus, broer en Duimpje, de woeste zonen van de reus (met dreadlocks) of diens geslagen vrouw.


Net als de speelstijl veranderen ook de muziekcomposities van Gábor Tarján, vertolkt door Saskia Meijs op viool en Reint van den Brink op tokkelinstrumenten, voortdurend van klankkleur: van een poplied met Duimpje als zanger, tot wereldmuziek met Keltische- en Balkaninvloeden.


Elke scène afzonderlijk wordt met flair gebracht, maar de nomadische tocht krijgt geen vleugels en hinkt van het ene been op het andere. Totdat die aan het eind in de Zevenmijlslaarzen belanden en op de valreep een leuk slotlied stampen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden