Jessica Durlacher

Lezers stellen vragen aan de schrijfster.

U bent schrijver, uw partner ook. Dezelfde thema’s houden u allebei bezig. Zijn er genoeg verschillen om het samen leuk te houden? (Arjen Scholte, Assen)
‘Leon en ik hebben deels dezelfde interesses, maar we zijn héél verschillende mensen. Leon is veel politieker. Na 11 september was ik dat een tijdlang ook. Toen dacht ik: o God, nu is het bij ons ook begonnen. Alsof ik daar altijd op had zitten wachten. Angst voor de ondergang. Emoticon, mijn derde roman, is een psychologische reactie op die angst. Een angstboek waarin ik alles waar ik niet aan wil denken, toch heb uitgesproken. Ik ben een magische denker: als je iets uitspreekt, gebeurt het ook. Met Emoticon heb ik geprobeerd dat te bezweren. En het is goed dat ik dat heb gedaan.

‘Maar nu ben ik weer op zoek naar de dingen die gelukkig maken, die mooi zijn. Steeds je angst in stand houden en je ongerustheid voeden is niet zinvol genoeg, geloof ik steeds meer. Je kunt ook vertrouwen hebben in de goedheid van mensen, je focussen op dingen die positief zijn.’

Doet het u pijn als Leon de Winter de betere schrijver wordt genoemd, en speelt die concurrentie ook thuis? (Annemieke Bonnema, Tiel)
‘Leon de betere schrijver? Says who? Dat is helemaal niet aan de orde. Bovendien, als je concurrentie toelaat, betekent dat het einde van je huwelijk. Dat mag niet, dat willen we niet.

‘Leon publiceert al vanaf zijn 19de, dat haal ik niet meer in. Ik ben veel later begonnen. Mijn vader keek te veel over mijn schouder mee, en ik mocht van mezelf niet schrijven. Want wat ik te vertellen had, was te klein en banaal ten opzichte van de waarheid van mijn vader.

‘Die strijd heeft Leon nooit hoeven strijden. Zijn vader overleed toen hij 11 was. Hij kwam uit een milieu waarin hij als enige las, hij heeft zich in de eenzaamheid van het schrijven verstopt. Dat is een heel andere geschiedenis.

CV
1961 - geboren in Amsterdam
1979 - studie Nederlands, UvAniversiteit van Amsterdam
1985 - redacteur literair tijdschrift De Held
1988 - freelance-journaliste voor o.a. Vrij Nederland, HP/De Tijd en de Volkskrant
1997 - roman Het geweten
2000 - roman De dochter
2004 - roman Emoticon

]]>

‘Voordat ik Leon kende, schreef ik voor kranten. Het was mijn droom een boek te schrijven, daar was ik al vijfhonderdduizend keer aan begonnen. Maar als je veel voor kranten schrijft, heb je geen tijd om ook nog uit je onderbewuste te putten. Leon zei: dat kun je allemaal ook even stopzetten. Ik kreeg van hem een sabbatical.

‘Toen Moos net een jaar was, in 1996, besloten we een jaar in Santa Monica, Zuid-Californië, te gaan wonen. Ik wist precies wat ik wilde gaan schrijven. We waren er amper, of mijn vader ging plotseling dood. Dat eerste boek, Het geweten, werd daardoor anders dan ik had bedacht. Dat de hoofdpersoon een kind is van vervolgde ouders, dat kón toen. Dat had niet gekund als mijn vader nog had geleefd.’

Wat vindt u het beste verhaal van uw vader? (Paul Groot, Rotterdam)
‘Dat is heel moeilijk, ik vind al zijn verhalen goed. Ik denk Quarantaine, daardoor vielen voor mij een heleboel puzzelstukjes op hun plek. Maar Strepen aan de hemel was voor mij het indrukwekkendst, omdat het zijn eerste boek was.’

Welk boek van een andere auteur zou u geschreven willen hebben en waarom? (Roland Danckaert, Herkenbosch)
‘Alle boeken van Philip Roth. En van Michael Chabon; ik zou ontzettend graag zo gedetailleerd en ingewikkeld kunnen en durven zijn.

‘Als je een boek schrijft, wil je iets maken waarbij je betrokken bent, anders leer je niets. Het moet iets zijn wat je diep raakt. Ik ben nu aan het piekeren over mijn volgende boek, dat ik hier wil schrijven. Dat gaat gedeeltelijk over banneling zijn.

‘Mijn grootouders hebben jarenlang als vluchteling geleefd. Dat is een ontzettend actueel begrip geworden. Er zijn zo veel mensen ontworteld en in een ander leven, in een andere context geplaatst. Dat thema ligt ook weer dicht bij mij, net zoals de andere thema’s van mijn boeken. Dat kan ook niet anders.’

Identiteit is een belangrijk gegeven bij uw romanpersonages. Ziet u identiteit als beïnvloedbaar en veranderlijk, of als een min of meer vast gegeven? (Jorgen Andre de la Porte, Montefollonico, Toscane)
‘Dat is nu precies een van de dingen die ik wil gaan onderzoeken. Wanneer je als vluchteling ergens terechtkomt, en je hebt niet meer de coördinaten die jou bepaalden in je eigen omgeving, wie ben je dan? Dan moet je het doen met je ik. Dat heb je nog wél, en dat heb je ook nodig om je erdoorheen te vechten. Maar wat is een ik?’

Hoe goed bent u bevriend met Ayaan Hirsi Ali? (Elles Beijers, Diemen)
‘Ik heb momenteel nauwelijks contact met haar. Er zijn dingen gebeurd die niet zo leuk zijn, daar wil en kan ik niets over zeggen.’

Wat maakt u banger, het moslimextremisme of de steeds duidelijkere uitingen van extreem- rechtse groeperingen? (Roland Danckaert, Herkenbosch)
‘Ik denk dat het een het ander versterkt. Nu het veel gangbaarder is geworden je tegen Joden uit te spreken, kan extreem-rechts ook makkelijker zijn mening verkondigen.

‘Daar komt bij dat er ten aanzien van de Tweede Wereldoorlog eenenorme materiaalmoeheid is ontstaan. Het gevoel ‘dit mag nooit meer’ raakt steeds verder weg. Het lijkt wel alsof mensen er zo’n weerzin tegen hebben, dat het zich tegen de slachtoffers van indertijd keert. Schuldgevoel is heel onaangenaam, daar hebben mensen geen zin meer in. Te veel schuldgevoel kan in een soort haat verkeren.

‘Je ziet dat ook ten opzichte van Israël: eerst was dat de goede kant, nu is dat totaal andersom. Dat beïnvloedt ook het denken over Joods zijn. Kijk maar naar Gretta Duisenberg. Die is niet alleen tegen Israël, dat gaat veel dieper. Zij doet ook antisemitische uitspraken, spreekt over ‘Joodse lobby’s’.

‘De website maroc.nl keert zich niet tegen Israëli’s, maar tegen Joden. Leon en ik komen daarop voor als ‘de Jood De Winter’ en ‘de Jodin Durlacher’. Heel eng. Vervreemdend ook. Ik ben maar half Joods. Mijn vader is opgegroeid in een geassimileerd gezin, zoals zoveel niet-gelovige Joden. Maar ze moesten wel allemaal een gele ster dragen. Dat was een stempel van buitenaf. Een griezelig, segregerend stempel.

‘Leon en ik zijn niet belijdend Joods. We gaan niet naar sjoel, we zijn niet religieus, we horen nergens bij. Maar we zijn wel kinderen van mensen die tegen de mores van hun gezin in als Joden zijn bestempeld. Die Joodse familiegeschiedenis dragen wij met ons mee. Dat is ingewikkeld. Zo wil ik wel graag dat mijn zoon Moos Bar Mitswa en zijn zusje Moon Bat Mitswa worden. Zodat ze kunnen kiezen of ze er iets mee willen of niet. Maar wijzelf doen er eigenlijk niets aan.’

Is het de zee, de zon of de footsteps van Hemingway? Why Santa Monica? (Christine van Toor, Ommen)
‘We komen al in Zuid-Californië sinds 1991. Leon was er al in de jaren tachtig, met allerlei geweldige filmplannen die toentertijd helemaal misliepen. Maar hij vond het hier zó fantastisch. En dat is het ook. Het enorme licht, het feit dat alles met beelden, met film te maken heeft. Je bent ineens onderdeel van iets wat je al heel vaak hebt gezien. De eerste keer dat ik hier kwam, was een soort droom.

‘Vrij snel na ’91 zijn we hier weer een poosje geweest. Zo langzamerhand is het een traditie geworden. We maken elke keer weer nieuwe sentimental journeys: ‘Kijk, op deze stoep zette Moonie haar eerste stapjes’. Je raakt gehecht aan zo’n plek, aan alle herinneringen die erbij horen.

‘We weten dat we ons hier heel fijn voelen. En er is nauwelijks ruis, je wordt niet afgeleid. Toen ik hier in 1999 De dochter schreef, ging dat heel goed. Hopelijk werkt dat weer zo.

‘We hebben een week op de bonnefooi geleefd, ons huurhuis in Malibu hebben we net pas gevonden. In een heel mooie buurt, tegenover Martin Sheen en met uitzicht op de oceaan. Ik kan dagelijks hardlopen op het strand. Heerlijk.’

Is dik worden een wezenlijke angst van u en zo ja, heeft dat te maken met het concentratiekampverleden van uw vader – u wilt alsnog met hem mee lijden door mager te blijven? En wat gebeurt er als u straks ouder wordt en, onvermijdelijk, dikker? (Flip Willemsen, Amsterdam)
‘Het verleden van mijn vader heeft er niets mee te maken. Toen ik 13 was, heb ik wel gehongerd, als een bezweringsformule. In Het geweten heb ik geprobeerd dat te analyseren. Maar toen ik 18 was, was dat echt over, al blijft iedereen die een beetje anorectisch is geweest, daar een bepaalde gevoeligheid voor houden.

‘Iedereen wil toch graag jong, dun en mooi zijn? Niemand wil er oud, dik en ongelukkig uitzien. Er gebeuren natuurlijk choquerende shockerende dingen als je ouder wordt. Dingen waarvan je nooit had verwacht dat die jóú zouden overkomen, en die je hoopt te kunnen uitstellen. Ik ben ijdel, ik wil blijven zoals ik was. Je ziet aan recente foto’s dat dat niet zo is, dat is heel verbijsterend. Maar ik wil in elk geval alle assets die ik heb, behouden. Ik weet niet hoe ver ik daarin wil gaan.’

Als u een gebod aan de Tien Geboden mag toevoegen, welk zou dat zijn? (Roland Danckaert, Herkenbosch)
‘Je zou eigenlijk verplicht moeten worden je in anderen te verdiepen, je met anderen te identificeren. Ik zou een van de Tien Geboden willen herschrijven: ‘Wat u wilt dat u geschiedt, doe dat een ander.’ Je moet proberen van mensen te houden, dat helpt volgens mij enorm in het algehele wereldplan. Dat vereist dat je je in anderen kunt verplaatsen. Ik vind dat dat te weinig gebeurt.’

Jessica Durlacher is getrouwd met de schrijver Leon de Winter en dochter van de schrijver/so- cioloog Gerhard Durlacher

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden