Jeanne Prisser geeft advies aan vrouwelijke curatoren

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een advies aan vier jonge, vrouwelijke curatoren en een intellectuele versie van Duckstad.

Charles Avery, Untitled (Pool Study), 2014. Beeld Gert Jan van Rooi

Spangen, Rotterdam, 6 september

Afgelopen zaterdag, toen de halve kunstwereld lag bij te komen van de Dumas-opening en de andere helft al pimpelend het nieuwe galerieseizoen inluidde, vond ik mezelf terug in het Justus van Effencomplex, een woonblok in de Rotterdamse wijk Spangen. Het was er onverwacht prettig. De zon scheen, buurtbewoners hingen op het centrale pleintje, niet éénmaal werd ik te grazen genomen door een junk met vlindermes. Doel van m'n bezoek waren twee initiatieven die recent onderdak vonden in het oude badhuis, A Tale of a Tub en de galerie Wilfried Lentz.

Over Lentz schrijf ik later nog wel eens; nu gaat het me om A Tale of a Tub. Een nieuw platform voor hedendaagse kunst bestierd door vier jonge, vrouwelijke curatoren; voor de openingstentoonstelling, Z (as in Zigzag) - Chapter I, nodigden zij twee kunstenaars uit, Maurice Blaussyld en Kelly Schacht. Uit het programma: 'Z (as in Zigzag) verbindt de geschiedenis van de locatie (...) met haar functie nu en in de toekomst. (...) Wat gebeurt er met een plek die zich begeeft op het spanningsveld tussen publiek en privaat, (...) verleden en toekomst, herinnering en ervaring.'

Nu begeeft elke willekeurige portiekflat zich volgens mij op 'het spanningsveld tussen verleden en toekomst', maar het Van Effen kent inderdaad een boeiende geschiedenis. Het ontwerp (van Brinkman, uit de jaren twintig) gold met zijn hoge rondgang en gemeenschappelijke binnenplaats decennialang als stedenbouwkundig ideaal. Open je in zo'n illuster gebouw een kunstruimte dan is het beslist geen gek idee om die historie aan te stippen. Dat kan op veel manieren.

Men koos voor de manier die altijd fout is: de vage. Eentje die draait om troebele noties als 'aanwezigheid en afwezigheid, over het moment waarop het niet zichtbare het zichtbare bepaalt'.

Geen flitsende start

In de praktijk betekent dat: geen vooroorlogse bouwtekeningen, geen zwart-witfoto's van het Van Effen in verregaande staat van aftakeling, geen Eugene Richards-achtige sfeerplaten van rondscharrelende dealers of het recht in eigen handen nemende buurtbewoners.

Wel: vier geluidspalen (waarvan twee buiten werking) waarop iemand telt in het Frans en een ander iets brabbelt in het Duits, een still van het hoofd van een man met opengesperde ogen, een kamertje gevuld met plattegronden (Versailles, het Rietveld Schröderhuis), alsmede een viertal ongeopende koffers die al dan niet bij de expositie hoorden.

Een werk bestond uit een oproep aan omwonenden om bij het verlaten van hun huis een gekanteld stoeltje tegen hun gevel te zetten. Ik keek naar buiten. Ik zag geen gekantelde stoeltjes. Het was, met permissie, een tamelijk mager en vergezocht geheel; zeker geen flitsende start.

Derhalve, op het gevaar af paternalistisch over te komen, een advies aan de vier curatoren. Dames, weest duidelijk, weest gul. Uw publiek reist niet af naar Spangen om zich door abstracte teksten heen te worstelen, dus laat moeilijke Franse filosofen lekker in de kast staan. Het komt om interessante dingen te zien, dus zorg dat zulks afdoende aanwezig is. Stickertjes op de vloer die herinneren aan een voorbije performance vallen daar niet onder, kunstwerken die niet als kunstwerk herkenbaar zijn evenmin. Vergeet niet: uw badhuis is een open huis. Enclaves zijn er al genoeg.

De Pijp, Amsterdam, 10 september

Enkelen herkennen dit; u misschien ook. U was 10. Het was herfstvakantie. U lag op uw buik in de woonkamer en tekende een uitdijende wereld: planeten, toendra's, moerassen met kleurige vegetatie en rechtop lopende vogelbekdieren; weken achtereen nam het u in beslag. Na een tijdje verslapte uw aandacht; school begon, u ging studeren, werken, misschien kreeg u wel kinderen. Uw tijd ging op aan andere zaken; aan rechtop lopende vogelbekdieren dacht u nog zelden. Slechts een enkeling bleef vreemde werelden verzinnen. Charles Avery bijvoorbeeld.

Hij is een Schotse kunstenaar, tekenaar en beeldhouwer van wie nu een prachtige, haast museumwaardige tentoonstelling is te zien bij Grimm Gallery in Amsterdam. The Guardian vergeleek Avery ooit met een 19de-eeuwse natuuronderzoeker, de spijker op z'n kop met als enige verschil dat Avery's bevindingen volledig aan zijn eigen verbeelding zijn ontsproten. Wat hij verzon is dit: een plek, The Island genaamd, met een compleet eigen geografie, topologie en bevolking. Een intellectuele versie van Midden-aarde of Duckstad. Of Nobson Newtown. Er is een hoofdstad, Onomatopoeia, er zijn locale delicatessen, zuur ingemaakte eieren, er is een onkenbaar magisch fabeldier, de Noumenon. Slechts één eilander heeft het gezien. Die is mal geworden.

In de Grimm-tentoonstelling wordt deze wereld niet zozeer uitgebreid als wel uitgediept. Zo maken we bijvoorbeeld kennis met het buureiland, de alomtegenwoordige restaurantfranchise aldaar, de hoedjes die die franchise heeft gelanceerd (die eruit zien als iets uit een videoclip van de Pet Shop Boys) en ook de reallife-uitvoering van het meubilair op The Island, de driehoekige tafels met wijnkannen in de vorm van een vogel. En het gestippelde behang. En de glazen palingen.

Klinkt dit vergezocht? Het is vergezocht. Het is ook origineel, verleidelijk, spannend, grappig. Eerlijk: wie er eenmaal aan begint, kan niet stoppen met kijken. Dat komt door het achterliggende verhaal, maar vooral door Avery's tekentalent. Dat is ongekend. Houdingen, gezichtsuitdrukkingen, verkort, uitgebeende suggestie - hij kan het allemaal. Zijn beheersing van de gewasseninkttechniek is groot, zijn lijnen zijn perfect. Nou ja, bijna perfect. Foutjes laat hij staan. Het geeft zijn tekeningen precies dat ruwe randje dat voorkomt dat het glad of steriel wordt. Later dit jaar volgt een grotere expositie van zijn werk in het GEM in Den Haag. Nondeju, daar heb ik zin.

Info

Maurice Blaussyld en Kelly Schacht Z (as in Zigzag) - Chapter I, A Tale for a Tub, Rotterdam, t/m 4/10

Charles Avery What's so great about Happiness, Grimm Gallery, Amsterdam, t/m 11/10

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.