'Je voelt je als gijzelaar heel snel behandeld als een kind'

In 2002 werd hij gegijzeld door Tsjetsjeense rebellen in Dagestan. Nu reist Arjan Erkel wereldwijd gevangenissen af voor zijn documentaireserie Vreemde Tralies.

Arjan Erkel.Beeld Sanne De Wilde

Cultureel antropoloog of politicus?

'Cultureel antropoloog, zonder twijfel. Ik had veel zin om als Kamerlid aan de slag te gaan toen ik tijdens de landelijke verkiezingen in 2012 op de kieslijst van het CDA stond, maar ik stond op plek 23 en het CDA haalde maar 13 zetels. Genoeg voorkeursstemmen halen voor een zetel lukte niet. Mijn politieke ambitie is trouwens niet helemaal verdwenen, ik blijf er voor openstaan.

'Voor de opnamen van de nieuwe documentaireserie Vreemde Tralies (over de situatie van Nederlandse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen, red.), heb ik niet alleen Nederlanders gesproken, maar heb ik die landen ook met een antropologische blik benaderd. In Japan zijn we bijvoorbeeld met mensenrechtenadvocaten en wetenschappers aan de universiteit gaan praten over detentie daar. Dat is dus culturele antropologie: onderzoeken en laten zien hoe zo'n samenleving met gevangenen omgaat en waar dat vandaan komt.

'Zo wist ik niet dat Oslo bekend staat als de stad waar relatief gezien de meeste heroïnedoden vallen van heel Europa. Na het interviewen van een Nederlandse gevangene zijn we daar ook een dag met de politie en douane meegelopen, en hebben we de drugsscene gefilmd. Een drugsverslaafde wordt daar niet opgepakt en opgesloten, maar mag in een bepaalde zone onder toezicht van de overheid heroïne spuiten. Hij moest alleen wel zijn eigen drugs meenemen. Hulpverleners staan er dan bij met schone naalden en dergelijke. Stel dus dat je de verkeerde drugs gebruikt, dan staat er altijd iemand bij om je te helpen. Laat de overheid dan voor zwaarverslaafden ook gewoon de drugs leveren.'

Mee in de cel: een tandenborstel of de foto van je geliefde?

'Die geliefde zit wel in je hoofd, dus geef mij maar een tandenborstel. Tijdens mijn ontvoering in Dagestan (op 12 augustus 2002 werd Erkel tijdens zijn werkzaamheden voor Artsen Zonder Grenzen door Tsjetsjeense rebellen ontvoerd en 607 dagen gegijzeld, red.) was mijn geliefde - al gelooft ze dat niet altijd - erg sterk aanwezig in mijn gedachten. Ik putte kracht uit de hoop dat ze op mij zou wachten en dat ik haar weer zou zien. Dat beeld van haar heeft me er doorheen geholpen, ook al hebben we die hele twintig maanden lang geen enkel contact gehad.

'Over tandenborstels gesproken: de eerste week van mijn ontvoering kreeg ik niet de gelegenheid om te douchen. En na een week ga je natuurlijk stinken - je ruikt je oksels, je tanden plakken. Toen ik werd overgedragen aan een andere groep ontvoerders, zeiden ze: je stinkt, ga eens douchen. Maar ze hadden niet aan een tandenborstel gedacht. Dus ik keek naar die vier gasten met kalasjnikovs en bivakmutsen op en ik dacht: zal ik nou om een tandenborstel vragen? Ik snakte ernaar, maar ik was ook bang dat ze straks 'nee' zouden zeggen of dat ze mijn tanden eruit zouden slaan. Tsja, in dat geval heb je sowieso geen tandenborstel meer nodig.

'Maar als ik het níet zou vragen, dan vallen die tanden er op den duur alsnog uit. Uiteindelijk vroeg ik ze toch maar of ik een tandenborstel kon krijgen. Vonden ze prima. En of ik nog een voorkeur voor een bepaald merk tandpasta had. Doe maar Aquafresh, zei ik.'

Samir A. of Yolanthe Cabau van Kasbergen: welke samenwerking vond je interessanter?

'Mijn samenwerking met Yolanthe, dat spreekt voor zich. Samen met Yolanthe richtte ik in 2008 de stichting Free a Girl op, waarmee we inmiddels duizenden kinderen hebben bevrijd uit de seksindustrie. Daar kan weinig tegenop.

'Maar de samenwerking met Samir A. voor mijn boek Samir, over het leven van geradicaliseerde jongeren, vond ik als antropoloog ook interessant. Ik wilde beschrijven hoe mensen als Samir A. worden opgejaagd - of zichzelf opjutten - om iets 'goeds' te doen voor de wereld. Als je dat begrijpt, dan kun je die gasten misschien nog tegenhouden.

'In Nederland wordt trouwens graag gezegd dat die jongeren radicaliseren vanwege hun zwakkere sociaal-economische positie in deze samenleving. Dat slaat helemaal nergens op. Zij zien wel degelijk het nut van een jihad, ze handelen vanuit een ideologie. Er zullen vast jongeren tussen zitten die een beetje gek zijn, maar er zijn genoeg gezonde jongeren die weloverwogen besluiten om naar het kalifaat te gaan - en ook echt denken dat ze iets goeds doen. Ik zeg ook altijd: als ze diezelfde energie zouden steken in een organisatie als Greenpeace of vrijwilligerswerk in de bejaardenzorg, dan zou dat hartstikke leuk zijn voor iedereen.'

Arjan Erkel

1970 Geboren in Rotterdam
1990-1997 Culturele Antropologie in Nijmegen
1998 Projectcoördinator Artsen Zonder Grenzen
2002 Country Manager Artsen Zonder Grenzen in Rusland
2002-2004 Gegijzeld in Dagestan door Tsjetsjeense rebellen
2005 Ontvoerd: 607 dagen tussen leven en dood (boek)
2006 Kandidaatraadslid (CDA) voor de Rotter damse gemeenteraad
2007 Samir (boek over geradicaliseerde jongeren)
2008 Stichting Free a Girl opgezet met Yolanthe Cabau van Kasbergen
2010 Generatie YEP (boek over jonge allochtone professionals)
2012 Kandidaat-Kamerlid (CDA) tijdens de Tweede Kamerverkiezingen
2016 Documentaireserie Vreemde Tralies (start 28 juni op NPO2)

Arjan Erkel is getrouwd en heeft drie kinderen.

Je straf uitzitten in een Peruaanse of Japanse gevangenis?

'Ik heb in beide landen gefilmd voor de documentaireserie, en er zijn wel grote verschillen. In de Japanse gevangenis heerst een strenge discipline. Je wordt gecommandeerd, je moet marcheren. Je mag maar een beperkt aantal minuten per dag zitten, je moet elke dag acht uur werken, soms mag je zelfs niet naar de bewakers kijken. Het deed me denken aan mijn eigen ontvoering. Ik werd ook helemaal gek van dat gecommandeer in het begin. Het was bedoeld om te intimideren, maar je voelt je heel snel behandeld als een kind. Ik ben geen debiel, zeg. Als je drie keer zegt dat ik niet naar links mag kijken, geloof me, dan begrijp ik het wel.

'In een Japanse gevangenis is nauwelijks de mogelijkheid om echt te praten met bewakers of met andere gevangenen. Je zit daar heel erg op jezelf. In Peru zit je juist met heel veel gedetineerden in een cel of unit. Je moet je dan goed kunnen aanpassen. Als je dat lukt, dan stijg je in de hiërarchie. Daarentegen moet je soms ook met twee mannen in een bed slapen. En je loopt het risico te worden verkracht onder de douche.

'Ik denk dat ik me in een Peruaanse gevangenis uiteindelijk toch meer staande zou kunnen houden. Ik ben flexibel en ik kan me, zonder arrogant te willen zijn, makkelijk aanpassen.'

Dagestaanse of Nederlandse cultuur?

'Mijn vrouw is Dagestaans, maar we voeden onze drie kinderen overwegend Nederlands op. Ze leren trouwens wel Russisch. Ik hou van de Dagestaanse gastvrijheid. En de hardheid. Die 'niet zo zeiken'-mentaliteit, voor jezelf opkomen. Ik kan die machokant beter waarderen dan dat wijverige geneuzel in Nederland.

'Maar uiteindelijk kies ik wel voor de Nederlandse cultuur. Ik vind dat we heel vrij zijn in Nederland. Anders dan in de meeste landen, is het in Nederland makkelijker om iets te bereiken als je daar zelf echt voor wilt gaan. In Dagestan heb je veel corruptie - daar moet je je positie kopen of bij de juiste clan horen.

'Mijn schoonouders hadden goede scholing en posities destijds in de Sovjet-Unie. Hier hebben we bijvoorbeeld zeven vwo-vakken, daar moest je veertien vakken halen. En als je ziet wat voor boeken mijn vrouw allemaal gelezen heeft en wat ze aan klassieke muziek kent - zelf kan ik nog net Bach en Mozart uit elkaar houden.

'Mijn ouders realiseren zich nu ook dat ze hun kinderen te weinig met kunst hebben opgevoed. Die hadden een broertje dood aan musea. Ik heb onlangs een leuk kinderboekje gekregen over het Rijksmuseum. Schilderijen als Het Melkmeisje worden uitgelegd aan de hand van een kinderverhaaltje. Ook heel handig voor mezelf.'

Arjan Erkel bij zijn aankomst op Rotterdam Airport na de ontvoering in de Russische deelrepubliek Dagestan.Beeld ANP

Workshops geven of vertellen over je ontvoering?

'Bij mij lopen mijn coachwerk voor organisaties en het bedrijfsleven en het vertellen over mijn ontvoering door elkaar heen. Die ontvoering is nu eenmaal een mooi voorbeeld van een uitzichtsloze situatie - geen contact met je naasten, in een kleine ruimte leven - waarin je dingen toch in beweging kunt zetten door empathie en verbinding te zoeken. Voor de ontvoerder had het geen zin om harder te lopen voor mij, dus het moest vanuit mezelf komen. Ik moest contact maken, hun sympathie winnen.

'Of ik gebruik de nasleep van de ontvoering als voorbeeld. Zo durfde ik vijf jaar lang niet te kamperen, terwijl ik dat voorheen jaarlijks deed met vrienden. Maanden had ik vastgezeten in dat klotehokje met klotetoilet, dus ik wilde niet ook nog eens vrijwillig in de natuur die ellende herbeleven. Ik heb me uiteindelijk toch over laten halen toen vrienden mij meevroegen voor een bergwandeling in Tadzjikistan.

'Het was uiteindelijk een supertoffe ervaring. Een overwinning. Op een gegeven moment moest ik op 3200 meter hoogte poepen. Mijn vrienden doopten die plek heel symbolisch tot de Hoop van Erkel. Maar ik kan genoeg andere persoonlijke voorbeelden noemen om prima te coachen, hoor. Daar heb ik dat ontvoeringsverhaal niet per se voor nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden