Postuum

Jeen van den Berg: een zege voor een fles jenever en eeuwige roem

Zestig jaar mocht Jeen van den Berg van zijn eeuwige roem genieten. De vandaag op 86-jarige leeftijd overleden Friese schaatser won in 1954 de Elfstedentocht en werd daarna voor altijd herinnerd aan die ene verrichting. Zijn vrouw Atty deed liever boodschappen zonder hem, want de halve supermarkt hield Jeen staande. Hij vertelde ook graag, zeker van die grote dag uit 1954.

Jeen van den Berg in het Friese Schaatsmuseum. Beeld anp

Van den Berg reed op 3 februari 1954, een bladstille dag met vier graden vorst, de 200 kilometer van Leeuwarden naar Leeuwarden in de recordtijd van 7 uur en 35 minuten, een gemiddelde van dik 26 kilometer per uur. Het record zou 31 jaar stand houden, tot de supersnelle race van Evert van Benthem over dooi-ijs in 1985.

'Als het moet, dan fiets ik nog naar huis', sprak Van den Berg een uur na aankomst op de Prinsentuin, waar tienduizend Friezen het 'Fryslan Boppe' aanhieven. Hun held was een lichtvoetige onderwijzer uit Nij Beets, de leraar van de klassen 4 en 5, die van het hoofd van de school een dag vrij had gekregen om in razend tempo Friesland rond te schaatsen.

Van den Berg, schaatskernploeglid en ook korfballer van Sparta Wartena, had in 1947 op geleende noren en op doorlopers (reserves uit de rugzak) zijn eerste Elf Steden gereden. Hij werd door een botte schaats 23ste. Zeven jaar later was hij, de 26-jarige sportman die voor het slapen gaan tweehonderd kniebuigingen maakte, klaar voor een echte krachtmeting. Zelf zei hij dat hij in 1956 (zesde) en 1963 (derde) beter in vorm was geweest, maar 1954 bleek toch zijn jaar.

Oud-schaatser Jeen van den Berg Beeld anp

Hij toonde zich de Friese doorzetter die hij was. Van zijn talent gaf hij niet hoog op. 'Ik kon helemaal niet schaatsen. Ik was een doordouwer.' Toen hij na Bolsward de aansluiting dreigde te verliezen met vijf vluchters, reageerde hij op tijd. 'In een wilde ren slaagde hij er in zich als zesde man bij de groten aan te sluiten', schreef de verslaggever van de Volkskrant.

Jan Charisius was de favoriet voor de eindsprint in Leeuwarden. Aad de Koning, Jeen Nauta, Anton Verhoeven en Klaas Leffertstra werden ook hoger ingeschaald dan Van den Berg. De beslissing viel op een noodbruggetje vol stro, in de laatste kilometer. Van den Berg werd de kop opgedrongen, om als het ware de sprint aan te trekken, maar kon zich op de smalle kluunplek los rukken van de anderen. Daarna was er verwarring over het finishdoek. Ook dat las Van den Berg beter dan de routiniers, waarna hij met twintig meter voorsprong op Aad de Koning naar de lauwerkrans mocht rijden.

De chaotische aankomst wekte veel jaloezie. Jaren na dato wilden enkele schaatsers van de Grote Zes nog niet praten met Van den Berg die, wie de beelden van toen beziet, toch met grote voorsprong de laatste, beslissende meters aflegde. Voor het grote publiek viel die naijver in het niet. Van den Berg was de held die volgens eigen zeggen 'een fles Bols jenever en een infrarode lamp' over hield aan zijn zege in de Elfstedentocht van 1954.

Een expositie over de schaatscarrière van Jeen van den Berg in het Friese Schaatsmuseum. Beeld anp

Meest onbevredigende afloop

Twee jaar later, Van den Berg had net zijn 5 en 10 kilometer bij de Olympische Winterspelen van Cortina d'Ampezzo erop zitten en was op tijd terug voor de 'Alve Stêden', kwam de situatie van 1954 nog eens om de hoek zetten. Vijf koplopers sloten het Pact van Vrouwbuurt en kwamen gezamenlijk, de armen verstrengeld, over de finish. Ze kregen geen prijs, maar werden ook niet gediskwalificeerd door het Elfstedenbestuur. Van den Berg, solo als zesde binnengekomen, had dan als eerste moeten worden geklasseerd. Het gebeurde niet in de meest onbevredigende afloop uit de roemrijke geschiedenis van de Elfstedentocht.

Ware roem, om niet te zeggen eerbied, viel Jeen van den Berg te beurt in 1963. Hij werd sneeuwblind in de door Reinier Paping gedomineerde klassieker. Jan Uitham loodste zijn Friese vluchtgenoot naar de finish. Van den Berg reed bij Oudkerk tegen een brugpijler. In dat Friese dorp, tussen Dokkum en Leeuwarden, werd later het Jeen van den Berg-plein ingericht.

Officieel was Van den Berg toen al aan het aftrainen. Hij had na de Spelen van Squaw Valley in 1960 de kernploeg verlaten. Hij wilde meer thuis zijn voor zijn schoolgaande kinderen. Het werd een gemengd bestaan. De sport bleef trekken voor de stayer uit Nij Beets. Hij werd met provinciegenoot Heemstra de grondlegger van het marathonschaatsen in Nederland. In 1969 won hij de eerste marathon op kunstijs. Vier jaar later werd hij de eerste Nederlands kampioen in de nieuwe schaatsdiscipline.

Met zijn vrienden Bennie van der Weide en Marten Hoekstra bleef hij door het land trekken. In 1994 werd hij, 66 jaar oud, nog eens wereldkampioen bij de D-veteranen. De sport deed hem herstellen van een kapotte heup en een herseninfarct. De Elfstedentocht bleef trekken. Trots noemde hij altijd zijn rijtje: de schaatstocht reed hij zeven keer, de wielerrit op Tweede Pinksterdag 33 maal, tweemaal karde hij 200 kilometer op de skeelers en vijf keer trok op wandelschoenen door het Friese land.

Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.