JEANNE PRISSER

Opzienbarende performances, kleinschalige projecten, nieuwe boeken, verrassende galerietentoonstellingen, spraakmakende lezingen en debatten - wekelijks bericht Jeanne Prisser over wat zich afspeelt in de voorhoede van de kunstwereld.

1 maart, Gorinchem

Eerst maar een bekentenis: ik recycle. Preciezer: ik recycle zinnen. Mijn stukjes, verse stukjes wat u aangaat, zijn in werkelijkheid een lappendeken van hergebruikte zinnen en/of ritmes, bijeen gegrabbeld uit kranten, tijdschriften, boeken, menukaarten of wat ik maar in handen krijg. Soms recycle ik ook eigen werk.


Kent u die vrouw die de buurt doorkruist om stekjes uit de tuinen van onbekenden te ontvreemden? Welnu, dierbare lezer, die vrouw, dat ben ik.


In het Gorcums Museum in Gorinchem, er gaan weken voorbij dat ik er niet kom, bevond ik me in goed gezelschap. Daar loopt nu Te Mooi om weg te gooien, een tentoonstelling over recycling in de kunsten, het nut ervan, wat het een kunstenaar kan opleveren.


Nu is praten over recycling in de kunst net zoiets als praten over schilderijen van verf: er bestaat nauwelijks kunst die níet in meer of mindere mate een vorm van recycling bevat. Bacon recyclede Velázquez. Michelangelo recyclede de oude Grieken. De oude Grieken recycleden... nou de oude Grieken recycleden vast ook wel weer iemand anders. In het Neolithicum, stel ik me voor, stond de ene holbewoner de andere al na te krijten, maar in Gorcum gaat het om een specifieke vorm van recycling. Een ecologische, een groene. Hoe materialen hergebruikt kunnen worden opdat het milieu zo min mogelijk wordt belast.


In Gorcum, kortom, waart de geest rond van Joseph Beuys.


Het is een wisselvallig geheel, divers en vrolijk, met een paar flauwiteiten, maar ook veel goede stukken - van die laatste noem ik een paar. Eerst is daar Gerrie Laudy. Zij neemt oude kleedjes en borduurt daarop voorstellingen, zoals een raaf die in een stel hersens pikt, of een vrouw met hertenkop in nachtjapon die 's nachts met mes door het bos spookt. Grappig, morbide en ook erg mooi. Ook noem ik Marjan Teeuwen, een bekendere kunstenares. Haar enorme foto's van huizen van samengeperste, opgestapelde rommel zijn kleine tentoonstellingen op zich.


En dan is daar Dre Edelbroek, nog een kunstenaar die ik niet kende. Hij steelt de show met een robot van oud ijzer, een figuur waarbij je direct moet denken aan de Terminator-films met Arnold Schwarzenegger, er gaan weken voorbij dat ik ook niet naar hém kijk. Inventief bedacht, knap in elkaar gezet, aardig ook hoe Edelbroeks robot een voorschot neemt op de toekomst. Ook hij zal immers ooit roestig en obsoleet zijn. Tot een nieuwe kunstenaar hem recyclet.


3 maart, Amsterdam

Vrijdagmiddag, warme klas. Een leeg vel papier voor de neus. De meester die opgewekt zei: 'En nu gaan jullie vrij tekenen!', en achterover leunde. De horreur die die vrijblijvende instructie teweeg kon brengen. Psycholoog, heeft u even?


In kunstenaarsinitiatief Servicegarage in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam is dat lege vel opgeblazen tot muurproporties. Acht kunstenaars kregen een lege wand, tien dagen en de opdracht: behandel de muur als papier en ga je gang. Verfrommelen en weggooien niet toegestaan.


Verschillende vrijdagmiddagtactieken keerden hier op groot formaat terug: zomaar-ergens-beginnen (leidt tot Dalí-achtig, surrealistisch rommellandschap), teken-je-droom (leidt tot voorgeborchte-achtige wachtruimte) of een klassieker: teken-een-cirkel-met-de-ogen dicht (probeert u maar). Mooi was een pastelkleurige, dubbele mond van Richtje Reinsma, een grijns als van de Cheshire cat die in het niets oploste. De muur lachte ons uit.


Antonis Pittas greep naar het ultieme redmiddel: het Pädagogisches Skizzenbuch van Paul Klee uit 1925. Heeft u een vraag over lijnen, punten en vormen (de ingrediënten van de tekening) dan vindt u in dit bijna 90 jaar oude instructieboekje helemaal geen antwoorden, maar wel onnavolgbare en licht zweverige uiteenzettingen over gewicht, balans, snelheid, het verticale, het horizontale en het tekenen van de derde dimensie.


Ziet u dat boekje ergens in herdruk, koop het dan.


Pittas keek op pagina 48 en koos voor zijn muurtekening de lijn en de kracht van de boog die een kogel beschrijft, indien bijna loodrecht omhoog afgevuurd. Terwijl de hoogte toeneemt neemt de kracht af, en op de terugweg gebeurt het omgekeerde. In Paul Klees schetsboekje staat de boog voor 'losse continuïteit' in de lucht, naast het bestijgen van een trap of berg (continuïteit op aarde) of de beenslag van een zwemmer (continuïteit in water). Ik zeg u: een beetje zweverig en een beetje knullig getekend ook.


Dat geeft niets. De aanzet is glashelder en uitnodigend, zoals je van een goede meester verwacht. Voor Antonis Pittas was de muur geen blad papier, maar een leeg veld waarop een jongen een pistool omhoog richtte. Op de vloer, tegen de plint, lag het kruit van zijn schot.


INFO

Te mooi om weg te gooien, Gorcums Museum, Gorinchem, t/m 1/6; gorcumsmuseum.nl

Op karakter / Op talent, De Servicegarage, Amsterdam, t/m 23/3; deservicegarage.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden