JEANNE PRISSER

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een geordende chaos van mechanische vlinders en een metaperformance.

Enschede, 11 april

Gezellig kletsen over eigen ervaring doen we wekelijks; voor de verandering eens een educatieve les. Over Kunst- und Wunderkammers. Opletten, trouwe lezer, wie weet steekt u er iets van op.


Goed, Kunst- und Wunderkammers ontstonden in de 16de eeuw in... vul hier enkele West-Europese landen in. Het waren kabinetten gevuld met curiosa als... stel u enkele rariteiten voor. Kunst- und Wunderkammers - vervelend werk zeg dit, mon dieu - kwamen voort uit honger naar kennis, meer misschien dan naar schoonheid. Zij brachten een door ontdekkingsreizen en voortschrijdend medisch inzicht veranderende wereld in kaart en... jajá. Zij vormden een zelfstandige microkosmos die - oké, genoeg.


Met de specialisatie der wetenschappen verdween de Kunst- und Wunderkammer, maar niet de drang te verzamelen en catalogiseren. In mijn tas zit een handzaam apparaatje met oplichtend scherm. Beweeg ik daar mijn vinger over dan verschijnen er schilderijen, installaties, enkele tientallen foto's van Newton (m'n hondje, niet de natuurkundige) en nog zo wat dingen die me interesseren of anderszins dierbaar zijn. De hedendaagse Wunderkammer zit in je zak. Hij heet smartphone.


Daarmee vergeleken doet het exemplaar in TETEM, Enschede, haast ouderwets aan. Want Wunderkammer 2014 is precies dat: een kamer, een zaal eigenlijk, gevuld met objecten die in meerdere of mindere mate aanspraak doen op het predikaat 'wonderlijk'. Een terechte aanspraak. Dit zijn mooie dingen. Ze - en achter die twee letters schuilt een geordende chaos van maskers, robot-insecten, zelfgemaakte wolken, aan de muur groeiende zwarte gezwellen en altaartjes uit fictieve beschavingen - bevinden zich steeds op de gewenste grens van het schone, het studieuze en het abjecte. En dat is knap.


Ik licht er enkele uit. Léon van Opstal, allereerst. Hij toont onder meer een mechanische reuzenvlinder met miniraketten onder de vleugels; 'waarlijk een beest uit mijn dromen', zou Jan Mankes zeggen. Ook noemenswaardig: Koen Hauser, jazeker, de nieuwe Fotograaf des Vaderlands. Zijn foto's van modellen waarvan je óók de ingewanden ziet, deden iets wat me zelden nog overkomt: aantrekken en afstoten tegelijk.


Wie ook moet worden genoemd, is Jeroen Kuster. De oplettende lezer slaat nu aan; Kuster dook een half jaar terug ook al op in deze rubriek. Toen in TENT, Rotterdam, met een legertje zwarte gedrochten onder stolpen.


Nu, de stolpen zijn gebleven, maar wat eronder zit is minder bedreigend, edoch viezig als altijd: wezens, half vlezig, half plantaardig, die ogen als iets wat in een enge film uit iemands buik komt kruipen. En dan toont Kuster ook nog een kabinet. Gevuld met dingen. Langwerpige dingen, spits toelopend, met een vergroeiing aan de stam. Ik keek er even naar en wandelde verder. 'Alles wat langer is dan het dik is, lijkt op een puntje-puntje', placht mijn tekenlerares te zeggen. In Napels hebben ze dildo's uit Pompeï.

Amsterdam, 12 april

Ik was nooit zo van het theater. Die stukken zijn vaak zo... af. Te veel van-A-naar-B, te gewild narratief, te ijverig wachtend op het applaus na de ontknoping. Maar goed, wat doet een mens op zaterdagavond als de musea dicht zijn en het happy hour van de galerie-openingen voorbij is?


De organisatie If I Can't Dance, I Don't Want To Be Part Of Your Revolution hielp me al op eerdere momenten van die vlakkevloerschroom af - met zo'n naam breng je ook geen hapklaar theater. Ik ben fan. Gelukkig dus, dat Joëlle Tuerlinckx (1958) voor If I Can't Dance enzovoort een performance had samengesteld en na het Londense Tate Modern zomaar de vloer van het Veem Theater in Amsterdam verkoos.


Als we van íemand geen verhaallijntjes hoeven te verwachten, geen opgelegde snacksymboliek of postmodern gepapegaai, is het wel van haar. Wie de verrassing zoekt, doet Tuerlinckx. Wie de chaos zoekt overigens ook, maar chaos is geen goed woord voor iets waarvan de maker zelf de structuur snapt - al was de kunstenaar in dit geval mogelijk de enige in de zaal. Of zou het kunnen dat Tuerlinckx' kunst inmiddels als het Monster van Frankenstein zijn maker is ontgroeid? Die gedachte probeerde ik al na de eerste minuten van THAT'S IT! (+ 3 free minutes) van me af te schudden, maar tevergeefs.


Tuerlinckx legt haar middelen bloot. Een gedachtenproces als kunstlaboratorium. Hoe kijken we, hoe werkt dat kijken, wie regelt hoe wij kijken? Zo kijken we met haar mee naar het kijken. Inderdaad, misschien iets te meta voor de zaterdagavond. Maar ik had het over me afgeroepen, met dat simplistisch geklaag over theater.


Complex, ongefilterd en gedemonteerd kwam de werkelijkheid op me af, daar in de zaal. That's it, mensen. Ik hoorde vier, vijf verschillende talen, snerpende gitaren, lappen stof schoven heen en weer, meisjes schonken water en dweilden in wat een soort geisha-versie van Vermeer werd.


Tuerlinckx wiedt als een hedendaags dadaïst door het woud van informatie, beelden, het overal alles van weten en de schijnmacht die dat de gewone mens oplevert. Steeds keren symbolen terug: stof, plastic, touwen, emmers, baksteen, cirkels. Nieuwsberichten. Krantenkoppen. Foto's van politici, actrices.


Het is als het vet en vilt van Joseph Beuys: een eigen taal. Alleen bezweert Tuerlinckx de werkelijkheid niet, ze draagt 'm in al z'n onmatigheid aan ons over. Dat had best een uurtje korter kunnen duren. Maar het kwam wel aan.

INFO

Wunderkammer 2014 TETEM Kunstruimte, Enschede, t/m 18/5

Joëlle Tuerlinckx, performance THAT'S IT (+3 free minutes) Veem Theater Amsterdam, uitvoering 12 en 13/4

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden