Jeanine Daems over kennismakingsspelletjes

Beste onderwijzers, mentoren, studentenbegeleiders,


Kennismaken, een belangrijk thema aan het begin van het nieuwe schooljaar! De eerste dag in de brugklas, een klas in een nieuwe samenstelling, je nieuwe eerstejaarsstudenten... Alle namen leren is de eerste uitdaging.


Een namenrondje? Zo veel namen in één keer, die vergeet iedereen natuurlijk meteen weer. Je kunt beter een paar namenspelletjes doen, in kleinere groepjes. Maar hoe zorg je ervoor dat iedereen elkaar tegenkomt, en niet drie keer?


Afgelopen zomer begeleidde ik een wiskunde-zomerkamp. Omdat jullie misschien niet allemaal even enthousiast worden van dergelijke problemen als de begeleiders op wiskundekamp, deel ik ons handige rouleerschema.


Ik leg het schema uit voor 25 personen (die kun je opdelen in vijf groepjes van vijf). Precies hetzelfde principe werkt voor 49 (zeven groepjes van zeven). Het werkt omdat 5 en 7 priemgetallen zijn (alleen deelbaar door 1 en zichzelf). Voor 36 personen (zes groepjes van zes) werkt het niet; 6 is geen priemgetal, want 6 is deelbaar door 2 en 3.


Voor 25 mensen zijn er vijf namenspellen nodig. Denk hierbij aan het aloude krantenmeppertje, of Amerikaans liften, of levend wie-is-het, of het spelletje waarbij iedereen zichzelf een allitererend bijvoeglijk naamwoord toeëigent en je het rijtje op moet dreunen ('Ik ben toffe Thijs', 'Dat is toffe Thijs, ik ben aardige Anouk', enzovoorts). Wees creatief, jullie kennen zelf vast meer geschikte spelletjes!


Het rouleerschema werkt als volgt. De spellen (A, B, C, D en E) krijgen een vaste plek in een grote kring. Je verdeelt de 25 mensen willekeurig in groepjes van vijf over de vijf spellen. Daarna nummer je in elk groepje de mensen van 0 t/m 4. (Als er een paar te weinig zijn, maak dan enkele groepjes van vier en nummer die tot en met 3. Als er een paar mensen te veel zijn, krijgen in een groepje van zes twee personen hetzelfde nummer.)


Iedereen speelt zijn eerste spel en na het eindsein begint het grote rouleren: wie nummer 1 heeft, loopt één spel verder, nummer 2 twee spellen, enzovoorts. Dus Michiel die net spel A deed en nummer 1 heeft, gaat naar B en Saskia bij spel E met nummer 3 gaat naar C.


Het klinkt ingewikkeld, maar dat valt mee. Iedereen hoeft alleen zijn eigen nummer te onthouden en rouleert steeds hetzelfde. Dus na de tweede ronde gaat Michiel weer één spel verder van B naar C, en Saskia loopt drie spellen verder naar A.


Nummer 0 heeft pech: die blijft steeds bij hetzelfde spel. Een mooie rol voor eventuele begeleiders, dus. Alle andere nummers hebben na vijf rondes alle vijf de spellen gehad.


Is iedereen nu iedereen tegengekomen? Nee. Per spelronde ziet iedereen vier andere mensen, dus in totaal twintig. Want er is nog één probleem! Mensen met hetzelfde nummer komen elkaar nooit tegen, die schuiven steeds evenveel door. Er moet dus nog een extra ronde komen: alle nummers 1 bij spel A, alle nummers 2 bij spel B, enz.


Dan zijn wel alle namen geoefend. En de hersens staan weer aan.


Veel plezier!


Jeanine

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.