'Je moet weten, niet geloven'

Zijn gezin is belangrijk, maar zijn pupillen gaan voor. Met Edith Bosch en Mark Huizinga heeft judocoach Chris de Korte (65) dan ook twee winnaars in handen....

Het imago van strenge leermeester zal Chris de Korte nooit meer kwijtraken. Zijn kaarsrechte gestalte, de ingetogen wijze waarop hij de olympische successen van zijn pupillen begroette en zijn bewonderenswaardige beheersing langs de judomat voeden het beeld van een afstandelijke en weinig toeschietelijke judoleraar.

Hij kent de vooroordelen die zijn oorsprong hebben in de beginjaren van zijn loopbaan als trainer, toen hij terugkeerde van een solitair en hardvochtig verblijf in Japan. Maar hij vindt ze niet langer op zichzelf van toepassing. De Korte is veranderd. `Toch ben ik het altijd met me mee blijven dragen', zegt hij. `Ze schatten me nog steeds zo in.'

Het is een erfenis van bijna 35 jaar geleden, toen hij na een opleiding bij het korps commandotroepen en een jaar judotraining in Japan een eigen sportinstituut in een garage en een gymlokaal in Hoogvliet startte. `Ik was een jaarlang alleen op mezelf aangewezen geweest. Op de sportschool had ik een sociale functie, terwijl ik zeer a-sociaal geleefd had. Dat botste.'

Het is De Korte om het even. Hij kent ze inmiddels wel, de technieken om innemendheid te suggereren of gemakkelijker contact te leggen. Maar hij hoeft niet zo nodig aardig bevonden te worden. `Sommige mensen hebben dat van nature. Ik niet.'

Liever niet zelfs, zo lijkt het. De interesse voor onbekende mensen of gebeurtenissen is moeilijk op te brengen. Het leidt maar af van de dingen die er werkelijk toe doen. Val Chris de Korte niet lastig met vragen over Martin Verkerk. `Ik weet echt niet wie dat is.' Laatst zat hij met mede-judobondscoach Cor van der Geest een kop soep te eten, die vertelde hem over de val van Beloki in de Tour de France. `Ik had echt nog nooit van die man gehoord. Dat vond Cor vreemd.

`Mijn interesse is niet zo algemeen. Wat schiet ik er nou mee op of ik weet dat Verkerk in de finale van Roland Garros heeft gestaan. Word ik daar wijzer van?'

Een televisie ontbreekt in de huiskamer. De hedendaagse zapcultuur is volledig aan De Korte voorbijgegaan. Het rijtjeshuis in Hoogvliet ademt de sfeer van rust, ruimte en Oosterse mystiek. Kunstobjecten uit alle delen van de wereld sieren de muren. Pronkstuk is het metershoge achttiende-eeuwse boeddhabeeld dat in een nis in de huiskamer is opgesteld.

Een aanhanger van boeddha is de katholiek geschoolde De Korte niet. Geloof hecht hij enkel aan de hogere energie. `Niet aan een oude man op een stoel met een baard. Je moet dingen weten, niet geloven. Je mag wel iets voorlopig van iemand aannemen, maar op den duur moet je er zelf van overtuigd raken.'

Het beeld is een cadeau, zoals eigenlijk alle kunstobjecten giften zijn. De Korte: `Blijkbaar zijn er toch mensen die me aardig vinden.' Toen hij terugkeerde uit Japan, als werkend passagier op een schip, ontmoette hij een Franse yogaleraar die in een zenklooster in Japan had gezeten. Het klikte meteen. 'Hij had wat spullen uit Vietnam in een loods in Bombay gestald en vroeg of ik hem wilde helpen die met een bootje langs de douane te smokkelen. Als dank mocht ik zelf iets uitzoeken.'

Zijn ogen twinkelen. Het zijn herinneringen aan een spannende en baldadige periode in zijn leven, die werd afgesloten met de oprichting van een sportschool, tegenwoordig het zeer succesvolle sportinstituut van zijn zoons Willem en Bas de Korte. Doelloos had hij voor die tijd rondgedoold op de Filipijnen, in Afghanistan en Joegoslavië om uiteindelijk neer te strijken in Hoogvliet. Het werk als coach werd serieuzer naarmate meer kampioenen de weg naar zijn judoschool vonden.

Theo Meijer (eigen judoschool), Marjolein van Unen (vrouwenbondscoach) en Angelique Seriese (olympisch kampioen) werden opgevolgd door zijn huidige paradepaarden: Mark Huizinga (olympisch kampioen) en Edith Bosch. De emotionele band met hen raakt hij nooit meer kwijt. `Ze zitten allemaal in mijn hoofd. En daar gaan ze nooit helemaal uit', zegt De Korte. `Ik kan geen telefoonnummer onthouden, maar van hen weet ik alles.'

Thuis gaat de knop niet zomaar om. Het leven van de 65-jarige De Korte wordt, zeker de laatste vijftien jaar, volledig in beslag genomen door zijn werk als judoleraar. Op het asociale af, zo oordeelde zoon Willem die zeer te lijden heeft gehad onder de afwezigheid van zijn vader. `Hij vindt dat ik me veel te weinig met zijn opvoeding heb bemoeid.

`Nu hij zelf trainer is, zie ik hem dezelfde sociale missers begaan. Maar ik ben niet degene die tegen hem gaat zeggen dat hij dit werk niet moet doen. Ik heb alleen gezegd dat hij er niet rijk van zal worden.

`Zijn kritiek op mij is altijd groot geweest. Op mijn rol als vader, maar zeker ook op mijn manier van trainen. Soms heeft hij gelijk en dan krijgt hij dat ook, en soms ook niet. Hij vond mij te hard, te streng. Van der Geest en Willem Visser deden het veel beter dan ik. Het was een normale reactie van een kind op zijn vader.

`Langzaam begint hij in te zien dat mijn weg ook een manier is. Ik hoop alleen maar dat hij van iedereen iets kan oppikken en zijn eigen weg kan gaan. Hij moet zeker niet proberen te evenaren wat ik heb gedaan, het moet op een natuurlijke manier gebeuren. Hij wil te snel. Soms gebeurt het en soms gebeurt het niet.

`Ik begrijp zijn verzet wel. Ga er maar aan staan als kind. Ik ben de enige coach die twee olympische kampioenen heeft voortgebracht. Daar moet hij tegenop boksen.'

De Korte toont zich niet ongevoelig voor de kritiek van zijn beide zonen. De ervaring heeft hem geleerd minder strak en streng te zijn. Hij is veranderd als coach. Zachtmoediger geworden misschien zelfs, losser zeker.

Hij laat steeds meer over aan de verantwoordelijkheid van de sporter zelf. De jarenlange ervaring heeft hem andere inzichten geboden, die bleken te leiden tot betere resultaten. `Ik ben niet erg geduldig. Als mensen zelf niet willen, dan ga ik er geen energie in stoppen. Als je kampioen wilt worden, moet je dat zelf willen, met je verstand, fysiek én met je gevoel. Die mentaliteit is aangeboren, die kan ik niemand aanleren. Ik kan alleen maar hopen dat ze het oppikken.

`Wanneer ben je een goede coach? Mijn vader zei altijd dat je van een kraai geen adelaar kunt maken. Een hele goede kraai kan best Europees kampioen worden, maar voor excellent judo heb je een adelaarsjong nodig.

`Bij sommige jongens is het me gelukt het beste in ze naar boven te halen. Ik heb judoka's gehad die enkel op wilskracht heel ver zijn gekomen, zelfs Europese medailles hebben gehaald. Maar dat is me niet met iedereen gelukt. Soms slaag je er gewoon niet in tot iemand door te dringen.'

Degenen die het niet begrepen, verdwenen vanzelf. Degenen die hij wel wist te overtuigen van de liefde voor het spel en die hij het judogevoel had bijgebracht bleven voor altijd. Zoals Mark Huizinga (olympisch en Europees kampioen), Edith Bosch en Mark van der Ham met wie hij de laatste jaren van zijn coachloopbaan is ingegaan. Want hoewel hij het definitieve einde zo lang mogelijk wil uitstellen, is hij met het passeren van de pensioengerechtigde leeftijd toch aan het afbouwen.

'Ik verbeeld me dat ik een wil heb om er zelf mee te stoppen als het zover is', zegt hij, wetende dat dat niet het geval is. Nog geen twee minuten na het olympische goud van Mark Huizinga in Sydney hing zijn vrouw Josephine aan de telefoon. `Nu ga je toch zeker wel stoppen', vroeg ze. De Korte: `Maar ik had me vergist in de judobeleving van Mark. Die houdt niet op bij olympisch goud. Twee minuten later is er alweer een nieuw streven.

`We hebben er daarna nooit meer over gesproken. Mijn vrouw past zich aan. Soms ontploft ze, dat is haar manier van overleven. Ik heb haar beloofd dat we na de Spelen in Athene een tangocursus in Buenos Aires gaan doen. Dat is een grote wens van haar.'

Hij beseft dat de wensen van zijn familie voortdurend ondergeschikt worden gemaakt aan zijn eigen belangen en vooral aan die van zijn pupillen, maar hij moet er niet aan denken nu al thuis te zitten. `Het pensioen bepaalt niet mijn leven. Dat is slechts een instituut. Ik vind werken leuk en gelukkig mag ik nog steeds bij mijn zoon in de sportschool komen.

'Mijn vader heeft veertig jaar in een fabriek gewerkt en was blij dat hij er na zijn pensioen nooit meer een stap over de drempel hoefde te zetten. Voor mij heeft altijd het plezier vooropgestaan.

`Edith en Mark zorgen ervoor dat het leven nooit saai wordt. Hoe turbulenter, hoe prettiger. Ik mis Mark, nu hij bezig is met de revalidatie van zijn knie. Het zijn beiden pure liefhebbers. Ik heb altijd liefhebbers voortgebracht.'

De nieuwe lichting talenten is overgedragen aan zoon Willem. Met Bosch en Van der Ham, die eigenlijk pas aan het begin van hun carrière staan, gaat hij naar alle waarschijnlijkheid ook na de Spelen in Athene nog door. `Zolang ik het fysiek kan opbrengen, wil ik het zelf afmaken. En zolang zij mij willen hebben uiteraard. Voor de rest mag mijn zoon het doen. Ik wil hem daarbij niet in de weg lopen.'

Voor zijn functie van bondscoach zal de opvolging lastiger te regelen zijn, zo voorzag hij een aantal jaren geleden al. Hij begon daarom aan een missie die vooraf gedoemd leek tot totale mislukking: samenwerken met zijn grootste rivaal : Cor van der Geest, van de Haarlemse judoschool Kenamju.

Waar in het verleden slechts met modder werd gegooid, benadrukken ze nu elkaars beste eigenschappen. Gedurende de intensieve gesprekken die het tweetal de afgelopen twee jaar met elkaar voerde, leerden ze elkaar van een geheel andere zijde kennen. Inmiddels is er het gedeelde respect voor tegengestelde eigenschappen. Van der Geest emotioneel en uitbundig, De Korte ingetogen.

`Eén ding hebben we altijd met elkaar gemeen gehad: de liefde voor de judosport', zegt De Korte. `Die kant ben ik in die eerste voorzichtige gesprekken blijven benadrukken. We mochten het judo, zoals het er toen voorstond, niet op die manier achterlaten. '

De onvrede escaleerde midden jaren negentig. Een tijd waarin Frans Hoogendijk, destijds voorzitter van de judobond, ervan werd beschuldigd bezoekjes aan seksclubs bij de judobond te hebben gedeclareerd, judocoach Peter Ooms terecht stond wegens ontucht en Van der Geest en De Korte met regelmaat geschillen uitvochten voor de rechter.

De Korte: `Ik noem geen namen, maar ik ben er nog steeds van overtuigd dat er binnen de judobond mensen waren, die opzettelijk een wig hebben gedreven tussen ons, om zelf de zaak te kunnen leiden. Die snapten zo verschrikkelijk weinig van judo.

`Met het nieuwe bondsbestuur bestond eindelijk de mogelijkheid iets in gang te zetten. Een deel van Cor verzette zich tegen een samenwerking met mij, maar ik voelde dat zijn weerstand minder werd. Dat deel ben ik blijven aanspreken.

`We hebben nu eindelijk de kans de zaak in een stroomversnelling te brengen. Voor het eerst kan ik zeggen dat ik lekker aan het werk ben. De atmosfeer is goed. Ik hou energie over die ik vóór die tijd moest aanwenden om mensen van me af te houden of juist naar me toe te trekken. We zijn druk bezig een basis neer te zetten, waar mensen op terug kunnen vallen. Zodat we zelf een keer met een gerust hart kunnen stoppen. `Want het houdt echt een keer op. Als er nu iemand opstaat die meer te bieden heeft dan ik, ga ik onmiddellijk opzij.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden