Jeltsingrad 'De hele stad is weg'

De officier schaamt zich voor de verwoestingen die het Russische leger heeft aangericht in Grozny. Maar er is ook een gevoel van trots....

HET FRONT is nog ver weg, maar de oorlog begint al in Mozdok. Legertrucks en militaire jeeps denderen af en aan door het stoffige provinciestadje aan de Terek, ooit de grensrivier waar het Russische rijk ophield en de woeste Kaukasus met zijn ontembare bergvolken begon. Bijna twee eeuwen later is Mozdok opnieuw het bruggehoofd in een Kaukasische oorlog. Hier is de legerbasis gevestigd vanwaaruit de Russische troepen in Tsjetsjenië opereren.

De plaatselijke bevolking heeft weinig sympathie voor de Tsjetsjenen. Bandieten zijn het, zegt de stem des volks hier. Sinds Doedajev aan de macht kwam en de republiek zich van Rusland afscheidde, zijn de Tsjetsjenen zich steeds brutaler gaan gedragen, zo wordt geklaagd. Ze hielden auto's aan, zetten de chauffeurs een pistool op het hoofd, en verdwenen ermee over de grens, buiten het bereik van de Russische politie.

Naar Dagestan rijden via de snelweg langs Grozny, was een levensgevaarlijk avontuur geworden, waaraan bijna niemand zich meer waagde. Met de trein was al even gevaarlijk. Het kwam regelmatig voor dat er in Grozny gewapende mannen aan boord stapten die de wagons afgingen en de passagiers dwongen hun geld af te staan.

Maar ook al is er tevredenheid dat er eindelijk orde op zaken gesteld wordt in Tsjetsjenië, erg welkom zijn de Russische militairen niet in Mozdok. Na het vallen van de duisternis vertoont de plaatselijke bevolking zich liever niet meer op straat. Dan beginnen de Russische militairen zich te ontspannen. Dronken tollen ze door de schemerige straten, op zoek naar vermaak: een meisje of gewoon een willekeurige voorbijganger die een pak slaag verdient.

Naarmate het donkerder wordt, lijkt de oorlog dichterbij te komen. In de nacht klinkt geweervuur en af en toe zelfs het doffe geratel van zware mitrailleurs. Het Russische leger gaat uit.

Sjaram Ibragimov mijmert over hoe dom de mens kan zijn. Twee maanden geleden besloot hij, tegen het advies van zijn broer in, naar Grozny te verhuizen. Of het huis dat hij er gekocht heeft nog overeind staat, weet hij niet. Het staat of stond in Tsjernoretsje, de zuidelijke buitenwijk die bijna dagelijks nog onder zware Russische beschietingen ligt. Twee weken geleden is hij er nog geweest, maar hij durfde niets mee te nemen uit zijn huis. 'Voordat je het weet word je door Russische militairen opgepakt en van plundering beschuldigd. Daarvoor kunnen ze je ter plekke executeren. Bewijs maar eens dat het jouw spullen zijn', legt hij uit. Gelaten stelt hij vast dat hij het belangrijkste nog heeft: zijn gezin en zijn Volga, waarin hij je voor een half miljoen roebel - zo'n 250 gulden - zelfs naar Grozny rijdt.

Het is verbazend gemakkelijk om naar de Tsjetsjeense hoofdstad te rijden. Onderweg zijn er slechts enkele controleposten van het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken (MVD). Sjaram zit hem bij iedere post te knijpen, maar het blijft iedere keer bij een grondige controle van de auto op wapens en munitie. Het enige dat in dit prachtige landschap - het is heerlijk zacht lente-achtig weer en in de verte schitteren de witte toppen van de Kaukasus - aan de oorlog herinnert, zijn de uitgebrande tanks langs de weg en de Russische gevechtstoestellen die af en toe over de heuvels scheren.

Vlak buiten Grozny keert Sjaram om. Hij is bang zijn auto kwijt te raken als hij verder rijdt. Er zit niets anders op dan lopend de stad binnen te gaan. Achter de heuvels klinken zware ontploffingen. Daar liggen de zuidelijke wijken waar de Tsjetsjeense strijders nog steeds standhouden.

Bij de controlepost van de MVD ligt een man in een plas bloed. Een groep mensen staat er zwijgend omheen. Hij is voor hun ogen doodgeschoten, omdat hij niet reageerde op het bevel van de MVD'ers zijn handen uit zijn zakken te halen. Geen wonder, zegt iemand uit de buurt, hij was doofstom. Nu ligt de man op het asfalt, dood. De MVD'ers staan een sigaretje te roken terwijl een paar buurtbewoners hem in een oud tapijt rollen en achter in een vrachtwagen hijsen.

Het lijkt niet het juiste moment om als vertegenwoordiger van de westerse pers deze controlepost te passeren. Misschien is het beter een paar uur te wachten, hoewel het nadeel is dat de soldaten op de post dan al flink dronken zullen zijn. Naarmate de dag vordert, wordt de houding van de Russische militairen steeds onvoorspelbaarder.

Een paar uur later hebben de MVD'ers de handen vol aan een bus met vluchtelingen die, nu het iets rustiger is geworden in de stad, willen terugkeren naar hun huizen of wat daarvan overgebleven is. 'Waarheen willen jullie terug? Er staat toch niets meer overeind', zegt een van de MVD'ers grof. 'Dat maakt me niets uit. Ik wil naar het graf van mijn zoontje. Ik wil bij hem zijn', zegt een vrouw snikkend. Maar de MVD'ers laten zich niet vermurwen. De vluchtelingen worden teruggestuurd, terug naar Oeroes-Martan, een urenlange tocht langs tal van Russische posten.

'Allah is geduldig', zegt een van de vluchtelingen. 'Hij zal de schuldigen aan deze oorlog straffen. De Russen denken dat zij de oorlog gewonnen hebben, maar zij hebben slechts laten zien hoe smerig en wreed de oorlog is, meer niet.'

- -

De weinige Tsjetsjeense mannen die zich door de post wagen, moeten hun bovenlijf ontbloten om te laten zien of er geen striemen van de band van een machinegeweer over hun schouder lopen. De meesten mogen door, maar een man wordt meegenomen voor nadere inspectie. 'Als ze willen, schieten ze je ter plekke dood', zegt een Tsjetsjeen somber.

Ik mag wel door en loop de stad binnen. Er lopen nog meer mensen langs de weg, zeulend met jerrycans met water en zakken brood die ze even voorbij de controlepost gehaald hebben. Te midden van deze weerloze mensen die vastzitten in de oorlog, bekruipt me een gevoel van schaamte voor mijn kogelvrije vest.

Tegelijkertijd vraag ik me af of ik niet erg opval in het zware blauwe vest. Zou het misschien verstandig zijn te zwaaien naar de Russische scherpschutters die her en der in hoge gebouwen langs de weg naar het centrum zitten, om te laten zien dat ik niets kwaads in de zin heb? Of zou dat alleen maar nog meer aandacht trekken?

Bij de volgende post, een paar kilometer verder naar het centrum, staat de chauffeur van een tankwagen met drinkwater lijdzaam te wachten hoe de beslissing ditmaal zal uitvallen. Mag hij erdoor of wordt hij teruggestuurd? Of zullen de MVD'ers hem arresteren en aftuigen, zoals hem de dag ervoor is overkomen?

Hoewel zijn papieren - van het Russische ministerie voor Noodtoestanden - in orde zijn, werd hij uit zijn cabine gesleept en in de boeien geslagen. Vier uur lang heeft hij op zijn knieën achter het wachthokje gezeten. Af en toe kwam een MVD'er langs die hem een trap gaf. Hij laat de blauwe plekken en de sporen van de handboeien om zijn polsen zien. Toch is hij ook vandaag weer met zijn tankwagen op weg gegaan, net als alle andere dagen. 'Er zijn daar tienduizenden mensen die zonder water zitten', zegt hij.

'Hier wonen mensen', 'Vreedzame burgers - niet schieten', staat op de flats langs de kant van de weg geschilderd. Maar het heeft niet altijd geholpen: hier en daar gapen in de muren enorme gaten of is het dak eraf. Toch is deze buurt - Staropromysjlovski - nog redelijk goed door de oorlog heen gekomen. Zelfs het huis van de Tsjetsjeense president Doedajev, de aartsvijand van de Russen, is vrijwel ongeschonden.

Het heeft iets onrechtvaardigs. Uiteindelijk draagt Doedajev, met zijn tactiek om het Russische leger in de stad te bevechten, ook een groot deel van de verantwoordelijkheid voor de verwoesting van Grozny. Achter het groene, metalen hek is het stil. Er woont niemand meer: Doedajevs gezin heeft al lang de wijk genomen naar een onderduikadres ergens in de bergen.

Ruim voor het ingaan van de avondklok, zes uur, wordt het stil op straat. Iedereen die daarna nog op straat is, loopt het gevaar zonder pardon neergeschoten te worden, en de Russische soldaten zijn berucht om hun slordige manier van klok kijken.

Ik krijg onderdak bij een Tsjetsjeens gezin. Er komt zelfs een maaltijd op tafel; ook in de oorlog houden de Tsjetsjenen hun traditie van gastvrijheid in ere. De kamer zit vol met nieuwsgierige buren die hebben gehoord dat ik een transistorradiootje bij me heb. Ze hebben al weken geen nieuws meer gehoord: de elektriciteit is uitgevallen en waar haal je hier nieuwe batterijen vandaan?

Gretig luisteren ze naar de Russisch-talige uitzending van de Deutsche Welle. Er gaat gejoel en applaus op als de voormalige Russische dissident Lev Kopelev president Jeltsin voor een 'nul' uitmaakt. Het gebulder van de Russische kanonnen en het onheilspellende geloei van de Oeragan-raketten waarmee de Russen de buitenwijken een paar kilometer verderop beschieten, schijnt niemand op te merken. Pas als er later op de avond plotseling zwaar geschoten wordt in de wijk, besluiten ze naar de kelder te verkassen, een donker en vochtig hol, waar ze bijna een maand in hebben gewoond.

Iedereen heeft zijn eigen leed. De gastheer is zijn broer kwijtgeraakt op de tweede dag van de oorlog. Toen die 's ochtends vroeg naar hem op weg was om hem te helpen zijn gezin in veiligheid te brengen, raakte hij bij een Russische controlepost in een slip op de beijzelde weg. De Russische militairen doorzeefden de auto meteen met kogels.

Een buurman is de helft van zijn oor en zijn huis kwijt door een Russische vliegtuigbom. 'Weet je wat ik ervoor teruggekregen heb? Een pakket met hulpgoederen van het ministerie voor Noodtoestanden: drie blikken rundvlees en een zak meel. Voor een huis en een oor'

Een ander is gewond geraakt toen Russische militairen zijn huis doorzochten. Ze gaven hem opdracht iets uit de kelder te halen en gooiden toen een limonka - een handgranaat - door het luik. Gelukkig had hij zich meteen op zijn buik laten vallen, waardoor hij slechts een enkele scherf in zijn benen kreeg.

- -

Hun klachten klinken steeds lichter naarmate je verder afdaalt in de hel van Grozny. Een paar kilometer verder, in het centrum, hebben deze mensen geen recht van spreken meer. Hier staat vrijwel geen gebouw meer overeind, er zijn alleen maar puinhopen waartussen vertwijfelde burgers dwalen. En verwilderde honden waarvoor iedereen bang is. Je moet ze soms met trappen van het lijf houden. Ze hebben mensenvlees geproefd, van de lijken die nog steeds in sommige delen van de stad liggen.

Het is gênant deze door mensenhand gemaakte bergen puin te zien tegen de achtergrond van de Kaukasus die in de verte te zien is, stil en mooi als altijd.

Hoeveel mensen er begraven liggen onder de ingestorte flatgebouwen, durft niemand te zeggen. Maar zelfs functionarissen van de (pro-Russische) Tsjetsjeense Voorlopige Raad, die nu het bestuur over het land begint over te nemen, geven toe dat het er mogelijk tienduizenden zijn.

Dit zijn de middeleeuwen, maar vreemd genoeg rijden er pantserwagens rond. De Russische militairen scheuren zo hard mogelijk door de straten, uit angst voor Tsjetsjeense sluipschutters of, nog erger, de 'pantservuisten' waarmee de Tsjetsjenen al zoveel tanks en pantserwagens hebben weten uit te schakelen. Her en der liggen platgedrukte wrakken van auto's, waarover de pantserwagens heenrijden alsof het conservenblikjes zijn.

'Hier bent u bij de firma Tankinvest, het meest betrouwbare bedrijf van Rusland', zegt een Russische officier voor het geblakerde, provisionele militaire hoofdkwartier in Grozny. 'Uw investering komt er dubbel en dwars uit.' Hij wijst op de platgeschoten huisjes rond het hoofdkwartier.

Hij schaamt zich voor de verwoestingen die hij en zijn kameraden in Grozny hebben aangericht. Maar tegelijkertijd is er een gevoel van trots. 'Iedereen zegt altijd dat onze wapens zo slecht zijn, maar dan moet je hier kijken. Dit is het resultaat van Russische wapens tegen Russische wapens.'

Zijn trots is absurd, maar tegelijk ook begrijpelijk. Hoe walgelijk de overwinning ook is, hij heeft er wel zijn eigen leven voor gewaagd.

- -

In een straat vlak bij het uitgebrande presidentiële paleis staat een bouwvallige woonkazerne die wonderwel overeind is gebleven in het geweld dat de Russische troepen op de stad hebben laten neerdalen. De bewoners hangen op de binnenplaats rond, terwijl een van de vrouwen in het trapportaal op een vuurtje een emmer aardappels staat te koken.

Ze is mooi, ze heeft zich zelfs een beetje opgemaakt en ze lacht vrolijk. Het is ongelooflijk dat mensen ook te midden van zulke chaos en wreedheid hun waardigheid bewaren. Eerst waren ze met vijfentwintig man overgebleven in de flat; nu zijn ze nog maar met zijn achttienen. De anderen hebben ze begraven in een gemeenschappelijk graf langs de straat. Er staan wat plastic bloemen en een schoolbord met de namen erop gekrijt of, als ze die niet kenden: 'Tsjetsjeen', 'Georgiër'.

Veruit de meeste mensen die nu uit de kelders in het centrum komen gekropen, zijn Russen, vooral bejaarde Russen. 'De Tsjetsjenen konden naar hun familie op het platteland of in de bergen, maar waar moeten wij heen? Wij hebben geen geld om ergens anders heen te gaan', legt Vera Levkoesjin uit. Zij had nog een andere reden om te blijven: haar man is verlamd. Al die weken van de oorlog heeft hij op zijn bed in hun appartement op de derde verdieping gelegen en zij zat naast hem. Slechts een keer, toen de bombardementen al te erg werden, heeft ze hem samen met een buurman van de trap gesjord en naar de kelder gebracht.

Van een teil, wat stenen, een omgekeerde emmer met tochtgaatjes erin en een stuk regenpijp heeft ze een kacheltje gemaakt waarin ze hout stookt. Hout ligt in Grozny voor het oprapen. Overal liggen afgerukte takken van door granaten en bommen versplinterde bomen.

De Omon-troepen, de ordetroepen van het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken, gaan volgens haar als beesten tekeer in de stad. De Omon-troepen kammen de stad momenteel uit op Tsjetsjeense strijders. Maar volgens haar gaat het hun er vooral om zoveel mogelijk bijeen te roven. 'Ze hebben het hele appartement van de buren leeggehaald en bij ons hebben ze ook naar sieraden gezocht. Zelfs de kleinste doosjes hebben ze opengemaakt. Maar ik had hun al meteen gezegd dat er bij ons niet veel te halen viel. Anders hadden we ons wel veel eerder uit de stad laten wegbrengen.'

De 'bevrijding' door de Russische troepen is haar buren bijna noodlottig geworden. Toen de Russische troepen hun wijk ingenomen hadden, gooiden ze overal handgranaten door de kelderluiken om Tsjetsjeense strijders die zich daar misschien verborgen hadden uit te schakelen. 'Dat er wel eens burgers zouden kunnen zitten, kwam niet bij hen op. Gelukkig zaten de buren achter in de kelder, zodat er geen slachtoffers zijn gevallen', vertelt ze.

Ze is net voor het eerst gaan rondkijken om te zien wat er van de stad over is. 'Ik was helemaal kapot. De hele stad is weg', zegt ze. 'Dit is niet Stalingrad, dit is nog veel erger, dit is Jeltsingrad.'

De algemene klacht is dat de Russische militairen vrijwel permanent dronken zijn en zich daardoor te buiten gaan aan allerlei wreedheden. Dat is iets dat zelfs de door Moskou gesteunde Tsjetsjeense oppositie erkent. 'Het gebeurt vaak dat Russische militairen huizen binnenvallen en domweg iedereen doodschieten', zegt Zaindi Tsjoltajev, het districtshoofd van de Voorlopige Raad in het noorden van Tsjetsjenië. In de 'zuiveringscentra' in Mozdok, waar verdachte Tsjetsjenen heen gebracht worden, wordt volgens hem op grote schaal gemarteld.

De Russische minister van Justitie Valentin Kovaljov - heel iemand anders dan de mensenrechtenactivist Sergej Kovaljov die hardop kritiek uit op de militaire campagne - meldde onlangs na een bezoek aan Tsjetsjenië dat de Russische troepen zich keurig gedragen. 'Ik schaamde me toen ik hem dat hoorde zeggen', zegt Tsjoltajev. 'Iedere dag worden Tsjetsjeense burgers bij controleposten in elkaar geslagen of zelfs doodgeschoten. Louter en alleen omdat ze Tsjetsjeen zijn.'

De Voorlopige Raad heeft volgens Tsjoltajev al verscheidene keren bij Moskou geprotesteerd tegen het wrede optreden van de Russische troepen en de martelpraktijken in Mozdok. 'Maar ze luisteren niet naar ons', erkent hij. Niettemin staat hij nog steeds achter de inval van de Russische troepen. 'Als Doedajev zou blijven, zou de bevolking nog veel meer te lijden krijgen', verzekert hij.

- -

De Russische troepen doen weinig moeite om van hun twijfelachtige reputatie af te komen. De soldaten die rond het hoofdkwartier van de troepen van generaal Rochlin in het noorden van de stad de wacht houden, staan aan het einde van de ochtend al te zwaaien op hun benen. De alcoholkegel waait de bezoeker over het prikkeldraad tegemoet.

De officier die mij door Grozny rondrijdt op zijn pantserwagen, zoekt vergetelheid uit een drie-literpot met zelfgestookte cognac, die hij ergens heeft weten te bemachtigen. En op de staf van het militaire vliegveld van Grozny heerst 's avonds een vrolijke alcoholische chaos. Halverwege de avond krijgt de commandant een dringend telefoontje. Er rijdt een militaire kolonne door de stad waarvan niemand weet waar die vandaan komt. 'Willen jullie hem gaan beschieten, zijn jullie helemaal gek geworden?', schreeuwt de commandant in de hoorn. Na lang heen en weer bellen, veel gevloek en getier, wordt duidelijk dat het inderdaad een Russische kolonne is. 'Had een of andere dronken stommeling vergeten door te geven', zegt de commandant.

's Morgens vroeg zit hij met een houten kop achter zijn bureau. Hij loert kwaadaardig naar een vervuilde soldaat die in een gescheurd uniform voor zijn tafel in de houding staat. De soldaat is 's nachts opgepakt, nadat hij in een dronken bui in het kampement zo maar in de lucht was gaan schieten. Nadat de commandant hem uitgekafferd heeft, mag hij gaan. 'Hij heeft zijn straf al gehad', legt de commandant uit. De soldaat hinkt de kamer uit. De officieren hebben hem flink te pakken genomen.

Buiten staat een groepje haveloze soldaten klaar om aan boord te klimmen van een legerhelikopter naar Mozdok. Ze stinken, maar ze zijn blij. Voor hen is de oorlog afgelopen. Voordat ze aan boord gaan worden ze uitgebreid gefouilleerd. Een gloednieuwe ghettoblaster die uit de plunjebaal van een soldaat te voorschijn komt - 'heb ik cadeau gekregen', verzekert hij - wordt in beslag genomen.

Terwijl we wachten op het vertrek, begint het dagelijkse bombardement van de Russische raketbatterijen die bij het vliegveld staan opgesteld. De grond trilt onder onze voeten. Maar het is waarschijnlijk niets in vergelijking met wat er tien tot twintig kilometer verderop te horen zal zijn, in het zuiden van Grozny en in de stad Argoen, waar de projectielen heenvliegen.

Als de kanonnen zwijgen stijgt onze helikopter, een oude Mi-6, op. De piloot laat het logge toestel voortdurend heen en weer zwenken terwijl we laag over Tsjetsjenië vliegen. Beneden lopen sporen van tanks en pantserwagens kriskras door de velden en over de heuvels. De aarde is overal omgewoeld. Ik vraag mij af wat daar geoogst zal worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden