JEANNE PRISSER

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een Rotterdamse ketting die geen ketting is en een familieketting met sterke schakels.

Rotterdam, 24 juni

Underneath your clothes, there's and endless story klonk het op de radio, en dat zinnetje dreinde de hele treinreis door mijn hoofd, vermoedens bevestigend: mijn lichaam is een verhaal. Een voorspelbaar verhaal, akkoord. Een dat groteskere trekken aanneemt naarmate het slot dichterbij komt, daar helpt zelfs tante Coco's Hydra Beauty Crème niet tegen. Maar toch: een verhaal. Dat verhaal, voor de gelegenheid gestoken in een frisse zomerjurk, was onderweg naar een tentoonstelling in Witte de With - over verhalen.


Is mijn verhouding tot Witte de With ook een verhaal? Welzeker. Een van haat en liefde, het eerste iets meer dan het laatste. Och, wat gun ik de Rotterdammers hun autonome, kosmopolitische, door culturele uitwisselingsprogramma's en gastcuratoren, excusez: moderators uit Hongkong, gekenmerkte programma; en wee, wat hoor ik mezelf weer zuchten bij de aanblik van de zoveelste bloedeloze selectie, de zoveelste ondoordringbare brochure. De vorige expositie, The Crime Was Almost Perfect, voedde mijn WdW-liefde, maar nu raakte ik terug bij af.


Men oogt verkokerd, ziezo, het is eruit. Men bevindt zich in een gesloten systeem (de directeur rept van een programmatische oase), dat enkel contact lijkt te maken met gelijkaardige systemen in den vreemde. Een oase - yeah, right. Eerder een kas.


Hier ook. The Part In The Story Where A Part Becomes A Part Of Something Else (de titels van Witte de With zijn een verhaal op zich) bevat een paar aardige stukken - die sculpturen met belletjes, een serie grappige tekeningen over de verdwenen heuvels van Hongkong - maar biedt over de hele linie toch een tamelijk vreugdeloze verzameling kunstobjecten die weg onder de warme lampen van het instituut amper als zodanig herkenbaar zouden zijn. 'Het ene werk', licht samensteller Heman Chong toe, 'leidt naar een ander, elk werk vertelt over het volgende, waardoor een keten van verstrengelde ideëen ontstaat. De werken nemen de leiding; een dans, een gesprek, een verhaal ontstaat.'


Dat valt tegen. Geen volwaardige verhalen hier; eerder aanzetten. Twee klokken van Felix Gonzalez-Torres die net niet gelijk lopen rijmen met twee plastic amforen. Een boeket witte bloemen van Willem de Rooij knikt naar Kwan Sheung Chi's kleinere, plastic exemplaar. Een in een tapijt gerold kunstwerk ligt voor twee tv's met het beeld op zwart. Het kunstwerk is onzichtbaar, de videofilm is onzichtbaar, beide werken zijn onzichtbaar, whoopdidoo! Dat is niet goed of slecht, dat is gewoon niet zo interessant. Wat me brengt bij een karakteristiek van dit gesloten systeem: de neiging druk te doen over zaken waar menig bezoeker (lees: ik) zijn schouders over ophaalt. Over dát fenomeen zou ik in Witte de With graag een debat gemodereerd zien. Maar dat is misschien een ander verhaal.

Asperen, 25 juni

'Leef alsof je ouders niet bestonden' - ik denk dat ik dat bij Simon Vinkenoog las, en anders zwaai ik het hem postuum toe. Geregeld neem ik dat advies ter harte en stop de ingelijste foto's (díe brillen, míjn handen!) een tijdje in de la.


Andersom lijkt me nog veel ingewikkelder. Toen ik las dat kunstenaar Floris Kaayk zowel ouders als een broer in de beeldende kunst had, kreeg ik bijna medelijden. Floris Kaayk won dit voorjaar de Volkskrant Beeldende Kunstprijs en was niet van uw krantenpagina's te sláán. Hij maakt futuristische animatiefilms en deed de wereld, tot CNN aan toe, geloven in de fictieve Jarno Smeets, die dankzij zijn uitvinding op eigen kracht zou kunnen vliegen. Hoe zou de familie omgaan met de roem-op-eigen-terrein van hun zoon? Leven alsof je kind niet bestaat, dát is pas moeilijk.


Ik ging naar kunstfort Asperen om het te zien, want daar exposeerden de Kaayken. Mijn God, wat was het landschap schitterend, de bomen vol, de dijkjes groen, de kieviten... enfin, daar was het fort en daarbinnen was het koud.


Maar ik werd verwarmd door wat ik zag. Allereerst had de beroemde zoon zich tevredengesteld met een plaatsje in een verzamelprogramma met films. Vader Coen Kaayk nam de ruimte met zijn beelden van polyesterhars en acrylaat, een industrieel materiaal dat onder zijn handen gaat gloeien als de zon. Gestapeld tot complete steden waarin je zou willen dwalen. Verfijnd van kleur en vorm, speels en toch streng. Had vader Kaayk met Constant kunnen samenwerken, dan had het met dat Nieuw Babylon misschien wel wat kunnen worden.


Moeder Guusje bleek lyrische animatiefilms te maken, waarin - hé - in 2010 ook mensen rondvlogen als zwermen spreeuwen. Trompettist Eric Vloeimans blies haar films leven in. En broer Gijs deed een surrealistische duit in het zakje met beelden van metaal en - ik zoek het even op - cork rubber sheet. Zijn als een pudding ingeplofte propeller zou ik graag een tijdje te logeren hebben.


Die fascinatie voor techniek, materiaal, de verfijning, de humor; ineens werd alles me duidelijk. Floris Kaayk staat op de schouders van zijn familie, of moet ik zeggen; ze dragen elkaar en geven elkaar de ruimte. Gijs Kaaijk heeft dat begrepen: die spelt zijn naam inmiddels met een ij. Terug in de la, die ouders, hup met de zonen.

INFO

The Part In The Story Where A Part Becomes A Part of Something Else, Witte de With, Rotterdam, t/m 17/8

Bouwplaats/Onderdelen, kunstfort Asperen, t/m 17/8

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden