Column

Je suis Ronaldo

En ineens staan wij in de halve finale. Ik ben bevangen door een vlaag van mildheid en dat is best confronterend.

Beeld Gabriel Kousbroek

Net als mijn dorpsgenoten had ik enorm zitten kankeren op de nationale ploeg want het was natuurlijk kut met peren. Daarom wilde ik op de avond van de match tegen Polen eigenlijk een spannend boek van José Rentes de Carvalho gaan lezen in mijn hangmat onder de eeuwenoude olijfboom. Na een weekje liederlijk schuinsmarcheren was het de hoogste tijd om te contempleren en te ontslakken met groene thee en levertraanklisma's.

Toen hoorde ik de fanfare toeteren en trommelen in het dorp en besloot ik maar even sfeer te gaan snuiven. De thee viel toch niet goed.

Op het pleintje voor de kerk zaten wat oudjes die thuis geen televisie hebben en een plukje bezopen Britse toeristen. Een reus van een vent met een spataderenslagveld op op zijn verbrande benen, deed Ronaldo na. Hij greep de handtas van zijn vrouw, draaide met zijn heupen en slaakte gilletjes. Ik schaamde me plaatsvervangend dood en dat is voor mij net zo'n schokkende gewaarwording als mildheid.

In de vroege jaren zeventig heb ik wel eens Ronnie Tober en Albert Mol gepersifleerd maar dat was allemaal projectie en Sehnsucht. Deze Engelsman was er op uit om het Portugese volk en Ronaldo nodeloos te kwetsen.

Nou is CR7 (los van zijn zinderende escapade met Badr Hari) helemaal geen aanhanger van de Griekse beginselen, dus de act van de dronkaard sloeg nergens op. Gelukkig zijn mijn dorpsgenoten zo stoïcijns als eskimo's. Ik bedoel, als deze bezopen Brit op de jaarlijkse braderie van Bedum Arjen Robben zou wegzetten als een enge pisnicht, werd hij levend gevild. Leer mij de Groningers kennen.

Ik ging maar een dubbele medronho scoren in café De Kurkeik. Toen ik terugkwam, bleek de Ronaldo-imitator precies voor de kerkdeuren een straatpizza te hebben gebakken, met stukjes friet, kebab en veel rode saus. Met kaas erop was het een kapsalon geweest. Zijn witte shirt met nummer tien en de naam van de kale dwerg Rooney zat onder de kotsspetters. Met zulke fans win je nooit wat en dat geldt natuurlijk ook voor het deerniswekkende Oranjelegioen.

Vol trots keek ik naar mijn waardige, gesoigneerde dorpsgenoten en dacht: wij verdienen het als geen ander die onzin in Frankrijk te winnen. Desnoods moet ik daarvoor op mijn blote knietjes naar Fatima kruipen en me daar duchtig laten flagelleren.

Je suis Ronaldo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden