Jerôme

Vergeet Margaret Thatcher en de handtas waarmee ze om zich heen mepte toen ze haar geld ging terughalen uit Europa. Voor het betere Europese onderhandelen tot het gaatje met de poot stijf moet je bij de Fransen zijn.


Als het landsbelang het vereist, zetten ze simpelweg de hele Europese Unie klem. Of het nu gaat om de instandhouding van Straatsburg als officiële standplaats van het Europees Parlement (sinds 1952!), of om het behoud van het recht om onwelgevallige Europese plannen te vetoën, of om een positie op de eerste rang bij de Europese Centrale Bank.


Met een combinatie van flemen, dreigen, boycotten, intimidatie en obstructie weten ze vaker dan strikt noodzakelijk hun zin te krijgen. Zo komt het dat de brave europarlementariërs nog altijd verplicht zijn twaalf keer per jaar, kreunend onder stapels verhuiskisten, vanuit Brussel naar de ellendige uithoek Straatsburg te reizen om er te vergaderen - en om het Straatsburgse hotel- en horecawezen te spekken. Om het Franse recht op veto te redden, deed Charles de Gaulle in 1965 al ijskoud wat de hedendaagse Britten ondanks al hun stoere praatjes niet durven: het vergadercircuit maandenlang boycotten, net zo lang tot er een compromis uit rolde dat zo onnavolgbaar was, dat er apart college in werd gegeven. En toen Wim Duisenberg de eerste president van de nieuwe Europese Centrale Bank wilde worden, staken de Fransen zoveel spaken in wielen, dat Duisenberg murw gebeukt instemde met een duo-baan: halverwege zijn termijn maakte hij plaats voor de Fransman Jean-Claude Trichet.


Dat de onderhandelingen over een Europees patent na een jaar of veertig (jawel, 40) onlangs eindigden met onder meer een hoofdkantoor in Parijs voor het octrooigerecht, zal ook iets met de wilskracht van de Franse diplomatie hebben te maken. Sommigen vinden zo'n vier decennia durende ruzie over de vraag 'wie krijgt het kantoor' platvloers, maar er vallen best wel principiële, ideologische en geopolitieke aspecten aan een hoofdkantoor te ontdekken, als je er lang genoeg over nadenkt.


Europese onderhandelingen: een langdurig geschuif van zakken gevuld met lucht en aan het eind heeft een Fransman een hoge functie ver boven de balkenendenorm, of is een Franse buitenplaats verrijkt met een glansgebouw waarop fier de Europese vlag wappert.


Dat Pierre Moscovici, Frans minister van Financiën, woensdag zei dat hij Jeroen Dijsselbloem nog nooit heeft betrapt op een visie op de euro, (waar Moscovici gelijk in heeft, al is het niet gebruikelijk dit soort twijfels te uiten in de Frankfurter Allgemeine Zeitung), mag dan ook niet verbazen. Frankrijk heeft nog nooit zomaar iets weggeven en Frankrijk wil graag de verzekering dat hun Danièle Nouy het Europese toezicht op de banken mag doen. Wij kunnen kortom, het een en ander opsteken van de Franse diplomatie.


Sommigen denken dat het echte gevaar voor Dijsselbloems benoeming maandag zit bij wraakzuchtige Spanjaarden die zich van Nederland in de eurocrisis vooral gebrek aan compassie en onbuigzaamheid herinneren. Want de Fransen krijgen hun toezichtsfunctie wel, ze zullen het feestje van Dijsselbloem vermoedelijk niet versjteren - zeker niet als hij tussen nu en maandag enkele loze, multi-interpretabele woorden wijdt aan de Franse droom van een Europese economische regering.


Madeleine Albright zei het jaren geleden al: to understand Europe, you have to be a genius - or French.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden