JEANNE PRISSER

Opzienbarende performances, kleinschalige projecten, nieuwe boeken, verrassende galerietentoonstellingen, spraakmakende lezingen en debatten - wekelijks bericht Jeanne Prisser over wat zich afspeelt in de voorhoede van de kunstwereld.

Oranjewoud, Museum Belvédère, 16 februari


Druipers, jawel. Dan doel ik niet op de venerische variant, het soort kwaal dat tegelijk met de mannen lang geleden uit mijn leven verdween, godzijdank. Ik heb het over die andere vorm, de schilderkunstige. Die ontstaat wanneer een hoeveelheid verf zich bevindt op een zekere plek. Dat stroperige, langgerekte: díé druipers.


Ze trokken mijn aandacht in Museum Belvédère in Oranjewoud, Friesland. Daar tonen ze nu Facing Nature, een fijne tentoonstelling met voornamelijk hedendaagse landschappen, samengesteld uit de collectie van het verzamelaars-echtpaar De Heus-Zomer. Ik had gewandeld en stond wat te knikkebollen voor een dijklandschap van Gabrielle van der Laak toen ik iets ontwaarde op de zijkant van het schilderij. Die druipers, dus. Ze waren met veel en ze waren kleurrijk 1. Het had iets passief-agressiefs: hoe ze zich ophielden, daar net buiten het kader van de officiële voorstelling. De druipers, ik zal het niet ontkennen, intrigeerden; al snel zag ik niets anders meer.


Nu zijn ze van zichzelf niet opzienbarend, druipers. Het verschijnsel is zo oud als de schilderkunst zelf. Ze zitten verstopt in de achtergrond van Italiaanse fresco's en Vlaamse altaarstukken, doorbloedende verfhuid heet het dan. Jackson Pollock, bijgenaamd Jack the Dripper, gebruikte ze in zijn action paintings en deed de ordinaire huis-tuin-en-keukendruiper uitgroeien tot salonfähig maniërisme. De ene druiper is, kortom, de andere niet.


Men aanschouwe bijvoorbeeld de rebelse druiper. Die kom je tegen bij David Schnell 2 van de Leipziger Schule, maker van strak geordende toekomstlandschappen. Strak geordend, behalve dus in die druipers. Die fungeren als welbewuste dissonanten. Men aanschouwe ook de mimetische druiper. Dat is het soort druiper waar mensen elkaar bij aanstoten en zeggen: knappe druiper! De uitgelopen verfdruppel als imitator. Het soort dat altijd iets anders voorstelt. De stelen van een boeket bloemen, bijvoorbeeld, zoals bij Heringa & Van Kalsbeek. Of, zoals bij Thoralf Knobloch 3, een bos takken.


Had ik favoriete druipers? Die had ik. Ik zag ze op een schilderij van Daniel Richter, ze bevonden zich pontificaal in het midden 4. Eerst hield ik ze voor mimetische druipers, een ster, een schip, een waterplant, maar sterren waren er niet en schepen evenmin; voor rebelse druipers was het schilderij dan weer te ordeloos. Ik kon ze, kortom, niet vangen, deze druipers, maar hun schoonheid stond buiten kijf. Prachtig onbestemd waren ze; tranen van verf.


Amsterdam, Tropenmuseum, 18 februari


Waar liggen de grenzen van de beeldende kunst? Ik peins er al jaren over en weet het nog altijd niet. Gelukkig bevind ik me in goed gezelschap; ook de vorig jaar overleden kunstfilosoof Arthur C. Danto zocht een werkend leven lang naar betekenis zonder er uit te komen. Dat gaf niet. De queeste - daar draait het om.


Al zoekende belandde ik onlangs in het Amsterdamse Tropenmuseum. Ik zag er de onopgesmukte expositie Fotostudio Bagdad (een paar simpele witte prefabmuurtjes, bijzonder weinig tekst en een zwik foto's - een verademing), die mij een blik vergunde op de praktijk van Yaseen Al-Obeidy. Al 45 jaar lang fotografeert hij doodgewone Irakezen in zijn fotostudio buiten de hoofdstad en in ruil voor hun vertrouwen geeft hij die mensen exuberante droombeelden retour.


En vertrouwen moeten ze hebben; zijn studio is nogal een kramakkelige bedoening. De tentoonstelling nam zowel de 'voor' als de 'na' foto's op in de selectie: de werkelijkheid en de illusie. Op die eerste beelden is te zien hoe de Irakezen poseren tegen een achtergrond met scheuren en butsen en glimlachend leunen op in elkaar gefröbelde steuntjes. Waarna de grote tovertruc kan beginnen.


Yaseen Al-Obeidy heeft duidelijk nooit geloofd in de zogenaamde waarheid van een foto (opnieuw een verademing). Toen er nog geen computers bestonden, ging hij al los op glasnegatieven. Hij sneed met een mesje de baardgroei van mannenkaken, zette met een pen snorren aan en deed niet eens zijn best om die klungelige ingrepen te verdoezelen.


Tegenwoordig laat hij met behulp van Photoshop een heel Disneycircus op zijn foto's los. Kleuters kunnen poseren met hun favoriete stripfiguren, volwassenen kunnen in één samengestelde foto laten zien dat ze zowel romantisch als robuust zijn of devoot. De gebedsgewaden worden hen aangemeten door het computerprogramma, dat ook garant staat voor idyllische landschappen.


Yaseen Al-Obeidy zwaait net zolang met zijn virtuele toverstokje tot zijn klanten naar huis kunnen met de best mogelijke versie(s) van zichzelf. Soms zelfs net zolang tot de wrange realiteit voor even is verdreven. Op één van de foto's verenigde hij twee piepjonge kinderen met de beeltenis van hun overleden vader, die hij duidelijk uit een andere foto heeft geknipt. Dat deze illusie er ook daadwerkelijk uitziet als een illusie, met scheve verhoudingen en kinderen die dodelijk verschrikt in de ruimte lijken te zweven, is voor de nabestaanden blijkbaar geen punt 5.


Ik keek en keek en wat zag ik? Troost, dwars door alle grenzen heen.


Opgekikkerd vervolgde ik mijn queeste.


INFO


Facing Nature, Museum Belvédère, Oranjewoud, t/m 30 maart, 2014, museumbelvedere.nl


Fotostudio Bagdad, Tropenmuseum, Amsterdam, t/m 27 april, 2014, tropenmuseum.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden