'Je weet nooit zeker of een prostitee vrijwillig werkt'

De Amerikaanse journalist Benjamin Skinner doet wereldwijd onderzoek naar mensenhandel en slavernij. Hij toont aan hoe eenvoudig het kan zijn een slaaf te kopen....

Door Maartje Bakker

In New York bent u slechts vijf uur verwijderd van onderhandelen over de aanschaf van een mens. Op klaarlichte dag, anno 2010. Interesse? Vlieg naar Haïti. U gaat van boord, koopt een visum, wacht op uw bagage, en gaat dan op zoek naar een kruier, die u 16 euro aanbiedt om uw tolk te zijn – vooropgesteld dat u geen Creools spreekt. Neem een tap-tap – een kleurig busje – naar de Route de Delmas, de weg die hoofdstad Port-au-Prince met Pétionville verbindt. Stap uit bij Delmas 69, en wandel de zijstraat daar in. Op elk moment van de dag staat hier, voor de kapsalon Le Réseau, een groepje van vier of vijf mannen. Wanneer u langsloopt, stapt er een naar voren en zegt: ‘Bent u op zoek naar een persoon?’ De onderhandelingen over uw slaaf kunnen beginnen. Let wel: veertig euro wordt beschouwd als een redelijke prijs, en een Haïtiaan zou zelf nooit zo veel voor een kindslaaf neertellen.

Het is de openingsscène van het boek Mensenhandel op klaarlichte dag (oorspronkelijke titel: A Crime So Monstrous), geschreven door de Amerikaanse schrijver Benjamin Skinner. Skinner reist de wereld af om hedendaagse slavernij aan het licht te brengen – in Haïti, Sudan, Roemenië, maar ook in Nederland. Door te infiltreren in netwerken van mensenhandelaars en slavenkopers, legt hij een moderne vleeshandel bloot die schrikbarend van omvang is.

Deze week was Skinner in Nederland – voor een optreden in het Nijmeegse arthouse Lux, en voor een afspraak met de waarnemend burgemeester van Amsterdam, Lodewijk Asscher.

Hoe ver ben je in Amsterdam verwijderd van het kopen van een mens?

‘Ook een uur of vijf, gok ik. Ongelooflijk, hè? Terwijl de mensen buiten lekker naar voetbal zitten te kijken, kun je binnen vijf uur onderhandelen over de aanschaf van een persoon. Je zou ervoor naar Istanbul, Boekarest, Budapest of Bulgarije moeten gaan.’

En dan?

‘Stel, je gaat naar Boekarest. Daar heb je een tolk nodig die Romani spreekt. Veel mensenhandelaars zijn Roma – maar laat het duidelijk zijn dat er ook genoeg Roma zijn zonder criminele achtergrond. Je zult, met de hulp van die tolk, mensen in het illegale circuit moeten leren kennen. Ga naar een deel van Boekarest dat de politie links laat liggen. Kies bijvoorbeeld een wijk waar veel Roma wonen. Je hoeft er niet eens voor naar de rand van de stad. De plaats waar ik een meisje met het syndroom van Down kreeg aangeboden, in ruil voor een tweedehands auto, ligt niet ver van een hoofdweg. Ook de gemiddelde Europese of Roemeense zakenman moet de bordelen immers kunnen vinden.’

Geen specifiek bordeel op het oog, zoals in Haïti?

‘Ik wil eigenlijk niet een gedetailleerdere routebeschrijving geven dan ik net deed. In Haïti ligt het anders. Daar is het kopen van een slaaf, een kind, nog normaler. Na de aardbeving bestaat die kapperszaak trouwens helemaal niet meer.’

In uw boek staat dat er in Nederland ook volop slavernij is. Moet je per se naar Oost-Europa om een slaaf te kopen?

‘In Nederland is een slaaf kopen lastiger. Ik heb het wel geprobeerd, op de Wallen, in de Bijlmer. Maar pooiers willen hun vrouwen – gedwongen prostituees – niet kwijt. Je mag ze voor een nacht hebben, maar niet voor twee weken of een maand. Het kost veel moeite om ze hier te krijgen, en ze leveren veel geld op, zomaar 200.000 euro per jaar.’

Waar kan ik het best een slaaf kopen – het lijkt een bizarre discussie, die niet meer hoort bij deze tijd. En toch: er zijn nog nooit zoveel slaven op de wereld geweest als nu. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie zijn er 12,3 miljoen mensen die gedwongen werken, onbetaald behalve dan misschien voor kost en inwoning, onder dreiging van geweld.

In Nederland is de dichtheid aan slaven het grootst ter wereld, valt te lezen in Mensenhandel op klaarlichte dag. ‘Dat land, dat naamloos zou moeten blijven, waarvan de grootste stad Amsterdam is, is een soort symbool van dit kwaad’, tekent Skinner op uit de mond van Michael Horowitz, een Amerikaan die zich, gesteund door de evangelisten, sinds jaar en dag sterk maakt tegen seksslavernij.

Voor een doorsnee toerist of inwoner van Amsterdam wemelt de hoofdstad niet van de slaven. Als er hier zo veel slaven zijn, waar dan?

‘Dat hoge aantal komt vooral doordat de man die beweerde dat de dichtheid aan slaven in Nederland het hoogst ter wereld is, ervan overtuigd is dat geen enkele prostituee haar werk vrijwillig doet. Omdat in Nederland prostitutie gelegaliseerd is, scoort het hoog.’

Denkt u ook dat elke prostituee een slavin is?

‘Nee, ik ben het er niet mee eens dat prostitutie altijd gelijk zou zijn aan mensenhandel. Ik heb met de vrouwen gepraat die in die ramen zitten, en ze werden niet altijd gedwongen. Eén van hen, Charlie, werkt als grimeuse in de filmindustrie. Maar als ze snel geld nodig heeft, dan neemt ze haar plaats voor het raam weer in. Uit vrije wil.

‘Tegelijkertijd: er zit vaak een luchtje aan prostitutie. Heel veel vrouwen zijn niet naar Nederland gekomen met het idee dat ze zich zouden prostitueren. Ook Charlie was hierheen gelokt, uit Albanië. Haar vriendje – dat dacht ze tenminste, dat hij haar vriendje was – beloofde haar werk, als au-pair of in een restaurant ofzo. Ze eindigde in de hoerenbuurt.’

Was het moeilijk om in Nederland slaven te vinden?

‘Het was gemakkelijk om met de vrouwen in de ramen te spreken. Als ik vroeg of ik met ze kon praten, zeiden ze: als ik mijn vijftig euro krijg, kan het me geen reet schelen wat je wilt doen. Maar verreweg de meesten van hen waren niet meer het eigendom van een pooier.

‘Vrouwen die nog wel werden gechanteerd door een pooier – de slachtoffers van mensenhandel – vind je eerder in seksclubs. Die clubs zijn misschien bedoeld voor swingers, binnen vind je ook prostituees. Die willen niet met je praten en zijn bang – en zeer waarschijnlijk doen ze hun werk niet vrijwillig.’

Toen hij 25 was, wilde Benjamin Skinner een boek schrijven en plaatsen bezoeken waar de meeste Amerikanen niet kwamen. Het moest niet zomaar een reisdagboek worden, maar gaan over iets ‘groters dan hemzelf’.

Skinners familiegeschiedenis bleek een geschikt onderwerp aan te reiken. Zijn voorouders waren Quakers, een groep gelovigen die betrokken was bij de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten. Zij vochten – in woord, niet in daad – tegen slavenhandel, en Skinners moeder doordrong haar zoon van die geschiedenis.

Niet alleen zijn familie, ook Stalin inspireerde Skinner – wrang genoeg. ‘Hij heeft gezegd: de dood van één mens is een tragedie, de dood van een miljoen een statistiek.’ Met Stalins uitspraak in zijn achterhoofd legde Skinner zich toe op het vertellen van het verhaal van die ene mens.

U doet dit werk als journalist. Gaat het u puur om het blootleggen van verborgen slavernij, of heeft u ook een politiek motief?

‘Dat ik dit doe heeft een verantwoordelijkheid met zich meegebracht. Over slaven schrijven is heel anders dan over, ik noem maar wat, obers. Het is alsof je vader wordt: voordat je een kind krijgt, besef je niet wat een verantwoordelijkheid dat geeft. Maar als je er eenmaal aan bent begonnen, is die verantwoordelijkheid enorm, en kun je er ook geen afstand van doen. Zo voel ik me verantwoordelijk voor hedendaagse slaven. Ik wil dat mensen zich er bewust van worden dat slavernij bestaat, en wat het betekent om een slaaf te zijn – ook al kun je dat als buitenstaander nooit helemaal begrijpen. En dat ze daarnaar handelen.’

Hoe?

‘Nou, voor mij is er bijvoorbeeld geen sprake van dat ik naar bed ga met een prostituee. Normale mannen verkrachten geen vrouwen, en hoewel sommige prostituees hun werk vrijwillig lijken te doen, kun je daar nooit helemaal zeker van zijn.

‘Die bewustwording is niet alleen nodig bij mensen die worden uitgebuit voor seks. Ik ben nu bezig met een nieuw onderzoek – naar een grote kledingketen, die ook in Nederland zit, en waarvoor ik aanwijzingen heb dat ze gebruik maakt van slavernij. Mensen moeten zich afvragen: hoe kan het dat een kledingstuk zo goedkoop is? In ieder geval is het te duur voor mij wanneer het is gemaakt met slavenarbeid.’

En de politiek? Moet prostitutie weer worden verboden, als het zo vaak samengaat met slavernij ?

‘Wat dat vraagstuk betreft ben ik agnostisch: ik weet simpelweg niet wat de beste oplossing is om mensenhandel tegen te gaan. Wat ik wel vind: in Nederland worden de verkeerde mensen in bescherming genomen. De mentaliteit is dat het de overheid niets aangaat wat er in de slaapkamer gebeurt. Zolang je er geen last van hebt, heb je je niet te bemoeien met wat de buurman uitvreet.

‘Die traditie op het gebied van privacy doet slachtoffers van mensenhandel geen goed.

‘Politieagenten wéten dat ze maar het topje van de ijsberg zien als het gaat om vrouwen in de gedwongen prostitutie, en toch zetten ze niet alles op alles om de rest van de ijsberg boven water te halen. Dat vind ik zorgelijk.’

U ontmoet deze week ook interim-burgemeester Lodewijk Asscher. Wat gaat u hem adviseren?

‘Ik wil hem een voorstel doen dat ik zelf interessant vind: niet alleen vrouwen die in de prostitutie werken zouden een regelmatige gezondheidscheck moeten doen, maar ook de mannen die bij hen langsgaan. Vrouwen kunnen hun diensten weigeren wanneer mannen niet aan kunnen tonen dat ze geen soa’s hebben. Ze zouden een ‘veiligeklantenkaart’ bij zich moeten dragen, voordat ze naar binnen mogen. Dat zal sommige Nederlandse mannen wel afschrikken van een bezoek aan de hoerenbuurt – maar dat beschouw ik als een goede bijwerking.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden