‘Je ziet backpackers echt o-ver-al’

Eindexamen gedaan. Maar voor je opnieuw de tredmolen betreedt, wil je eerst wel eens een heel eigen, unieke ervaring beleven....

Wie na z’n afstuderen ‘het nog niet helemaal weet’, gaat op reis. Rugzak op, een reisgids, bij voorkeur de Lonely Planet, onder de arm en hup, het vliegtuig in. Duizenden Nederlandse jongeren die net hun diploma hebben gehaald, vertrekken ieder jaar voor een paar maanden naar het buitenland. Om na te denken, kennis te maken met andere culturen en levenservaring op te doen.

Talitha Koek (nu 25) wist het zeven jaar geleden, na haar eindexamen vwo, ook niet. Twee maanden voor haar eindexamen hakte ze de knoop door: wegwezen en backpacken. ‘Ik had achttien jaar in Eindhoven gezeten. Dat is redelijk saai. Ik wilde weg, meer van de wereld zien.’

Omdat Koek geen geld had (‘mijn moeder zei: prima dat je gaat, maar ik betaal het niet’), zou ze overzees aan de slag moeten.

Haar bestemming, Australië, was daarom ingegeven door pragmatisme: ‘Het is lekker ver weg, ze spreken er Engels en je kunt er heel makkelijk een werkvergunning krijgen. De drie belangrijkste voorwaarden heb je dan wel. ’

Binnen een week na aankomst had ze er haar eerste baantje, als serveerster in een lunchroom. Vele andere baantjes, voornamelijk in de horeca, zouden volgen, in heel Australië. ‘Ik liep gewoon rond, op zoek naar werk. Ik ben wel eens gestrand, in het noorden. Daar heb ik toen maar een baan op het platteland aangenomen. Fruit plukken. Half vijf op. Met bijna alleen maar andere backpackers.’

‘Hartstikke gezellig’ was het, vertelt Koek. Veel mensen ontmoeten, steeds nieuwe gezichten, samen op hostelzalen slapen, samen ’s avonds wat gaan drinken, en na een tijdje weer verder, kriskras door Australië met alleen je rugzak. Geweldig. Weg uit Eindhoven.

Toch gingen juist die nieuwe gezichten Koek na enige tijd tegenstaan. ‘Je ziet backpackers echt o-ver-al. Gezellig hoor, maar ook oppervlakkig. Je voert steeds hetzelfde gesprek: waar kom je vandaan, waar ben je geweest, wat heb je allemaal gezien, en daarna ga je een biertje drinken. Ook in de hostels lig je met alleen maar andere backpackers op de slaapzaal. Ik wilde op een gegeven moment uit dat internationale cultuurtje stappen. Het was tof, maar ik heb daardoor ook veel dingen niet meegekregen.’

Een tocht door het woeste binnenland van Australië bijvoorbeeld, bleef bij een obligate trip. ‘Ik stapte in zo’n busje met een gids, en we zijn er zo’n beetje doorheen gereden. Klakkeloos maak je wat foto’s, en je rijdt weer verder.’

Pas in Indonesië, waar Koek in de laatste maand van haar backpack-jaar rondreisde, kreeg ze de hoop dat ze het Engelstalige, westerse decor, bevolkt door collega-reizigers, achter zich had kunnen laten. Dat ze de internationale backpackers-scene was ontsnapt. Tot haar grote tevredenheid kwam Koek in cultureel opzicht meer aan haar trekken in Indonesië. Maar zelfsdaar lukte het haar niet de hordes backpackers te ontlopen. ‘Mijn reisgenoot en ik probeerden écht van de gebaande paden af te komen, maar nog kwamen we ze overal tegen. En iedereen gaat hetzelfde doen, de zelfde plaatsen bekijken.’

Dat ze niet teleurgesteld raakte in de originaliteit en avontuurlijkheid van haar jaar backpacken, schrijft Koek toe aan haar ‘realistische verwachtingen’. ‘Ik wilde mezelf een beetje bewijzen. Laten zien dat ik op eigen benen kon staan. Dat is gelukt. Je moet er tegen kunnen weinig privacy te hebben, want dat heb je in die hostels niet. Hetzelfde geldt voor je grenzen wat betreft de hygiëne: stel die maar wat bij. En leven uit een rugzak betekent ook dat je geen leuk jurkje hebt om aan te trekken als je uitgaat.’

Koek zag de geestdrift bij andere jongeren soms tanen: ‘Je hebt er genoeg die zichzelf willen vinden, voor wie het reizen een doel op zich is geworden. Die kwamen vaak bedrogen uit. De backpackers die met de creditcard van papa en mama gingen reizen, vooral feestten en bier dronken ook. Het is uiteindelijk gewoon een lange reis, niets meer en niets minder. Het leven gaat door. Je moet je geld verdienen en voor jezelf zorgen. Soms is het leuk, en soms ook helemaal niet.’

Eenmaal terug wist ze nog altijd niet wat ze wilde gaan doen. Haar moeder had haar opgegeven voor een studie communicatiewetenschappen. Toen ze die had afgerond, deed Koek er nog de studie politicologie achteraan.

Maanden gespaard, maanden hard gewerkt, en gereed voor je Grote Avontuur klaarstaan op Schiphol. Dromen van bijzondere gesprekken met bewoners van verre oorden, zwervend door valleien en dorpen waar niemand je nog is voorgegaan, dansend bij maanfeesten op Bounty-stranden. En als je terugkomt, vrij en verwilderd, ben je vol van zelfkennis en blijkt de studiedie je alsnog zelfverzekerd kiste,een schot in de roos. Of niet?

De praktijk is weerbarstiger. Over je toekomst nadenken op reis komt er vaak niet van. Sommigen zijn geen stap verder als ze van hun reis terugkomen, zegt Koert Hommel van JoHo, een organisatie voor reizen en werken in het buitenland. Er zijn veel te veel indrukken, je bent bezig.

Ook bespeurt Hommel af en toe de teleurstelling over het ‘Lonely-Planet-effect’: de reisgids begon ooit als een waar avonturiersboekje voor verre oorden, maar is wereldwijd inmiddels zo populair dat de kleine hostelletjes die ooit als idyllisch werden aangeprezen, nu volgepakte en goedlopende accommodaties zijn, vertelt Hommel.

De reisidylle van de rondtrekkende backpacker bestond veertig jaar geleden misschien nog. Volgens Ton van Egmond, docent toerisme aan de NHTV internationale hogeschool van Breda en auteur van een proefschrift over waarom mensen eigenlijk reizen, heeft de huidige backpack-populariteit zijn wortels daar liggen.

Jonge westerlingen die zich toen wilden afzetten tegen het materialisme en op zoek gingen naar ‘authentieke’ ervaringen, trokken er op uit. Beroemd werd bijvoorbeeld de Hippie Trail, de route die van Europa, via Iran en Afghanistan, naar India en Nepal voerde. De reis van de toenmalige backpackers was een anti-reis: anti-burgelijkheid, anti-materialisme, anti-massa.

Bij de huidige backpackers is daar weinig meer van over. In plaats van een tegencultuur vormen zij een nieuwe jongerencultuur, concludeert Van Egmond. Een tijdelijke lifestyle met bijbehorende karakteristieken. Backpackers komen uit rijke, westerse landen: Groot-Brittannië, Scandinavië, Nederland, Duitsland, de Verenigde Staten of Canada.

Ze zijn jong, ergens tussen de twintig en dertig jaar, hebben een goede opleiding en zien daardoor allemaal een goedbetaalde baan tegemoet bij thuiskomst. Van een zwervend bestaan is nauwelijks sprake: de meesten hebben bij vertrek hun vlucht naar huis al geboekt.

Backpackers hebben een uitgesproken hekel aan ‘massa-toeristen’, die in georganiseerde vorm reizen. Dat komt, verklaart Van Egmond, omdat alleen massatoeristen zo op de backpackers lijken dat ze zich er mee kunnen vergelijken: ze bezoeken dezelfde bezienswaardigheden, eten hetzelfde voedsel, maken gebruik van dezelfde voorzieningen. Ze verschillen vooral in de bestedingen: ze slapen in andere hostels, gaan naar andere restaurantjes en bars.

Nog steeds noemen backpackers de ‘unieke ervaring’ en ‘ contact met andere culturen’ de belangrijkste redenen op pad te gaan. Maar, constateert ook Van Egmond, er zit een groot verschil tussen de plannen en de uitvoering daarvan. Van de voornemens komt vaak weinig terecht. Om dat enigszins te compenseren, hechten backpackers sterk aan de verhalen die ze horen en die ze kunnen vertellen. Hoe ruiger, hoe beter.

De waarde die door backpackers achteraf het hoogst wordt aangeslagen, is de zelfredzaamheid waarop en route een beroep wordt gedaan.

De grote lol van een backpack-reis, vat Van Egmond samen, is dan ook om zo veel mogelijk zelf te bepalen: zelf bepalen waar je naar toe gaat, wanneer, hoe, met wie. En van alles zo veel mogelijk: zo veel mogelijk plaatsen bezoeken, zo veel mogelijk ervaringen opdoen. Zodra de ene plaats is bezocht, is het voorwaarts-mars naar de volgende bezienswaardigheid, om de honger naar opwinding en ervaring te stillen. Van het ene Thaise volle-maans-feest naar het andere tropische strand om te snorkelen.

Dat individualisme, samen met de zucht naar nieuwe prikkels en het benodigde inkomen, maakt van backpackers bij uitstek uitdragers van de westerse cultuur, meent Van Egmond.

Vandaar dat landen als België, Zweden en Nederland veel backpackers kennen, en dat het verschijnsel veel minder voorkomt in familie-georiënteerde landen als Griekenland of Portugal, zegt Bertine Bargeman, universitair docent vrijetijdswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg.

Naast het backpacken signaleert zij nog een ander fenomeen dat rap grootschaliger wordt en dat ze ‘vrijwilligers-toerisme’ noemt.Reizigers blijven ergens op hun route voor langere tijd, om te helpen met bijvoorbeeld de opbouw van een school, het aanleggen van een waterput, of het restaureren van een historisch monument. ‘Vrijwilligerswerk over de grenzen is populair aan het worden.’

Misschien biedt een job als vrijwilliger wel aanknopingspunten om lokale bewoners beter te leren kennen? Bargeman: ‘Het is gebleken dat jongeren op hun reis vooral een zo onalledaags mogelijk leven willen leiden en hun eigen gang willen gaan. Je kunt je afvragen in hoeverre dat lukt als je bijvoorbeeld met meerdere packpackers een school oplapt of met z’n allen in hetzelfde hostel slaapt. Dan wordt die vrijheidsdrang wel enigszins tenietgedaan.’

Jolanda Breur bleef zich erover verbazen dat ze op reis, soms maanden later en duizenden kilometers verder, dezelfde mensen opnieuw tegen het lijf liep. Breur (40) reisde naar Sri Lanka, India, de Malediven, waar ze een jaar woonde, trok rond in alle landen van Midden-Amerika, bezocht Egypte, de Verenigde Staten, Rusland, China, Cambodja, Birma, Vietnam en Thailand. Onder meer.

‘Waar ik ook was, dat je een bekend gezicht zag gebeurde regelmatig. Blijkbaar reis je toch allemaal volgens min of meer dezelfde route, ingegeven door reisgidsen en highlights.’ Ze reisde vaak alleen, en had nauwelijks de neiging om zich bij de anderen aan te sluiten. ‘De gesprekken komen inderdaad vaak niet verder dan waarvandaan en waarheen.’

Haar eerste reis, naar Egypte, was ingegeven door hang naar het exotische en nieuwsgierigheid naar het onbekende. Ze verzamelde alle informatie over het land die ze te pakken kon krijgen, .

Maar hoe vaker ze op reis ging, hoe meer ze ervoer wat haar van al die reizen het meest bijbleef: de cultuurkloof. ‘Die is onoverbrugbaar. In het buitenland, en zeker in Derde-Wereldlanden, blijven ze je toch zien als de rijke westerling. Uiteindelijk willen ze allemaal weten wat je verdient. Dat jij daar misschien voor een spirituele tocht bent, dat kunnen ze zich niet voorstellen. Begrijpelijk. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd. Maar ik kreeg wel steeds meer behoefte aan ècht contact, en dan kan zo’n houding je gaan ergeren. Als ze bij de goedkopere buskaartjes roepen: uitverkocht!, terwijl je de kaartjes kunt zien liggen, weet je dat je niet één van hen bent.’

Ze heeft reizigers zien stranden. ‘Je doet zo veel indrukken op, en de meesten houden hun westerse tempo erin, omdat hun tijd beperkt is en ze zo veel mogelijk willen zien. Maar dat is niet vol te houden, zeker niet in een ander klimaat. Steeds maar on the run zijn, dat zuigt je leeg. Je kunt niet de hele tijd nieuwe indrukken opdoen.’

Voeg daar een stevige dosis verschillen in omgangsvormen en taalproblemen aan toe, en dan kan het soms te veel worden. ‘Ik heb wel eens een Nederlands backpackers-stelletje gezien op een vliegveld in Vietnam. Ze wilden het land uit, maar hadden mot met een ambtenaar. Ik hoor haar nog roepen: wat een kutland is dit, ik kom hier nooit meer.’

Breur kan er nu om lachen. ‘Ik weet niet of ik mezelf beter heb leren kennen op reis, omdat ik niet weet wat er gebeurd zou zijn als ik in Nederland was gebleven. Maar eenmaal weer hier denk ik regelmatig als ik me opwind: kom op, je hebt wel voor hetere vuren gestaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden