Jeroen Willems in vier bejubelde theaterrollen

Hij was een van de meest bejubelde acteurs van Nederland, en de eerste acteur die voor twee rollen, die in La Musica Twee en in Brel de Zoete Oorlog, een Louis d'Or, de belangrijkste Nederlandse theaterprijs, won. Vandaag overleed hij plotseling, hij zakte in elkaar tijdens de repetities voor een jubileumvoorstelling ter gelegenheid van 125 jaar Carré. Een terugblik in vier theaterrollen.

Jeroen Willems in 2008. Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant
Jeroen Willems in 2008.Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Ludwig II, in het gelijknamige stuk in regie van Ivo van Hove door de Münchner Kammerspiele
'De voorstelling wordt voor het leeuwendeel gedragen door Jeroen Willems, in drie uur onafgebroken présence. Hij bespeelt alle registers [...] en komt daarbij voortdurend sympathiek over, ergens tussen een gepensioneerde James Bond en een melancholische notabele.'

Frankfurter Allgemeine

'Dat uitgerekend een Nederlander De Beierse lievelingskoning speelt [...] kon Van Hove zich alleen veroorloven doordat hij de rol door Jeroen Willems kon laten bezetten, een acteur met een groot vermogen tot subtiliteit en een enorme rijkdom aan verschillende facetten.'

Süddeutsche Zeitung

Lucifer en De Valmont, in de opera La Commedia van Louis Andriessen uit 2008. Fragment uit een interview uit de Volkskrant uit juni 2008:

(...) Geheimzinnige personages, met een haast dierlijke, ingehouden kracht; gevaarlijk, met een erotische uitstraling, dat is Willems, met broeierige blik en een onnavolgbaar stemgeluid. Bij Hollandia, de groep waar hij begon en waaraan hij pakweg vijftien jaar verbonden bleef; in talloze gastproducties, in films en tv-series. In theatrale concerten. En nu dus weer, als Lucifer én als De Valmont, de cynische vicomte uit Quartett die hoog spel speelt met zijn vroegere geliefde de markiezin De Merteuil - een wreed spel dat uitmondt in de dood. Gelauwerd is hij voor zijn vertolkingen, in binnen- en buitenland.

Duistere types, beaamt hij, 'ik ontkom er niet vaak aan. Grappig: iemand vroeg laatst of ik zou kiezen voor de hemel of voor de hel. Dat wordt de hel - ik denk dat daar uiteindelijk interessantere mensen zitten. Meer stoute mensen, en die vind ik toch wel leuker. Dan moet het maar wat branden.'

Quartett, de directeur drama van de Festspiele kwam met het plan. 'Ik dacht: dit kan, dit kan, dit moet'. Thomas Oberender, directeur in kwestie, kende hij van een van zijn laatste ZT Hollandia-voorstellingen, Sentimenti, die uitkwam in de Duitse Ruhrtriënnale. 'Zo gaat dat dus. Het is het circuit. Het komt soms als vanzelf bij je terug. En dat is ooit met Twee Stemmen begonnen.' (...)

In Twee Stemmen, een voorstelling die al speelt sinds 1997. De recensie in de Volkskrant van destijds:

'Vroeger, voordat de media aan de macht kwamen, werd kennis overgedragen door mensen die persoonlijk tegen je spraken. Die je aan kon raken.' Acteur Jeroen Willems loopt naar een toeschouwer op de eerste rij en steekt zijn hand uit. Je zou willen dat je daar zat, om die hand te pakken en de acteur te bedanken. Kennis persoonlijk overdragen, dat is nou precies wat Willems doet in het eerste deel van de dubbel-voorstelling Twee Stemmen van Theatergroep Hollandia.

De scherpe maar complexe maatschappij-kritische observaties van Pier Paolo Pasolini transformeert hij tot een reeks glasheldere portretten van machthebbers. Zes personages, afkomstig uit verschillende geschriften van Pasolini, zitten hier bij elkaar aan tafel. Eén voor één geeft Willems hen een stem en een fysieke verschijning: de lijzige intellectueel, de gedrongen industrieel, de kruiperige handlanger. Moeiteloos geloof je dat ze daar met z'n allen zitten. Ze praten in monologen, zijn gewend dat niemand hen ooit in de rede valt.

De personages portretteren zichzelf, soms een ander. De hoer, de enige vrouw in het gezelschap, vertelt over een machtig man die een heilige wilde worden, maar indirect spreekt ze over zichzelf. Ieder portret is een beschrijving van een bepaalde maatschappelijke houding, vol argumenten die de persoon zelf hanteert om zijn gedrag te rechtvaardigen.

Willems vergroot de personages uit tot emblematische figuren. Ieder nadrukkelijk uitgesproken woord, ieder getoond gebaar bevat een kritisch oordeel. Het lijkt wel een Brechtiaans leerstuk, een associatie die de trage, nadrukkelijke speelstijl van Hollandia-regisseur Johan Simons vaker oproept. Maar de transformaties die Willems voor het oog van de toeschouwer ondergaat, maken deze solo ook tot een postmodern spel met de verschillende identiteiten van één figuur.

Om Pasolini's gedateerde analyse dichterbij te brengen zijn de Italianen van toen aangevuld met een Nederlander van nu: de president-directeur van de Shell. Willems speelt hem met een verraderlijk televisie-naturel. Dat is een verademing na een uur monumentaal-zwaar Hollandiaans acteren. Deze Shell-topman is niet zo makkelijk te veroordelen. Hij is dan ook degene die zijn hand uitsteekt naar het publiek, die vraagt om ondersteuning van zijn stelling dat het bedrijfsleven zich ver moet houden van de politiek. Zijn verhaal prikkelt tot het her-overwegen van te makkelijk ingenomen standpunten.

Die directheid verliest de voorstelling bij het laatste personage van Willems: een wezenloze vader die zijn zoon vermoordt uit angst zijn positie te verliezen. Dus dit is de (psycho-analytische) waarheid achter de geportretteerde machthebbers. Een conclusie waarmee de eeuwig sombere Simons de voorstelling weer dicht trekt.

Dat blijft zo in het tweede deel van Twee Stemmen, waarin Betty Schuurman een van de laatste teksten van Marguerite Duras speelt - over een vrouw die haar laatste levensdagen beschrijft. Starende blik, tranende ogen, veel stilte en weinig beweging. Deze miniatuur zou op zichzelf kunnen overtuigen, maar vergt na het lange eerste deel van de voorstelling te veel van deze toeschouwer. Die is emotioneel en intellectueel al lang verzadigd, doet stiekem een dutje en is bij nader inzien blij om niet vooraan te zitten.'

Jacques Brel, in Brel de Zoete Oorlog en Brel 2. De recensie van Brel 2 in de Volkskrant van februari 2006:

Misschien is het succes met hem op de loop gegaan, of misschien was Jeroen Willems nog niet klaar met Brel. Feit is dat Brel 2, de opvolger van de theaterhit Brel, de zoete oorlog een flinke stap voorwaarts zet in het herinterpreteren van het oeuvre van Jacques Brel.

De acteur Willems zingt Brel, en maakt van die liederen kleine toneelstukjes. In drie of vier minuten tovert hij personages en omstandigheden tevoorschijn die zo intens zijn dat de toeschouwer bijna gehypnotiseerd wordt. Willems, die in zijn eerste Brel-solo nog zoekend en tastend haakte naar het wezen van tekst en muziek, is daarover nu heer en meester geworden. Hij heeft geen uiterlijk vertoon meer nodig, geen tierelantijnen. Gewoon een zwart pak, wit overhemd, vier fantastische muzikanten en ergens vanuit de artiestenhemel kijkt Jacques Brel tevreden op dit schouwspel neer.

De opzet van Brel 2 is identiek aan die van Brel, de zoete oorlog: eerst een monoloog van een bedacht personage, dan een aantal liederen. Speelde Willems in deel 1 een oude, sjofele madam die haast hallucinerend haar leven probeert te overzien (misschien was Brel ooit haar minnaar, zo fantaseert ze), hier is hij een oude man die in wezen hetzelfde doet: reflecteren op een leven dat voorbij is. Deze tekst is een pleidooi voor meeslepend leven, voor roken en drinken en achter de hoeren aan. Wat overblijft, is een uitgebluste Don Quichot die een beetje Brel en een beetje van iedereen is.

Aanvankelijk zou een monoloog van Gerrit Komrij worden gebruikt, maar die is tijdens de repetities als onbruikbaar afgevoerd. Jammer, want het verhaal dat Willems nu vertelt, is te algemeen om een stevig fundament onder deze voorstelling te leggen. Toch is die monoloog nodig als opmaat voor de liederen. Anders zou het enkel een liedjesprogramma zijn, terwijl Willems bovenal wil acteren.

En acteren doet hij! Chansons als Knokke-het-zout Tango, Schiphol (Orly), Madeleine en Mijn jeugd ontleedt hij door woord voor woord de betekenis ervan te doorgronden. Door zijn fenomenale dictie en techniek neemt Willems zijn publiek als het ware aan de hand en voert het mee naar de diepere lagen van Brels ongebreidelde poëzie. Met hartelijke dank aan Peer Wittenbols en Rob Klinkenberg, die de meeste nummers opnieuw vertaalden, met ronduit verrassend, weerbarstig resultaat.

Willems doet godzijdank geen poging Brel te imiteren, hij vertrouwt op eigen talent. Zijn tour de chant is een aaneenschakeling van niet eens de bekendste Brel-nummers. Slechts Laat me niet alleen en Amsterdam zijn evergreens, de rest laat zich als nieuw ontdekken. Het zijn chansons over de stille pijn van het leven, die hier niet wordt opgekropt maar uitgeschreeuwd, en bedwongen met verschaald bier, loopse vrouwen, in ruige bergen of grijsgrauwe vlakten.

Met als allermooiste Jojo, over de dood van een geliefde vriend, met het graf als decor. 'Wij liggen hier te praten/van jeugd die plots voorbij was/wij weten al te goed/dat de wereld draait/op gebrek aan moed. Al lig je diep Jojo, je hoop wordt gehoord/Al lig je diep, je leeft nog voort.' Brel en Willems hebben die hoop op voortleven voor eens en altijd verwoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden